La beautรฉ du ciel

[ Dimanche 1er mai 2017.
Le tรฉlรฉphone sonne aux environs de 10 heures.
ยซ Bonjour, gendarmerie de Mantes-la-Jolie, chef d’escadron D. M., ne vous inquiรฉtez pas (une prรฉcaution de ce genre), mais la tombe de votre mรจre a รฉtรฉ profanรฉe dans la nuit. ยป La fin du message est floue dans ma mรฉmoire. Probablement l’usuel ยซ vous pouvez me joindre ร  tel numรฉro ยป, etc.
โ€ฆ
Lundi 12 juin 2017
J’arrive chez le docteur B. avec un test de grossesse positif.
Le calendrier nous aide ร  dรฉterminer le jour de ta conception. 20 mai 2017. Trois semaines aprรจs l’รฉpisode du cimetiรจre. En capacitรฉ de procrรฉer depuis plus de vingt-cinq ans, sans contraception depuis dix ans, c’est maintenant que รงa marche ? Y aurait-il une cause et un effet? L’empรชchement venait-il de lร ? Futur(e) chรฉ- ri(e), dis merci ร  ta grand-mรจre.
Le laps de temps entre ces deux journรฉes (profanation-procrรฉation) ne peut qu’exciter mes croyances irrationnelles, mes pensรฉes magiques. ]

Dat schrijft Sarah Biasini, dochter van de actrice Romy Schneider (1938-1982), in haar boek “La beautรฉ du ciel” (ร‰ditions Stock, 2020, 251 blz.), opgevat als een dagboek, gericht aan haar dochter Anna (ยฐ9 februari 2018).
3 weken scheiden deze twee gebeurtenissen en Sarah besluit dat dit geen toeval kan zijn. Zowel zij als haar moeder raken ongeveer op dezelfde leeftijd zwanger (39/40 jaar), ยซ des grossess tardivesยป โ€ฆ Maar wat er met en in het leven van haar moeder daarna gebeurde beangstigt haar.
Sarah was vier jaar oud toen haar moeder overleed. Die had een jaar eerder haar zoon David (14 en halfbroer van Sarah) verloren na een dramatisch ongeval.
Een menselijk, hoopvol, eerlijk en ontroerend moederschapsboek over de dood heen, over kwetsbare, maar sterke vrouwen, soms confronterend en bol van symboliek.
Biasini gaat niet op zoek naar de wereldberoemde actrice, maar naar haar moeder, en op die manier ook naar zichzelf.
Ten zeerste aangeraden.
ยซ On me parle d’elle en disant son nom au lieu de dire ยซ ta mรจre ยป, ยซ votre mรจre ยป. Comme si je n’รฉtais pas lร , devant eux. Je ne comprends pas ce qu’ils disent. Je ne les รฉcoute dรฉjร  plus. De qui parlent-ils ? Son nom ne m’intรฉresse pas, il n’y a que ma mรจre qui m’intรฉresse. ยป

Gloomy Winter’s Noo Awa’


“Gloomy winter’s noo awa’, saft the westlin’ breezes blaw
Amang the birks o’ Stanley Shaw, the mavis sings fu’ cheery-o
Sweet the crawflower’s early bell, decks Glennifer’s dewy dell
Bloomin’ like your bonnie sel’, my ain my darlin’ dearie-o
Come my lassie let us stray o’er Glennifer’s sunny brae
And blythely spend the gowden day ‘midst joys that never weary-o

Towerin’ o’er the Newton woods, lavrocks fan the snaw white clouds
And siller saughs wi’ downy buds, adorn the banks sae briery-o
Round the sylvan fairy nooks, feathery brackens fringe the rocks
And ‘neath the brae the burnie jouks, and ilka thing is cheery-o
O trees my bud and birds may sing, flowers may bloom and verdure spring
But joy tae me they cannae bring, unless wi’ you my dearie-o.”

The lyrics are by the Scottish Poet Robert Tannahill (1774-1810): “… in 1810, following the rejection of an augmented collection of his work by publishers in Greenock and Edinburgh, he fell into a despondency aggravated by fears for his own health. Eventually he burned all his manuscripts and drowned himself in a culverted stream under the Paisley Canal, where he was found because he had left his jacket at the mouth of the tunnel.” ๐Ÿ˜ฅ

This poem sung by Dougie MacLean. The poems of Tannahill were set to music by, a.o. , Scottish organists R.A. Smith and John Ross and some by Tannahill himself.

(ps: this song was the inspiration for The Heart Asks Pleasure First” by Michael Nyman, made famous by the movie “The Piano” – 1993)

Relaxing at the Garden Chapel

Just me, relaxing in the garden, on a very warm day, listening to music and reminiscing… Songs: “De Roos”, Ann Christy and “Immortels”, Alain Bashung. Extra footage of me on a roadtrip in Normandy, Falaise, Autoroute A31.

Motherland

For all who embrace freedom in a peaceful way.

Allerzielenvuur All Saints Fire

Allerzielenvuur All Saints Fire ๐Ÿ”ฅ (subtitled) Rond de vuurtafel herdachten Hugo De Deken en ik in woord en zang alle Zielen, in naam van onze geliefde UFSAL decaan en โ€œGlimlachende Godโ€ Bernard-Frans van Vlierden (auteur Bernard Kemp), veel te vroeg van ons heengegaan op 2 november 1980. โค๏ธ

Sword

When at my door your final bell will ring
I shall remember those who opened, let
you in and begged for one last song to sing,
who thought a mercy prayer would convince
to have a pardon granted by this prince

When at my door your final bell will ring
I shall remember those who werenโ€™t in
but uninvited, still got lifted by your wing,
who while preparing for a glorious flight
were grounded brutally, take off denied

When at my door your final bell will ring
I shall remember those who welcomed
you as royalists their banished king
who after years of fruitless fight
eventually got their heartโ€™s delight

When at my door your final bell will ring
I shall remember all, praise the Almighty,
challenge your sword with mineย thenย swing
so that my blade will testify that it is I
who atย the doors riposted toย your passing by

“Landing on Mars”, Ferdinand Vercnocke, oil on canvas, 100x80cm

Header: Roadtrip Frankrijk, A61, Narbonne, Aire de Pech-Loubat, โ€œLes Chevaliers Catharesโ€

Adagio Sostenuto

#AdagioSostenu Op de bank van Fleur, herfst, rust, ademen, verlangen… er ‘gebeurt’ weinig, en toch mรฉรฉr dan voldoende (Adagio Sostenuto, Sergei Rachmaninoff, uitย  zijn 2de pianocnocerto, Eric Carmen in 1975 gebruikte een melodielijn voor zijn hit “All By Myself).
Beelden opgenomen op woensdag 24 oktober, Ymeriaplein, Wijgmaal.

Raratonga: aanzet tot film/docu scenario

Synopsisย 1906-1965

In de voetsporen van Nand en Sim, een familiegeschiedenis.

Titel: (Website:) RARATONGA / De Zingende Ziel der Dingen

(“Raratonga” is de titel van een liefdesgedicht van Nand)

Voorstel voor Film / documentaire > Mogelijke beeldkernen (“F” = originele filmbeelden met protagonisten beschikbaar)
Alle beeldkernen te raadplegen via de Sitemap.

I. “Twee wegen” (1906-1950)

I.1. Nand 1906-1950

1906-1939
Varia
1906 Geboorte (Oostende), ’s nachts, sneeuwstorm
1914-1919 Vlucht naar en verblijf in Engeland (wegens WOI), vader, die zeeloods was, helpt geallieerde vloot naar Zeebrugge, 1914 (“Attack on Zeebrugge”), Nand is primus in de Engelse lagere school (Aylesbury)
1919-1924 Humaniora OLV College Oostende, actief in studentenbeweging AKVS, Sint-Pietersgilde, Joe English, strijd met katholieke bisschoppen
1920 Broer emigreert naar USA, San-Francisco / gezin, 3 kinderen / marconist / radio-operator in koopvaardij tussen Noord- en Zuid-Amerika, afstammelingen wonen nog steeds daar
1925-1931 KUL Germaanse Filologie & Rechten, actief in studentenbeweging (praeses KVHV), lid IJzerbedevaartcomitรฉ
1932 Overlijden oudste zus (29), ongehuwd, kinderloos
1932 Militaire dienst in Beverlo
1935 Publicatie 1ste dichtbundel “Zeeland”, wordt goed ontvangen en wordt een “Bekende Vlaming”‘
1938 IJzerbedevaart, Nand wordt gefilmd “F”
1939 Overlijden jongere zus (30) bij geboorte 2de zoon (op 21 juli!)

