Spoorslag

Oostende, Mariakerke, Onze-Lieve-Vrouw-Ter-Duinen

Er is een wind die door de genen blaast,
hij stuwt en duwt, het is als Clovis zelve
en verder nog, de eerste Adam die
de sprong naar voren waagt
nu mijn vermoeide botten wakker maakt,
ik moet vooruit, het is een dwingend
manen, ik kan geen weerstand bieden,
vooruit is enkel duisternis en achterom
blaakt alles in een overdonderende schijn
van helderheid,
nu sterrenstoffelijk aangewaaid,
nu onherroepelijk opgewaaid,
en ondertussen tràppelen wij maar,
terwijl de dichter reist,
hij torent boven alle vuur, kaarsrecht,
trotseert het beukende gevaar,
hij wil slechts dit:
te zijn de wind die door de genen blaast
een oog dat knippert en een woord dat raast,
dat stuwt en duwt, hij houdt de teugels strak,
en dan één snok, één lendenruk,
één spoorslag, nauwlettend speurend
dat nergens nog een afdruk zo verraadt
de sprong die sporen achterlaat.

(Rotselaar Heikant, 26 september 2017, 14:05)

Een reactie achterlaten