1939-1950
1939-1940 Mobilisatie (als sergeant), 3de Linie Regiment, Gent, Paal, Albertkanaal / 18daagse veldtocht, incidentrijke terugtocht / Krijgsgevangen
1939 Afgebroken verloving
1940 gezin verhuist van Oostende naar Gistel, het huis in Oostende was beschadigd door Duits bombardement
1940-1943 Medewerker krant “Volk en Staat” (collaboratiekrant), Nand huurt een appartement in Elsene
1940 Kunstenaarsreis naar Duitsland olv Albert Servaes, schrijft een huldegedicht gericht aan Hitler, pleit daarin voor een federale staat Belgiรซ met Vlaanderen als zelfstandige deelstaat, wordt daarop zwaar afgerekend op zijn proces en dit gedicht zal voor altijd voor hem een stigma blijven
1941-1943 Zender Brussel Flageyplein (= door Duitsers bezette Belgische radiozender NIR) , “ochtendpraatjes” (enkele geluidsfragmenten beschikbaar)
1941 3-weekse Dichtersreis door Duitsland, aansluitend Dichtercongres Weimar “F” (met Filip De Pillecyn) (vlakbij Concentratie kamp KZ Buchenwald)
1942 Deelname Jeugdcongres Wenenย “F” (met Filip De Pillecyn, Jetje Claessens/DMS en Remi Piryns, grootvader van Piet en Freya)
1943 reis naar Katyn (Rusland): massagraven “F” (met Filip De Pillecyn), controverse over daderschap van de slachtpartij (nog steeds, cfr. oorlog in Oekraรฏne), ook deze reis zal Nand op zijn proces erg kwalijk worden genomen, hoewel de latere, ware toedracht hem gelijk gaf
1943 schrijft scenario voor Vlaamse film “Vlaanderen te weer!” (audio interview beschikbaar)
1943 december: neemt ontslag uit alle functies wegens Duitse ‘pesterijen’ en keert terug naar Gistel (wordt als verzachtende omstandigheid aanvaard en genotuleerd op proces)
1944 Angst moeder voor torpedering oudste zoon, radio-operator op wereldzeeรซn (tussen Noord- en Zuid-Amerika, op schepen van deย  United Fruit Company) geen nieuws…
1944-1949 Bevrijding Gistel / Internering & gevangenissen, o.a. met een jonge Ivo Michiels / Dagboek /Proces / Gecensureerde brief, later ontcijferd in labo met infrarood spectometrie
1945 “Battle of the Bulge” (Slag om de Ardennen) > familielid Julius Vercnocke (24) US Marines: KIA in Houffalize vier weken na aankomst in Belgiรซ, tezamen met 25 medesoldaten, laat vrouw en dochter na
1948 Dankzij persoonlijk bezoek en tussenkomst van kamervoorzitter Frans Van Cauwelaert (CVP) overplaatsing naar “menselijkere” gevangenis van Merksplas

I.2. Sim 1919-1950

1919-1939
Varia
1919 Geboorte Sint-Joris-Winge (bij Leuven)
1931-1939 Internaat/ Regentaat / Normaalschooljaren

1939-1950
1939 Afstuderen Regentaat als “Letterkundig Regentes”
1939 Publicatie dichtbundel “De Dagtocht”
1940 Eerste lesopdrachten
1940 Duitse inval in geboortedorp
1941 Lid Dietsche Meisjesscharen DMS / vriendschap met Jetje Claessens, leidster DMS, korte onbewuste ontmoeting met Nand in Leuvens stadspark
1941 Begeleiding ‘Kinderlandverschickung’ naar Duitsland
1942-1944 Lerares Hasselt (zonen hospita in verzet, interview met haar kleinzoon in 2019 “F“)
1944 Drama (razzia) in Meensel-Kiezegem / familielid afgevoerd naar KZ Neuengamme, overlijdt er na enkele maanden
1944-1947 Bevrijding Leuven /Internering / Dagboek / Proces / gecensureerde brief
1945 Familie verlaat Sint-Joris-Winge wegens bedreigingen (straatrepressie, zus wordt mishandeld) en verhuist naar Schaarbeek
1946-1950 Reizend handelsvertegenwoordigster (1ste rijbewijs), vertaalster, redactiesecretaresse literair tijdschrift “Nieuw Gewas”, vergaderingen bij Sim thuis in Schaarbeek, Sim speelt ook toneel en treedt op als zangeres

II. “Het Liefdesjaar”

1950-1951

1950
Ontmoeting Tuinfeest Villa Kriekenberg Sint-Martens-Latem (5 augustus)
> Nand reist naar Deurle met trein, Sim met haar VW-kever en broer
> tafelen / orkest / dans
> wandeling langs de Leie in late avond
> intieme kus

1950-1951
Liefdesbriefwisseling en verlovingstijd (bijna verbroken) Uitjes / Vakanties aan zee, gedicht Nand “Raratonga” (een eiland in de Stille Zuidzee) wordt het motto van de relatie
1951: 2 maanden voor huwelijk: overlijden in USA broer Nand (49)
1951 Op vraag van Nand geeft Sim haar “carriรจre” als zangeres en toneelspeelster op, ze stopt ook met schrijven (er was een 2de dichtbundel in voorbereiding, ze zal het schrijven pas opnieuw opnemen na overlijden Nand in 1989)
1951 Huurhuis gevonden in Weerde (tot spijt van Nand: in binnenland, vรฉr van zee…)
1951 Huwelijk
1951 9 dagen na huwelijk: overlijden vader Sim (65)
1952 9 maanden na huwelijk: overlijden moeder Nand (71)

III Epiloog – Eerste huwelijksjaren, een moeilijke tijd

1951-1965

1951-1953
> Sim doorkruist Vlaanderen in VW-Kever als handelsvertegenwoordigster (Provincies Antwerpen en Limburg) (koekjesverkoop), is enige kostwinner, werkt lange dagen
> Nand alleen thuis tracht van zijn kunst te leven: poรซzie & schilderkunst (burgerrechten kwijt wegens veroordeling, geen inkomen), verdwijnt uit de actualiteit en wordt genegeerd, verbittering hierover
> publiceert 2 dichtbundels met poรซzie geschreven in gevangenschap
> werken in tuin en serre (druiven)

1953-1965
> vader Nand steekt regelmatige centje toe, huishoudster treedt in dienst en woont in
> 1953 geboorte dochter
> 1955 geboorte zoon “F” (filmcamera 8mm ten geschenke) net voor geboorte belandt Sim in gracht met VW-Kever
> 1956 bezoek sociale inspectie (wegens veroordelingen) slecht rapport voor Nand “want doet niet genoeg zijn best”: “manque de rรฉalisme, ย refuse dโ€™envisager une solution raisonnable qui consisterait ร  soulager son รฉpouse en acceptant un travail rรฉmunรฉrateur”…
> kinderen groeien (gefilmd) op “F”
> kinderen vaak tijdens de week bij familie Sim in Schaarbeek en enkel in weekends thuis, cfr. rapport sociale inspectie. “F”
> kinderen genieten van boogschietwedstrijden met oom (broer van Sim) in Schaarbeek “F”
> 1956-1960 iedere zomer vakantie aan zee / ย Nand wandelt veel en trekt steeds naar Zwin (Knokke) “F”
> 1960 overlijden vader Nand (80) (woonde al 2 jaar in bij het gezin in Weerde, kocht televisie, รฉรฉn van de eerste)
> 1961 Sim vindt een vaste baan in het onderwijs (F)
> 1964 Nand: Eerherstel & krijgt burgerrechten terug, gaat ondertussen werken tot pensionering in duf kantoor in Brussel in filmlabo, schrijft ondertitels voor televisie, werkt dus opnieuw voor BRT (oud-NIR, cfr Zender Brussel Flageyplein, de cirkel is rond), nieuwe dichtbundels, schildert veel, enkele tentoonstellingen
> 1964 Nand: schrijft Memoires over periode 1939-1949
> 1965 overlijden moeder Sim (77)
> 1965 schok : broer Sim introduceert Duitse verloofde, huwelijk volgt “F”, spanningen in de familie

(van 1955 tot 1995 filmmateriaal (8mm/gedigitaliseerd) over gezin)

1945 Nand: Een ingrijpen van hogerhand

Een aanhouding, een “ingrijpen van hogerhand”, fotospectrometrie, de stigmata van Sint-Franciscus, Onze-Lieve-Vrouw Van Zeven Weeรซn, de Tweede Wereldoorlog, de I Tjing, een kinkee…: een nieuwe odyssee door het familieverleden.

De volledige familiegeschiedenis vind je hier: “Raratonga

“Lost, on a painted sky,
where the clouds are hung
for the poet’s eye,
you may find him
if you may find him…”


 

Een ingrijpen van hogerhand

Nand liep een veroordeling op die resulteerde in vijf jaar hechtenis (1944-1949) wegens zijn nationalistische geschriften tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zeker in het begin van de oorlog geloofde hij dat Vlaanderen een soort zelfstandige staat kon worden binnen een groot Duits Rijk.

Tot nu toe is er in het familiearchief uit de celbriefwisseling van 1944 tot 1949 tussen Nand en zijn ouders slechts รฉรฉn brief teruggevonden die gecensureerd werd. Uit de volledige briefwisseling blijkt ook dat sommige brieven niet werden doorgestuurd naar of ontvangen werden door de bestemmeling en/of gewoon “verdwenen”.

Deze brief is geschreven (zoals meestal) door Nands moeder op 17 september 1945 te Gistel, waar de familie toen woonde.
Het kleine, knusse gezinsvillaatje bestaat nog steeds.

Nand met ouders voor het villaatje, zomer 1951, hij was toen bijna twee jaar vrij, en, om even een woordspeling te gebruiken, op vrijersvoeten, zie foto hieronder. Opvallend ook: heel wat aangekomen, wat wil je, eenmaal terug in “hotel mama”.

Sim tijdens de verlovingstijd voor hetzelfde huis, zomer 1951, met haar “kevertje”:

(De volledige briefwisseling tussen Nand en Sim tijdens hun “liefdesjaar” (1950-1951) is te vinden op de pagina “Liefdesbriefwisseling“.)

Huidige toestand (Google Streetview):

Het gezin was bij het begin van de oorlog verhuisd vanuit Oostende naar Gistel: een bom had het huis licht beschadigd. Dit huis heeft de vele Oostendse “urbaniseringen” overleefd, tot zeer recent was het een onderdeel van het”Avenue Beach Hotel” in de Koninginnelaan 25, maar het hotel heeft nu de deuren gesloten. Hopelijk blijft het gebouw overeind.
Bij de bouw van het hotel werd het huis omgebouwd tot luxe suites, enkel de gevel bleef behouden. De voordeur en het balkonnetje verdwenen.

Plaatsbezoek door mezelf 5 oktober 2020, op de plaats waar ik sta was vroeger de ingangsdeur, links het aangrenzende hotel. Dat was vroeger dus het gelijkvloers. Het motief op de muurtegeltjes net boven mijn hoofd werd ooit door Nand ontworpen (althans zo beweerde hij toch).

Het huis staat ook beschreven opย  de “Inventaris Onroerend Erfgoed“.

Zie verder op deze pagina een mooie beschrijving van het huis en Nand tijdens het interbellum in de woorden van schijver Karel Jonckheere die van Nands geboortejaar was (1906), en ook Oostendenaar. Hij ging naar de “Rijksschool“, Nand naar het “Onze-Lieve-Vrouwecollege“.

Nands moeder op het balkonnetje met links dochter Marie-Louise en dochter Jetje (Henriette) rechts (ca 1930), de zussen van Nand. De identiteit van de heren op de achtergrond moet ik nog uitspitten, maar dat zal wel lukken. Voorlopig is “time” nog “on my side”.



Het gezin in de achtertuin van de Koninginnelaan, zoon Robert ontbreekt, (of maakt het kiekje), ca 1928.
Vlnr: dochter Marie-Louise, Nand, vader (zeeloods), moeder, dochter Jetje. Nand studeerde toen in Leuven en kijkt wat beteuterd, of is hij in diep gepeins verzonken? Of…?


Op 17 september 1945 was Nand al een jaar geรฏnterneerd en hij bevond zich op dat ogenblik in het Interneringscentrum Sint Kruis te Brugge, een detentiekamp voor incivieken. Het waren houten “barakken” die nu reeds lang zijn afgebroken. Ze bevonden zich op de plaats waar nu de “Marinekazerne Victor Billet” is (Brieversweg, Brugge). Maar ook deze kazerne zal verdwijnen in 2025.

Een volledig en chronologisch overzicht van alle gevangenissen waar Nand ‘verbleef’ in de periode 1944-1949 vind je hier.

Huidige toestand van de kazerne te Sint-Kruis (Google Earth):

Toestand in 1964, Fotobron:ย Erfgoedbank. Bijschrift: โ€œMuur met prikkeldraadafsluiting gericht naar de binnenzijde van de kazerne. Op het einde van de muur de oude toegang tot โ€˜het college van Sint-Kruisโ€™ (het interneringskamp voor de โ€˜inciviekenโ€™ bij de epuratie)โ€

Tekening van het kamp ca 1945 ยฉ A. Vandenbussche

Plaatsbezoek op 13 februari 2019ย  met foto door goede vriend Harmen Mesker die toen een I Tjing workshop gaf in Brugge. (Voor de kenners van de I Tjing “het Boek der Veranderingen”: op mijn vraag raadpleegde hij toen het boek op die precieze plaats en kreeg het antwoord: hexagram 30, bewegende lijn 3, eenย  letterlijk “ingrijpen van hogerhand”).


In de brief beschrijft de moeder van Nand het voor haar aangrijpende moment net een jaar eerder (15 september 1944)ย  waarop haar zoon “ten huize” wordt aangehouden. Misschien net daarom las de censuur extra aandachtig mee.
Opvallend: twee weken later werd Nand voor de eerste keer verhoord om zijn versie van “de feiten ten laste” te geven, dit dus pas een jaar na zijn aanhouding “ten huize” (Gistel). In de derde helft van de brief had moeder nieuwe inkt nodig.

De gecensureerde brief (handtekening censuur in rood links bovenaan):

Detail doorstreepte regels (wat verder werd ook een naam doorstreept):

De tekst zoals die toen, in 1945, “leesbaar” was voor Nand:

Gistel den 17 September 1945

Mijn Zeer Lieve jongen. Ik heb het gevoel dat ik u vandaag eens moet schrijven daarom doe ik het. Het heeft mij zeer gelukkig gemaakt dat ik u woensdag gezien heb. Ik hoop als alles goed gaat nog eens met Pa mede te komen. Mijn Zeer Lieve jongen Zaterdag 15 was het een jaar geleden dat u aan de koffietafel mij attent maakte dat het de verjaardag was van Onze Lieve Vrouw der zeven weeรซn (u bedoelde immers mij) en “binnen 2 dagen” zoo zegde gij mij, “is het de verjaardag van de 5 gestigmatiseerde wonden van den Heiligen Franciscus, u weet wel moeder dien Heilige waar voor u altijd een bijzondere vereering had”. Wel mijn liefste kind die laatste woorden welke u tot Pa en mij sprak zijn ons toch zoo bijgebleven. Was het op dien stond Onze Lieve Heer niet die u die woorden ingaf. (/zin geschrapt door censuur/) Had u niet dezelfde houding (/gedeelte zin geschrapt door censuur/) in โ€™t stof, de armen ten hemel gericht: zooals den Heiligen Franciscus zelf. Daarom is het dat ik die dagen in โ€™t gebed herdacht voor u en al mijn vertrouwen op God te stellen, en voor u in vereering te staan, zoals ik het voor den Heiligen Franciscus deed. Pa en ik ook uw Broer leven met u en deelen uw leed. Fernand dit boek hebben wij nog niet ontvangen. Moeten wij nog eens schrijven? Mijn vriendin, juffrouw (naam geschrapt door censuur) is vandaag naar Brugge naar haar familie. Ze zou dien brief toonen van Keltje waarin ze over u bekommerd was. Wij trachten ook een paar oude bruine schoen [sic] te vermaken, โ€™t ware jammer om die schoone schoen daar te verslijten. Uwe blauwe vest is klaar wij zullen hem mede brengen. Wij verwachten uw tweede briefje, u kunt misschien wel een copie er op schrijven om als u het goed vindt, wij nog eens naar dien boekhandel kunnen schrijven om dien boek. Intusschen stellen het Pa en ik goed met onze konijnen en onze hennen. Dit haantje dat u niet mocht hebben smaakte ons maar deerlijk., โ€™t werd met hartpijn en lange tanden door ons opgegeten. Maar wij hopen u binnenkort thuis te hebben. Uw liefhebbende Ouders. XX.

De data van de vermelde heiligendagen kloppen.
15 september is nog steeds de feestdag van Onze-Lieve-Vrouw der 7 Smarten (“Weeรซn).
17 september is de feestdag waarop gevierd wordt dat Sint-Franciscus de stigmata ontvangt. Hij wordt ook algemeen gevierd op 4 oktober, Werelddierendag (zie: Heiligennet – Sint Franciscus).

Enkele voorbeelden waarin deze scรจne wordt afgebeeld:

ca 1250, Maestro del San Francesco Bardi

1295-1300, Giotto di Bondone

1420, Lorenzo Monaco

Uiteindelijk zou het nog vier jaar duren voor moeder en zoon opnieuw verenigd zouden worden. Toch sloot ze iedere brief af met dezelfde woorden: “wij hopen u binnenkort thuis te hebben”. Ontelbare malen stond ze achter het keukenraam met de verrekijker (van Nands vader, die zeeloods was) te speuren of Nand niet ergens in de verte opdook uit de richting van het station van Gistel.

Opmerking: de volledige en chronologisch geordende briefwisseling (een 200tal brieven) is te vinden op de pagina “Celbriefwisseling met ouders“.

Misschien is de verwijzing van Nands moeder naar Franciscus die, zoals op de afbeeldingen,ย  “met de armen ten hemelen geknield de stigmata ontvangt” voor de censuur een brug te ver?
Ze schrijft:
en ‘binnen 2 dagen’ zo zegde gij mij ‘is het de verjaardag van de 5 gestigmatiseerde wonden van den Heiligen Franciscus, u weet wel moeder dien Heilige waar voor u altijd een bijzondere vereering had’“.

Maar vermits het Nand is die deze woorden tot zijn moeder spreekt (“zo zegde gij mij”) is het hij die zijn moeder wijst op de komende feestdag in verband met Sint-Franciscus: het ontvangen van de stigmata. Nand leert zijn moeder iets dat ze nog niet wist over deze door haar vereerde heilige, nl. wanneer het die bepaalde feestdag was, want: “ge weet wel moeder dien Heilige waar voor u altijd een bijzondere vereering had“.ย  En het blijkt dat ze zeer goed geluisterd heeft en dat Nands woorden een diepe en onvergetelijke indruk nalieten op haar: een jaar later weet ze het nog, want ze schrijft haar brief net op 17 september, de door Nand bedoelde feestdag.

Het is misschien maar een klein detail uit een brief, maar het toont hoe Nand een diepe liefde voelt voor zijn moeder, een liefde die wederzijds is, ze heeft het ook onmiddelijk door bij Nands opmerking over Onze-Lieve-Vrouw der 7 Weeรซn, want ze schrijft: “u bedoelde immers mij” (*lees over deze “smarten” van moeder onderaan deze pagina).
Nand was geen echte misganger, zijn moeder wel. Maar hij heeft een mateloze bewondering voor het religieus erfgoed wereldwijd, een onbedwingbare interesse voor mystiek en het mysterieuze, met een brede filosofische en historische kennis en isย  goed op de hoogte: hij weet de juiste snaren te raken.

Het lijkt me zeer waarschijnlijk, gezien de “vereering” die Nands moeder had voor Sint-Franciscus, dat er een afbeelding van hem ten huize hing. Zij was een diep gelovige vrouw, met ook, zo blijkt hier, een sterke Mariale devotie.

Over welk “boek” Nands moeder het heeft is mij (tot nu toe) onbekend, maar in het Celdagboek (*) van Nand staan verschillende lijsten van boeken rond deze periode, zie het hoofdstuk “Poรซtisch Celdagboek“.

Opmerking: Door deze brief kennen we de exacte dag waarop Nand van huis werd weggevoerd door de precieze details. Het vonnis vermeldt echter als begin van Nands gevangenschap “14 september”. Waarschijnlijk wordt hier verwezen naar de datum waarop het arrestatiebevel werd uitgevaardigd.
Nands moeder schrijft ook: “Wij verwachten uw tweede briefje”. Nand schreef daaarvoor in het eerste jaar van zijn gevangenschap veel meer brieven naar zijn ouders, die werden blijkbaar niet doorgestuurd (of tegengehouden). Pas anderhalf jaar later, in 1946, kwamen enkele van deze brieven uit dat eerste jaar gevangenschap alsnog aan. Sommige brieven van Nand uit die periode zijn dus gewoon “verdwenen”.

Een toegevoegde foto van Nands moeder uit een celbriefย  met vermelding achterzijde: “Getrokken voor mijn zeer lieve jongen den 4 augustus 1946. Nu ben ik 65 jaar. Uw moeder“. Zelfs de foto draagt een censuurstempel.

Nands moeder heeft hem slechts รฉรฉn keer bezocht in oktober 1944 te Brugge, daarna kon ze het niet meer aan. Nand schrijft in zijn memoires:

“Nooit vergeet ik dat eerste bezoek, als vader en moeder mij van achter dat kippengaas dapper toelachten.ย  Voor mijn moeder, wier gezondheid tegen de verplaatsing en de emotie niet bestand was, vergde zoโ€™n bezoek te veel van haar krachten.ย  Voor haar is het dan ook bij dat eerste bezoek gebleven. “

Dat betekent dat ze haar zoon de volgende vijf jaar nooit meer in levenden lijve heeft teruggezien. Ik probeer het me voor te stellen bij mijn eigen kinderen, ik kan het niet.

Op het einde van zijn memoires deze passage, maar nu vijf jaar later, na Nands vrijlating en de thuiskomst:

“Het wederzien met mijn goede moeder na vijf jaar opsluiting is niet onder woorden te brengen. Wij vonden toen ook geen woorden. De onstuimigeย  omhelzing die men in films of boeken bij dergelijke omstandigheden pleegt te zien, bleef achterwege. Wij wendden ons eerder van elkander af, in de greep van een ontroering die te groot was om om โ€™t even wat te zeggen of te doenโ€ฆ Het mens liep als hulpeloos in en uit โ€“ tot de eerste schok voorbij was en de ontroering bezonk tot stille en innige vreugde. Dan nog was er niet veel te zeggen.
Het was voorbij.”

Updateย (juni / november 2021)

Ondanks verwoede pogingen met alle mogelijke middelen en foto bewerkings programma’s slaagde ik er gedurende jaren niet in de gecensureerde tekst te ontcijferen. Tot ik een reportage zag over de restauratie van Het “Lam Gods”, het werk van de gebroeders Van Eyck (ca 1432), waarin met speciale apparatuur verschillende verflagen konden blootgelegd worden.

Ik richtte me tot mijn Alma Mater, de KUL.

De gecensureerde passage werd uiteindelijk ontcijferd in het labo van de KUL LCS Digitisation and Document Delivery / Ancient History / NMBSIย  (bib KUL Ladeuzeplein, Leuven). Er werd gebruik gemaakt van fotospectometrie: infrarood en ultraviolet licht.
Ontcijferde passages in vetjes:

” (…) en binnen 2 dagen zoo zegde gij mij, “is het de verjaardag van de 5 gestigmatiseerde wonden van den Heiligen Franciscus, u weet wel moeder dien Heilige waar voor u altijd een bijzondere vereering hadโ€. 15 minuten later kwam men u aanhouden en nadien u martelen. Had u niet dezelfde houding aangenomen, op uwe knieรซn in โ€™t stof, de armen ten hemel gericht: zooals den Heiligen Franciscus zelf.”

Foto van het onderzoek: bovenaan de gecensureerde passage, daaronder het resultaat van de fotometrische analyse en onderaan een uitvergroting van het moeilijkst te ontcijferen woord: “martelen”:

Beeld tijdens het onderzoek in het fotospectrometisch labo:

Voor de censuur waren de combinatie van de woorden “aanhouden”, “op uwe knieรซn” en vooral “martelen” een brug te ver. Op geen enkele manier mocht blijken dat een aanhouding bv. zeer ruw was verlopen. Er werd dus zeer nauwgezet nagelezen . Met de doorstreepte passages blijft de zinsconstructie overeind.
Men is er niet in geslaagd de doorstreepte naam wat verder zichtbaar te maken.

Nand schreef over die bewuste dag het volgende in zijn memoires (en ook hier dezelfde teneur als hierboven bij het weerzien: “in de werkelijkheid weet niemand wat gezegd”):

“De vijftiende september hield de beruchte taxi voor de deur stil.ย  Twee mannen met mitrailletten gewapend zaten op de radiator, alsof zij uitgetogen waren om een gevaarlijk gangster onschadelijk te maken.ย  Een rijkswachter belde aan en liet een briefje zien door de burgemeester ondertekend: ik moest voorgeleid worden.

Dat was niet in orde met de wet [nvdr: Nand was advocaat], en ik trachtte het de rijkswachter aan het verstand te brengen.ย  Maar hij bleek niet bereid om over dingen als wettelijkheid van gedachte te wisselen.ย  Rood van woede snauwde hij mij toe: โ€œAls ge nog iets zegt, neem ik A zoe mei!โ€ย  Daar ik toevallig op mijn kousen was, en half aangekleed, heb ik maar geen beroep op de wettelijkheid meer gedaan.

Dat afscheid โ€ฆย  In boeken worden in dergelijke ogenblikken schone woorden gesproken, in de werkelijkheid weet niemand wat gezegd.ย  Ik maakte er geen melodrama van, en deed maar alsof het voor korte tijd was, al wist ik wel beter.ย  De manier waarop de berechting zou voltrokken worden bleek al uit heel dit voorspel โ€“ die kerels met de mitrailletten gaven de toon aan.ย  Ik stapte in de wagen en wij reden voort โ€“ op de drempel van het huisje met de zonnebloemen stonden twee radeloze oude mensen.”


Het was een zeer emotioneel moment toen ik voor de eerste keer, na zo veel jaren speurwerk, het ontcijferde woord “martelen” voor ogen kreeg. De hele scรจne aan de gezellige koffietafel toen, wat er gezegd werd en het contrast met de onmiddellijke aanhouding net daarna, en het door mijn grootmoeder opgeroepen beeld van Sint-Franciscus, de stigmata, de Zeven Weeรซn, enz…ย  het leek wel een scรจne uit een film die voor mijn ogen werd afgespeeld, alsof ik er zelf bij was.

Nand heeft hier nooit over gesproken. Zelfs in zijn memoires schrijft hij niet expliciet over hoe die aanhouding nu precies verlopen was. Pas nadat ik de ontcijferde passage voor ogen kreeg en die combineerde met Nands beschijving van het tafereel besefte ik wat moeder bedoelde met “martelen” en “op uw knieรซn”: Nandย  zal zeer waarschijnlijk op dwingende wijze aangemaand zijn om onmiddellijk op de knieรซn te gaan met “hulp” van de “mitrailletten”.

De twee foto’s hierboven van Nand met ouders en de foto die Nands moeder hem stuurt zijn allebei getrokken op de plaats waar dit alles zich afspeelde.

Een mooie vondst: Nands moeder stuurt op 1 januari 1947 naar Walter, oudste zoontje van Nands jongste zus Jetje, deze kaart (ze was zijn meter), een aquarel van Nands hand. Op de voorzijde duinen en zee, gedateerd op 21 augustus 1945 te Sint-Kruis, dus een kleine maand voor de gescensureerde brief. Nand zal nooit de plaats tekenen waar hij gedwongen “zijn tijd” moet doorbrengen, hij creรซert een wereld waarin het goed toeven is.

Zicht op strand en duinen, aquarel door Nand getekend in IC Sint-Kruis, Brugge, 21 augustus 1945

Op achterzijde schreef Nands moeder:

Gistel, den 1-1-47

Mijn Liefste Waltertje.
Pepee en Memee Vercnocke bedanken u voor uw schoone nieuwjaarsbrief en uwe beste wenschen. Uw Kerstdag kaartje was ons ook zeer welgekomen.ย 
Wij bewonderen uw schoon geschrift. Wij zien dat u een zeer brave jongen zijt. Dit zijn hier twee schilderijtjes van uwen Onkel Fernand dat hij zelf geschildert [sic] heeft. Ik hoop dat ze uw aangenaam zullen zijn. Hierin gesloten 200 frs voor u beider nieuwjaar.
Vele kusjes van Pepee en Memee Vercnocke

(nvdr: “u beider”: Walter had nog een jongere broer Arnold, zie infra)

Bovenstaande samenloop van omstandigheden werd dan nog versterkt, enkele feiten:

+ Het ’toeval’ wil dat ik nu, na het overlijden van mijn moeder in 2015, verhuisd ben en recht tegenover een beschermde kapel van Onze-Lieve-Vrouw der 7 Smarten woon.

Het huis dook toen plots op na weken van googelen, het was slechts enkele kilometer verwijderd van de plaats waar ik vijf jaar inwoonde bij moeder (dat huis was ondertussen verkocht). Op de verjaardag van mijn zus, 21 mei, diende ik meteen een aanvraag in bij het immobiliรซnkantoor tijdens mijn plaatsbezoek. Ik trok in op 1 juni… mijn verjaardag.
+ De oudste zoon van Nands jongste zus Jetje, Walter (zie infra), een begenadigd kunstenaar, maakte ooit een kunstwerk getiteld “Zeven Weeรซn” , het zijn zeven grote koperen platen die in Ieper, waarhij woont, nog steeds te bezichten zijn, als een soort Mariale kruisweg.
+ De man die in het KUL labo er in slaagde de gecensureerde passage te ontcijferen heeft dezelfde voornaam als mijn grootvader, รฉn het is ook mijn derde voornaam, evenals de voornaam van mijn tante Jetje (zus van Nand) in de vrouwelijke vorm.
+ September lijkt voor mij wel een erg ‘vruchtbare’ maand, niet alleen trouwden mijn ouders op 29 september (feestdag van Sint-Michiel), maar als ik goed gerekend heb is het ook de maand van mijn verwekking.

Zou dat alles ook “een ingrijpen van hogerhand” geweest zijn?


Nand: “Brussel Gedenk”, olieverf op hout, 120x70cm, 1967 (= voorstelling van de Aartsengel Michael in gevecht met het kwade, het beeld staat op het Stadhuis van Brussel, hij is de patroonheilige van de stad, niet toevallig schildert Nand op de achtergrond het Justitiepaleis, dat wat verder staat, een doek dus met een duidelijke boodschap, vandaar de titel, Nand schreef er ook enkele gedichten over, zie de pagina “Nand – Poรซzie“.


NOTEN

(*) u bedoelde immers mij: de moeder drukt hier uit dat ze ook “een vrouw van “weeรซn” (smarten) is, niet gespaard door het lot, en dat ze weet dat Nand dat beseft en haar dat waarschijnlijk al een paar keer verteld had.

Daarom even een opsomming van wat die smarten voor Nands moeder kunnen zijn op dat ogenblik (september 1945).

De smarten van Nands moeder

Het gezin van Nand telt vier kinderen.

+ In oktober 1914 liet het gezin have en goed achter in Oostende en vluchtte op het nippertje voor het aanstormend geweld van de Eerste Wereldoorlog met de laatste mailboot naar Engeland (Aylesbury, tussen London en Oxford).

Nand beschrijft in zijn “Jeugdherinneringen” de overtocht, hij was toen bijna 6 (met superscript en paginanotering omdat dit en kopie is van een hoofdstuk uit deย  -nu nog geslotenย  – website):

Maar toen sloeg het noodlot ook in ons eigen leven in toen wij zelf het ruime huis in de St Jorisstraatย (17c)ย moesten vaarwel zeggen, alles achterlaten en inschepen naar Engelandโ€ฆ De loodskotters โ€“ niet al te ruime zeilschepen kregen ene onverwachte lading vrouwen kinderen koffers en haastig toegeknoopte bundels aan boord. Wij waren plots vluchtelingen op de dool naar een onbekend doelโ€ฆ De 14deย oktober zeilden wij in de nacht de haven van Oostende uitย (18). Rondom ons lag een donkere, zware, glimmende zee waarin groene vlammen fosfoor onheilspellend flitsten. De zeilschepen zouden nog diezelfde nacht ingehaald en teruggestuurd worden, om โ€™s anderendaags weer en deze maal voorgoed te vertrekken. (21) Het zou een beslissende ommekeer in mijn leven betekenen. Maar voor ons kinderen was dit alles een bevreemdend en niet onaardig avontuur. Veilig onder mijn matrozenbloesje geborgen, droeg ik mijn geliefkoosde driemaster mee die ik inderhaast nog had gered.

Terwijl de zeilkotters langzaam naar โ€™t Westen stevenden, deden de eerste Duitse voorhoeden hun intrede.

Het was mijn eerste tocht op zee en de grote gebeurtenis uit mijn leven. Dit was geen spelen meer op een wrakke walvisboot of het heimelijk wippen op โ€™t dek van een schuit aan de kade gemeerdโ€ฆ Dit was de zee. En staande aan de beschansing bij โ€™t opspattende buiswater, voelde ik mij de man die het stampende schip naar zijn bestemming voerde โ€“ tot de wind verdapperde en de boegzee en het met mijn macht uit was.

Het was een echt konvooi dat Oostende op het laatste ogenblik ontglipt was. Rondom ons stevenden schepen van alle slag, ook de staatspakketboten die in de radeloze drukte van de kade veel volk hadden moeten weigeren. Een van de schepen die ons inhaalden was een voorvaderlijke bodem met โ€™n schepwiel aan elke boord. Met het (22) indrukwekkend vertoon van zijn ontzaglijke raderen, in een wolk van opstuivend schuim maalde het smalle schip met de twee dunne kachelpijpen voorbij. Achter zich aan liet hen een wielende melkwitte streep: het wilde zog dat het over de grauwe zee had getekend, en boven hetwelk een wolk witte meeuwen kibbelend krijtte.

Naarmate wij Engeland naderden ging de wind opsteken โ€“ zodat de schepen meer en meer uit elkaar raakten โ€“ en de slingerende kotters met het benauwde? ruim voor al die vrouwen er geen al te gezellig verblijf was โ€“ heel die mensenlast diende op een cargo overgebracht. Daar heb ik het voor het eerst meegemaakt wat het betekent bij zwaar weer volk in een boot te zetten. De landman kan zich daarover moeilijk een voorstelling maken. De broze roeiboot wordt nu eens haast tot boven de beschansing van het grote schip opgetild, een oogwenk daarna wordt (hij) op een tiental meter afstand in een golfdal weggezogen, zodat men er op neerziet als uit de venster van een eerste verdieping. Zo werden menigen aan boord van de loodsboot โ€“ onder dewelke ik โ€“ met de weinig overblijvenden eindelijk ook te Folkestone aan wal gebrachtโ€ฆ (23) Wij werden door het vluchtelingencomitรฉ liefderijk onthaald โ€“ het woord is niet te sterk. Wij kregen erwtensoep met grote vierkante sneden brood voorgezet, welker afmetingen mij nog verbazenโ€ฆ Daarna werden wij over steden in โ€™t binnenland verdeeld. Na wat omzwerven kwamen wij inย Aylesburyย (19)ย terecht, waar mijn vader, dankzij zijn kennis van โ€™t decimaal stelsel, een baantje kreeg als ontleder in een boterfabriekย (20)ย 

Het zal in Engeland geen gemakkelijke aanpassing geweest zijn (bv. de taal), in een vreemde omgeving en andere culuur.
Vijf jaar later, bij terugkomst in Oostende,ย  bleek het huis waar ze woonden bezet door anderen รฉn moest daarenboven nog huur betaald worden van de voorbije vijf jaar, en… volgde een nieuwe aanpassing (Nand kon nog nauwelijks Nederlands praten). Zijn verdere leven zou hij hardop in het Engels blijven tellen wanneer hij moest afrekenen, bv voor de melkboer, zo’n scรจne staat me nog goed voor de geest, en ik was best wel fier dat dat zo vlot ging in heel mooi “high brow English“. In Engeland moest hij trouwens een klas hoger opschuiven omdat hij altijd de primus was van zijn leeftijdsgenoten, dus toch niet zo open-minded dat schooltje.

Nand was heel fier op deze “first prize”, die hij in die school won, een boekje met tekst en afbeeldingen “The Story of the Plants. Wonders Of Plant Life”, ik vond het in een aparte omslag in het archief. De juf schreef bovenaan.

“”1st Place in Form II. Easter Term 1916. Aylesbury Grammar School”,

met opvallende afkortingen voor zijn naam (3 x FV) en de school zelf (3 x AGS), wie weet zelf gedrukt met bv een aardappel.

ย  ย 

Nand schrijft in zijn “Jeugdherinneringen:

Het was een leeftijd waarop men spoedig inburgert en er werd mijn daar een plooi gegeven die mij voor het leven zou bijblijven. Niet dat er in die Grammar School veel gestudeerd werdโ€ฆ Ik die naar beproefde vaderlandse zede vlijtig had geblokt, stond erbij verbijsterd als ik hoorde dat ik de eerste van mijn klas wasโ€ฆ Het boekje dat ik toen als prijs kreeg en dat ik nu na haast een halve eeuw nog niet verloren heb vermeldt het voor mij heuglijk feit met de datum Easter 1916โ€ฆ De naam van de lerares was Miss Taffo”.

Dat Nand schrijft op die school “een plooi te hebben gekregen voor het leven”, o.a. door dit boekje, bewijst zijn gedicht “De Tuin”, dat besproken wordt op de pagina “To Escape! Het motto van Sim“, ookย  het feit dat hij zich 50 jaar later nog de naam van zijn lerares herinnert ondersteunt dit.

Het gezin in Engeland:

Vlnr: Nand (in het ‘matrozenpakje’ van hierboven), vader, Jetje, Marie-Louise (staand), moeder en Robert (ca 1916). De foto bewijst dat, ondanks de omstandigheden, er voor gezorgd was dat de waardigheid, het “decorum”, bewaard bleef. Ik vermoed dat Nands moeder daar een grote rol in speelde.

Vlnr: Nand, zus Marie-Louise, een soldaat die in Engeland met verlof was uit de Vlaamse frontstreek en loopgraven, moeder, broer Robert, zus Jetje:

Nand met zus Jetje (zonder jas, waarschijnlijk uit dezelfde reeks opnames, achterzijde vermeldt: “In Engeland”):

+ Robert geboren in 1903, de oudste, emigreerde na de Eerste Wereldoorlog naar de Verenigde Staten van Amerika, hij was er radio-operator op de scheepvaart tussen Noord- en Zuid Amerika (de zgn .โ€œGreat White Fleetโ€ van deย United Fruit Company, zijn schip was de SS Musa). Dat voelde een beetje als een verloren zoon, zeker omdat hij daar trouwde en drie kinderen had. Bezoek naar het ouderlijk huis in Oostende was dus erg uitzonderlijk. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was bezoek al helemaal onmogelijk en was de correspondentie tussen Robert en zijn familie in Belgiรซ zo goed als onbestaande. In een brief aan Nand van 17 oktober 1944 schrijft ze:

De eene dag ben ik wat meer moedeloos dan de andere maar ik en Pa wij moeten leven voor u. Van uw Broeder is er ook nog geen nieuws. Zou den sukkelaar dan toch getorpedeerd zijn laat ons hopen van neen“.

Robert in de radiokamer van de SS Musa met hoofdtelefoon:

SS Musa (op “image resulting from glass plate negative“, 8/9/1934):

“The Great White Fleat” promotie poster:

Postzegel Honduras met poststempel vanop de SS Musa “United Fruit Company, Steamship Service, High Seas, Apr 1, 1933, Purser, S/S Musa” (1 April!):

Waarom Robert naar USA emigreerde: hij werd verliefd op een Amerikaanse, Gertrud, waarschijnlijk tijdens een tijd aan wal. Gertrud (“Gertie”) was een plaatselijke “pagean” winnares (schoonheidswedstrijd), dat zal er ook wel mee te maken hebben. Echter, ergens in de tijd voor de oorlog begon het huwelijk te sputteren, er kwamen advocaten aan te pas, een vechtscheiding dus, maar het is nooit zover gekomen. Ook dat moest Nands moeder verwerken.

Eรฉn van de weinige foto’s van Roberts gezin op bezoek in Oostende, hier getrokken voor de Koninklijke Gaanderijen, ca 1935. Met Gertrud en dochters Frances en Helen. Zijn oudste zoon Henry (de naam waarover ik hierboven had, genoemd naar zijn grootvader Hendrik) hier niet op de foto, misschien is hij de fotograaf? Henry was toen 7.

+ Marie-Louise , geboren in 1903, op 1ย  juni (ook mijn geboortedag). Zij overleed in 1931 door een longontsteking, opgelopen in de winter tijdens het uitdelen van voedselhulp aan zij die het nodig hadden. Ze was toen 27 jaar. De liefdadigheidsinstelling waarvoor ze toen vrijwillgerswerk deed bestaat nog steeds: Sint-Vincentius.

Marie-Louise:

Marie-Louise Vercnocke

 

Af en toe schilderde ze ook (handtekening + datering 1922):

Toen mijn jongste zoon Wide in de media verscheen met zijn graphic novel “Drieman” (maart/april 2020, in volle lockdown), werd ik gecontacteerd door J.L. Van Wassenhove die in zijn familiearchief een “poรซzie” schriftje had gevonden (dat kinderen vaak gebruiken) met daarin een versje en haar naam eronder (ze was toen 16), gedateerd op 12 april 1919. Het is รฉรฉn van de vele rijmpjes die door generaties nog steeds worden overgeleverd, uitermate geschikt voor poรซziealbums (nu is dat bv Instagram). Toen hij de familienaam van Wide hoorde op de radio, ging er een lichtje branden.ย 

Fellow feeling makes us wondrous kind,
Perhaps the poet would have changed his mind,
If in a crowded street he chanced to find,
A fellow feeling in his coat behind.

De eerste versregel is een bekend spreekwoord (proverbial saying) dat vaak gebruikt wordt, soms toegeschreven aan Alexander Pope (1688-1744). Het hele gedichtje speelt met de eerste twee woorden. Gewoonlijk worden die als รฉรฉn woord beschouwd, gescheiden door een koppelteken: ‘fellow-feeling’ย  (= medegevoel’, ‘sympathie’, ‘verbondenheid’, ‘menselijkheid” ).ย  Maar in de laatste versregel wordt de afzonderlijke betekenis gebruikt: ‘a fellow’ – een kerel – ‘feeling’ – die voelt – in dit geval in de jaszak van de dichter, een zakkenroller dus. Het is een grappige waarschuwing om niet te goedgelovig te zijn.

Het gezin bevond zich toen nog in Engeland en keerde pas terug in oktober 1919. Het is weer zo’n wonderbaarlijke speling van het lot dat dit zomaar komt binnengewaaid. De bezitster van dit poรซziealbumpje behoorde dus ook tot een gevluchte familie, zo werd mij verteld, en kenden elkaar al van voor de oorlog in Oostende. Waarschijnlijk hebben ze elkaar in Engeland ontmoet of gekruist.

Rouwprentje van Marie-Louise:

En ook hier een “toevalligheid”, zoals gezegd: Marie-Louise en ik delen dezelfde geboortedag: 1 juni, maar ze deelt daarenboven met Sim haar sterfdag: 13 maart.

+ Jetje, geboren in 1909, lievelingszus van Nand, hij was de peter vanย  haar jongste zoon Arnold die overleed in 2009.ย  Haar oudste zoon, Walter, overleed op 22 december 2022 en verzorgde nog trouw en toegewijd bijna wekelijks met zijn echtgenote haar grafsteen (infra).

Jetje op het strand te Oostende, met parasol, en later met familieleden Tante Clara en echtgenoot Nonkel Henri (!), eerste zoon Walter in de kinderkoets:

Evenals haar broer Nand en zus was ze ook kunstzinnig aangelegd, ze volgde de tekenacademie te Oostende. Jetje en Mimi (zus van haar schoonvader) waren beste vriendinnen en worden daar vermeldย  bij de eerste leerlingen van de heropgerichte vrije Kunstacademie te Oostende tussen 1934 en 1940. Zij moesten toen Gustaaf Sorel (kunstschilder en tekenleraar) bijstaan die de jongeren niet de baas kon (zo vertelde Walter mij ooit gehoord te hebben van Mimi).

Hoeves in de duinen (olieverf op doek, gesigneerd met “hvercnocke”, haar officiรซle voornaam was “Henriette”, niet gedateerd):

Zij overleed op 21 juli 1939,ย  nationale feestdag, twee dagen na haar 30ste verjaardag, en acht dagen na de geboorte van haar tweede zoon.
Sim vetelde mij ooit: “overleden in het kraambed”.
Twee maanden later brak de Tweede Wereldoorlog uit.

In het parochieblad van zondag 20 augustus 1939 wordt zowel het doopsel van haar zoon Arnold (Seys) als haar overlijden vermeld in dezelfde kolom, het is alweer een confronterende vaststelling voor Nands moeder.

Over haar werd blijkbaar na haar overlijden geroddeld, de juiste toedracht is mij onbekend. Walter, haar zoon, vertelde mij gehoord te hebben later “dat het kind misschien te vroeg na hem kwam?”. Maar ook dat is niet zeker. Sim heeft het mij ooit verteld, maar ik kan het me niet meer herinneren.

Nand schrijft het volgende in een brief aan zijn ouders tijdens zijn mobilisatie in 1939-1940 (de zgn “Schemeroorlog“), hij was toen onderluitenant in het Belgisch Leger. Het feit dat Nand peter was van Jetjes tweede zoon zal zeker een rol gespeeld hebben:

“Gent, den 3.XII.39.
Beste ouders,
Het is zondagmorgen, ik heb zo-even een paar spiegeleieren gegeten en mijn stoof aangestoken. Het is helder weer. Straks ga ik in de stad, er zijn hier n.l. doorlopend schilderij tentoonstellingen. Gelukkig dat ik dat nog heb. Een beetje kontakt met de wereld van de kunst waarbij ik rechtens behoor. Dezen namiddag, indien ik erin slaag, ga ik voor een wandeling langs de Leie.
Ik weet nog niet precies wanneer ik nog eens naar huis kom, daar de kommandant die de verlofbrieven moet teekenen afwezig is. Het zal in alle geval het einde van deze week of het begin van de volgende zijn. Voor wat dat laag-bij-de-grondsch geklets over Jet betreft: wij moeten slechts รฉรฉn bekommernis hebben: ons er boven te houden. Haar gedachtenis zelf beveelt het. Zij zelf zou zich tegenover dergelijke dingen waardig en koud gedragen hebben. Wij zullen niet in de straat afdalen om met al dat gespuis te onderhandelen. Wij zullen rustig blijven in onze zekerheid dat het leugen is. Wij zullen er ons niet door laten uit het veld slaan of ter neer drukken. Onze waardige stilte zal een kracht zijn waarop de leugen tenslotte zal afschampen. Overigens een rechtgeaard mensch zal weten dat allรฉรฉn vurige lasteraars en achterbuurt-volk de nagedachtenis van een doode besmeuren tot eigen rechtvaardiging. Alleen de lieden die uit dezelfde stof gesneden zijn: de eerroovers en praatjesventers zullen hun walgelijke waar gaan ronddragen. Voor hen kunnen wij alleen verachting hebben. Zij zullen onze herinnering, onze eeredienst van een schoone doode niet vermogen te storen, verschanst als wij zijn in onze stilte. Zij, de levende geruchtmakers, de straatkklappeien, weten niet dat elke verloren doode ons leven rijker maakt en een wijding schenkt die zij niet eens bevroeden. Onze dooden zijn ons schoonste bezit: zij zijn ons meer nabij, wij hebben ze meer lief dan de levenden zelf. Het verlies van wat ons het liefst was is onze schoonste verworvenheid.
Tusschen de vier kale muren van mijn cel โ€“ als ik eens voor een uurtje bevrijd ben van wachtkloppen en karweien โ€“ denk ik dikwijls aan hรกรกr. En het is vreemd, ik heb het gevoelen dat zij nog leeft, dat zij lรฉรฉft wezenlijker dan vroeger, omdat zij bestendig woont in ons. De dooden die schoon geleefd hebben, leven veel langer dan veel levenden. Hun gedachtenis is in ons als een kracht: een beginsel dat macht bezit over ons leven, ons vรณรณr gaat en voortstuwt tegelijk.
Zeker van dit bewustzijn, moeten wij niet eens treuren. Dit vast te stellen is geen droefheid meer maar de hoogste vreugde. En laat ze dan maar met slijk werpen. Uw Fernand”.

Dit is รฉรฉn van de weinige brieven die ik vond van Nand waarin hij met dergelijke bewoordingen en met zo’n heftigheid tekeergaat. Het komt van heel diep.

Opmerking: Nand schrijft: “Dezen namiddag, indien ik erin slaag, ga ik voor een wandeling langs de Leie”, diezelfde Leie zal een cruciale rol spelen in de liefdesgeschiedenis tussen hem en Sim, 11 jaar later, in 1950, zie deze passus op de pagina “To Escape! Het motto van Sim“.

In interneringscentrum Sint-Kruis schreef hij voor zijn geliefde zus Jetje dit gedicht:

Gedachtenis aan een overleden zuster

Zo zat ik bij haar bed, en leed dewijl ik lachte,
ik lachte wijs en stil dewijl ik spraakloos leed ;
zo zat ik bij haar bed, als een die zwijgend weet,
die huivrend voor het eind, zit op het eind te wachten

o Dat zij sterven moest en toch niet wilde sterven,
en stierf, gelijk de zon in smartlijk avondroodโ€ฆ
Zo moest haar moe gelaat, gesloten in den dood,
bij โ€™t uiterste vaarwel, der doden vrede derven.

Want zij was eenzaam hier, zo mild, zo onvoldaan,
zij zag op kleinheid neer, en vond een klein bestaan,
alleen met haar gevoel in eng gedrang vernepen.

Hoe liet zij mij verweesd toen zij haar kroost ontviel,
zij meer dan moeder mij, volkomen zusterzielโ€ฆ
o Rover Dood, gij zwijgt, en ik ga onbegrepen !

De versie uit het manuscript in het celdagboek van Nandย  (zie ook “Addendum”). Bovenaan staat in potlood “47”, toen bevond hij zich in de Gevangenis van Antwerpen (Begijnensraat), maar rood onderstreept onderaan staat “St Kruis”, dit is dus overgeschreven van een eerste manuscript, waarschijnlijk op een los blaadje toen in Sint-Kruis (1944-1945).

Jetjes rouwprentje:

Opvallend hier: er wordt geen geboortedag vermeld (die is 19 juli 1909), enkel de sterfdag:ย  21 juli 1939, toch uitzonderlijk voor een rouwprentje vind ik. Misschien heeft het iets te maken met datgene waar Nand over schrijft, of omdat ze net twee dagen na haar verjaardag overleed? Overlijdensdag die ze trouwens deelt, jaren later, met haar broer Robert (zie infra): de nationale feestdag.ย 
In een ander hoofdstuk ga ik daar dieper op in.ย 


+ In maart 1993 had ik het lumineuze idee Sim te interviewen omdat ik toen de familiestamboom onderzocht (gedocumenteerd, langs vaderszijde, gaat die terug tot een”magister physicus” uit Antwerpen in de 13de Eeuw).ย 
Ze toverde onmiddelijk haar (schoen)doos tevoorschijn met een massa familierouwprentjes. Je hoort op de achtergrond hoe ze lukraak in de doos graait en het verhaal van het overleden familie vertelt. Het leek wel of deze prentjes hen tot leven brachten door de woorden van Sim en met ons de ruimte deelden.ย 
We hebben 2 cassettes van tweemaal 45 minuten volgepraat dat is drie uur, en af en toe pauseerden we, voor we het wisten was het middernacht.ย 
Ik kan het iedereen aanraden, zeker in deze smartphone maatschappij: trek erop uit en interview je ouders, grootouders etc. Ik bedoel daarmee niet de obligate “feestfilmpjes”, neen: een echte one-on-one, bereid je een beetje voor, weet wat je zeker wil vragen.ย 
Ik ben er nu zeer gelukkig mee, want die drie uur zijn een goudmijn voor deze biografie.
In dit fragment vertelt Sim over de zussen van Nand en wat hen overkomen is, ze eindigt hier met te zeggen “dat was een triestige zaak”.ย 
Nu ik dit fragment opnieuw beluister moet ik vaststellen dat ik geen goede vraagsteller was toen, ik onderbreek Sim vaak op momenten waarvan ik nu hoor dat ze iets belangrijk wou zeggen.ย 

Sim citeert Nands moeder die haar vraagt: “Is ’t nog ni Montje”, ze wou weten of Sim al zwanger was (“Montje” is de koosnaam van Nands moeder voor Sim, die voluit “Simonne” heet). Ze heeft het niet meer mogen meemaken.
Ook heeft Sim het over de grafsteen van Jetje. Hier een foto bij mijn bezoek aan het graf met ernaast haar zoon Walter (27 september 2017).
Het graf wordt goed onderhouden. Het arduin ligt er mooi bij, tegenover de grijze graven ernaast, verweerd en besmeurd door de bomen en de tand des tijds.
Walter vertelde mij: “het is mijn echtgenote die schuurt en ik loop heen en weer met emmers water, pluk wat onkruid en kijk of het goed is”.
Hij was slechts 1 jaar en 3 maanden oud toen zijn moeder overleed, en vierde in april jl. zijn 84ste verjaardag, en is in goede gezondheid (na enkele operaties). Hij heeft geen herinneringen meer aan zijn moeder (althans niet bewust) maar de liefde die hij voor haar voelt is een bewijs datย  moeder nog “leeft”.
Van zijn moeder erfde hij zeker haar artistieke begaafdheid: hij is een begenadigd kunstenaar.
Toen we samen voor het graf van Jetje stonden, voelde ik de bijna lijfelijke aanwezigheid van mijn tante, het leek alsof ze haar armen naar me uitstrekte, me troostte,ย  en de tranen rolden over mijn wangen. Een moment dat ik nooit zal vergeten.

Walter met echtgenote bij Nand in Weerde, 1977, bij het huwelijk van Nands dochter:

Walter stuurde mij een pasfoto van zijn moeder Jetje, die werd na het overlijden van Walters vader in 1976 teruggevonden in zijn portefeuille. Na het overlijden van zijn eerste vrouw (Jetje) was hij hertrouwd. Maar Jetje was hij dus niet vergeten.

+ Tenslotte Nand zelf dan, geboren in 1906. Advocaat geworden op wens van zijn ouders, maar zijn hart en ziel gingen naar de literatuur, de dicht- en de schilderkunst. Daar wordt in andere hoofdstukken veel dieper op ingegeaan. Zijn internering zal voor zijn moeder ook een klap geweest zijn.

Op het moment dat ze haar brief schrijft heeft ze dus inderdaad smarten te over. Als ook Robert zou verdwijnen, blijft van haar vier kinderen enkel Nand nog over, en voor hem zien de vooruitzichten er op dat ogenblik niet al te best uit.

En filmpje met portretfoto’s van Nand, beginnend op 1 jarige leeftijd en eindigend bij zijn overlijden. In het midden valt de cesuur van de vijf jaar internering.


Bezoek aan de laatsteย  rustplaats van Ferdinand Vercnocke te Oostende (bij hem rusten zijn ouders en zijn zus Marie-Louise):


Epiloog

Nands moeder overleed in 1952, de geboorte van Nands kinderen heeft ze niet meer kunnen meemaken.ย  Ik heb haar dus jammer genoeg nooit gekend. En ook Robert niet: hij overleed in 1951ย  in New Orleans, evenals zijn zus Jet op een 21ste juli.
Nand heeft nog telefonisch contact gezocht met het ziekenhuis daar om, buiten het weten van zijn moeder,ย  en ook om haar enigzins gerust te stellen, te vragen een brief te schrijven aan zijn ouders, met daarin ook de verzekering dat hun zoon “de laatste sacramenten” had gekregen volgens de katholieke ritus:

โ€œMedical Officer In Charge
U.S. Public Health Service Hospital
New Orleans
August 1, 1950
Dear Mr. Vercnocke,
Your son, Robert, although only in the hospital one day prior to his death, was first treated here in May and June of 1951. He was suffering from high blood pressure and severe kidney disease, and on July 20, 1951, was admitted unconscious. He never regained consciousness and died quietly at 7:40 AM, July 21, 1951.
On the day of admission, he was visited by father Dunn, a Catholic priest, who gave him the last sacraments. It may be of some solace to you and your wife to know that everything possible was done in the way of treatment and to make your son comfortable during his illness and last hours.
James F. Lane,
Medical Director
Clinical Directorโ€

In de Verenigde Staten wonen nog steeds familieleden, afstammelingen van Robert. Ze wonen in… (niet te verwonderen!) San-Francisco. Het contact met de familie werd vooral onderhouden door de zoon van Robert, tot zijn overlijden in 1992. Hij stuurde ook vaak foto’s mee, zodat we het wel en wee van de familie konden volgen. Ik herinner me nog, vooral rond Kerstmis, de telefoongesprekken uit Amerika, ik vond dat wonderlijk.
Nu ik dit verhaal heb verteld, moet ik ze misschien toch eens gaan bezoeken. Met enkele ben ik via Facebook bevriend.

Grafsteen van Robert in San Mateo, deelgemeente van San Francisco, Californiรซ. Bij hem ligt zijn schoonvader:

Het gebeurde allemaal in de aanloop naar het huwelijk van Nand en Sim (29 september 1951). En opnieuw volgde een klap: negen dagen na het huwelijk overleed Sims vader.

Een foto in de tuin van het villaatje te Gistel, augustus 1951, een maand voor het huwelijk: de schoonouders in spe op bezoek.
Vlnr: Nands vader, Sims moeder, Nand, Sims vader, Sim, Nands moeder. Ik ben er nog steeds niet uit wat Nands vader met zijn hand in de boom doet (een in de weg zittende tak opzij duwen?)… en ook niet wie de foto nam, vermoedelijk Finneke, de zus van Sim, zij was meestal “de fotografe van dienst”.

Nands moeder overleed 6 maanden daarna (april 1952, 70 jaar oud) na een kort ziekbed. Misschien voelde ze dat het uiteindelijk toch nog goed zou komen met haar enige overblijvende kind (nu hij toch gelukkig getrouwd was) en dat ze hem met een gerust hart kon “loslaten”?

Persoonlijk vind ik het jammer dat ik mijn tantes, oom en grootmoeder nooit gekend heb, zeker omdat Nand er vaak over sprak en omdat er zoveel foto’s van allen zijn bewaard.

Nands vader zou een tijd later komen inwonen bij het jonge gezin. Ik heb nog herinneringen aan hem. Aan ons vertelde hij soms nogal aangebrande zeemansmoppen of zong hij dito liedjes in zijn sappig Oostends dialect. Daar was Nand niet zo gelukkig mee.
Als zeeloods op rust had hij een aanzienlijk pensioen en hielp financieel (dat was tijdens de internering van zijn zoon ook al zo). Nand moest door zijn veroordeling met al zijn eventuele inkomsten zijn schuld aan de Belgische Staat betalen (wet van het sekwester) tot 1964 bij zijn eerherstel, daarvoor leefde het gezin enkel van de inkomsten van Sim.

En zo kocht zijn vader voor ons een televisietoestel (een ‘Prisma’, รฉรฉn van de eerste in de streek toen).ย  Ik herinner me nog onze verbazing samen voor het scherm, o.a. de animatiefilm met “de eikelmuis Chlorofyl” en diens aartsvijand, de rat “Anthracite” staat me nog helder voor de geest. Van die rat was ik erg bang, want “antraciet” is ook de naam van een vorm van steenkool waarmee het huis verwarmd werd, en ik zag voor mij vaak die angstaanjagende zwarte, beroete man die thuis kwam leveren. Maar gelukkig was er steeds Chlorofyl!

In 1960, op 80-jarige leeftijd, viel Nands vader plots. Het was 14 december, de 54ste verjaardag van Nand. In de armen van zijn zoon waren zijn laatste woorden: “’t es mor ’n zwimte” (“het is maar een bezwijming” > West-Vlaams voor een vorm van “kort bewustzijnsverlies”, wat vaker gebeurde bij hem). Hij kwam nooit meer bij bewustzijn, twee dagen later overleed hij in het ziekenuis.

Enkele persoonlijke vaststellingen

Tijdens zijn leven kende ik Nand in vele gedaantes, te veel om op te noemen. Net als Sim bv kon hij soms wegzinken in zwaarmoedigheid, maar ook ons tot tranen toe doen lachen met humor die hij vaak als anekdotes uit zijn jeugdjaren opviste, soms zelfs met liedjes die hij kende uit het rijke Oostendse vissersleven van zijn familie. Van zijn vader herinner ik me uit de tijd dat hij bij ons inwoonde hetzelfde.

In het hoofdstuk “Nand – Jeugdjaren” vind je daar vele voorbeelden van. Ik ben er als 13-jarige die overal met een microfoon schaamteloos rondliep om familieleden te interviewen zelfs in geslaagd dit op band vast te leggen. Als ik het nu opnieuw beluister schieten diezelfde tranen van toen mij opnieuw in de ogen.

Een fragment van รฉรฉn van mijn opnames: Een scรจne aan de keukentafel. Sims probeert Nand te overhalen een liedje te zingen uit z’n studententijd in Leuven, “Minne wuf had ne “kinkee” (= “mijn vrouw had een olielamp”, zo’n lamp werd gevuld met petroleum en verspreidde een heel penetrante geur).
Nand slaagt er niet in het laatste rijmwoord van het liedje uit te spreken, dat “gat” (=achterwerk) moet zijn, rijmend op “kat”, en hilariteit alom.
Gezongen in zijn vroeger Oostends dialect (“beuttere” =” boter”).
Ik schat dat de opname dateert van 1969/1970, ik was toen 14. In familiekring noemden wij Nand: “Pappie”.
Ik heb de audio toegevoegd aan beelden van Nand tijdens de Kerstdagen in Weerde, Sim filmde het interieur, de schilderijen enz, waar Nand in rondwandelt en toont hem in zijn “fauteuil” voor het raam, lezend. Buiten is de wereld wit: het heeft gesneeuwd. Een Witte Kerst, dat kon toen nog. De filmbeelden dateren van enkele jaren na de geluidsopname, ik schat rond de jaren ’80. Vanaf 02:12 filmt Sim de woonkamer/keuken waar deze audio-opname ooit plaatsvond. De kachel daar (een soort “allesbrander”) heb ik bewaard. De slotbeelden tonen Nand die theezet. Dat was een ritueel dat hij opgepikt had in zijn lagere schooltijd in Engeland (Eerste Wererldoorlog ). Daar heeft hij zich zijn hele verdere leven aan gehouden: “afternoon tea” (ergens tussen halfvier en vijf), en daar moรฉst een beschuit met honing bij, met gepast kopje en theepot. Een heilig moment.

Nands zwaarmoedigheid had ook te maken met het feit dat hij, man van zee en duin, de tweede helft van zijnย  leven met Sim ging wonen in Weerde (nu deelgemeente van Zemst, net voorbij Vilvoorde), dus centraal in het ‘binnenland’ van Belgiรซ.

Aquarel van het huis met het typsiche “Frans dak” zoals het er uitzag toen het gezin er woonde, tegenover ligt de straat naar Nand genoemd. :

In zijn bundel “Land aan het Zwin”, uit 1961, staat het gedicht “Huis in het Duin” dat duidelijk maakt waar zijn hart lag (met een belangrijke nuance in de titel: er staat niet “aan”, maar “in” het duin, en dat met reden).
Hier de eerste en de vierde strofe (p.8):

“Zo heb ik altijd willen wonen:
aan ’t dapper hart van ’t ongeschonden duin,
geen straat omtrent, geen steedse tuin,
maar zand en helm, en schuine sparrebomen.
(…)
Daar zou ik mij van wind en zee doordringen
vervoerd door hun onaards geluid,
gelukkig, eindelijk, met mijn zilte bruid,
wild en alleen voor mij te horen zingen.”

Het huis in Weerde vormde ook de cover van Nands laatste bundel “De Aardse Staat” (1987). Op de luchtfoto (geen drone, toen nog via helikopter) zie je een verraste Nand met de handen boven de ogen omhoog kijken (links onderaan in het poortje, hij kijkt recht in de lens), een “toevalstreffer”:

Ooit was het huis een hoenderkwekerij, “gespecialiseerd in de Mechelse koekoek”, aldus deze prentkaart uit begin 20ste eeuw:

Toestand in mei 2021 (eigen foto):

Zoals zo vaak gebeurt tijdens het leven van onze ouders was ik veel meer bezig met het mijne, zeker in de jaren vlak voor en tijdens de “Flower-Power” golf, de meidagen van ’68, de protestzangers en later in de jaren ’70 en ’80, de disco, punk, new wave, house, enz.,.
Dat hij mijn soms wilde ritten op de golven van dat tijdsgewricht maar matig kon appreciรซren is begrijpelijk, ook omdat mijn ouders eigenlijk de leeftijd hadden om bijna mijn grootouders te zijn: vader was bijna 50 bij mijn geboorte, moeder toch wel een stuk jonger: 35. Toen ik geboren werd hadden zij al het leven van een volledige generatie achter zich. Toch heb ik niet het gevoel tot รฉรฉn bepaalde generatie te horen, en dat werd nog versterkt door hun biografie te schrijven, soms leek het of ik naast hen een toeschouwer was zoals Marty McFly in “Back To The Future”. Ik reisde met hen mee.

Door het familiearchief bloot te leggen ontdekte ik, net zoals dat bij Sim gebeurde, een nieuwe ouder.
Ik was al dankbaar voor bv de kennis die hij doorgaf dankzij zijn schooltijd in Engeland in de Eerste Wereldoorlog: timmeren, behangen, metselen, hoe omgaan met elektriciteit, etc. De lagere scholen daar onderwezen, naast het ‘gewone’ curriculum’, met veel literatuur – waar zelfs Shakespeare werd besproken en voorgedragen –ย  ook veel handvaardigheid, de namiddag werd voorbehouden voor sport.
Het archiefonderzoek deed echter ook mijn vroegere afstandelijkheid, mijn onbegrip soms ook tegenover zijn literair en beeldend werk verdwijnen als sneeuw voor de zon.ย  Ik ontdekte een kunstenaar die zijn passie met groot meesterschap tot leven kan laten komen. Hij heeft mij vaak ontroerd toen ik het werk en de vondsten uit het archief naast zijn leven legde, en begon te beseffen welke impact de tijdsomstandigheden op hem en zijn familie uitoefenden (bv twee wereldoorlogen).

Schrijver Karel Jonckheere over Nand en de Koninginnelaan in Oostende tijdens het interbellum

Een fragment uit Jonckheeres boek: “Waar plant ik mijn ezel?” (1974) over Nand. Op de website staat de volledige passus. De anekdote over het “verdwenen” naambord van Nand aan de voorgevel van het ouderlijk hiuis is grappig, maar zegt veel over waar Nands hart en passie lagen.

 

“Ferdinand Vercnocke, van 1906 (14 december) zoals Jan Vercammen (7 november) en Andrรฉ Demedts (8 augustus), was mijn jaargenoot maar hij was kollegestudent geweest als Duribreux en onze jeugd was onzichtbaar voor elkaar voorbijgegaan. Zijn vader die loods was had ik toevallig eerder ontmoet dan hemzelf. Het gezin Vercnocke betrok een burgershuis in de hoge nummers van de Koninginnelaan, niet ver van het koninklijk โ€œpaleisโ€. Soms, als ik van mijn school in Nieuwpoort kwam en afstapte vlak bij zijn woon, zag ik voor het kelderraam Nands broer staan, een reus als hij, starend naar de voeten van wie voorbij kwam, roerloos, dromend van zijn zeemansleven dat hij tijdelijk had onderbroken. Met mijn wijsvinger wees ik naar boven, kreeg een knik of een neen, beduidend dat de lyrische broer al of niet thuis was. Een zwijgende vertoning die mij telkens tot gewisse inkeer bracht. Ik belde aan. Korte tijd had op de gevel een koperen plaat gehangen, โ€œFerdinand Vercnocke, advokaatโ€. Op zekere dag was ze weg. Een verhaal uit die dagen deed te Oostende de ronde dat Nand zelf de deur had opengedaan toen een klant zich aanbood en vriendelijk had geantwoord dat de meester niet thuis was. Hij was aan het dichten. Ofwel zat Nand te schrijven ofwel stond hij te schilderen. Ik herinner me hoe hij met stoere lieflijkheid telkens een paar doeken toonde, meestal gezichten uit het โ€œBloteโ€ of een landschap met centraal de toren van Lissewege. Zeer zuiver gepenseeld en gewijd door het uitzonderlijke licht dat de Zwinvlakte sereen, tijdeloos en doorschijnend maakte. Meermaals, tussen Middelkerke en Oostende, bekeek ik hem door de tramruit, stappend langs dijk en strand, zodat ik hem vereenzelvigde, iets meer met Eugeen van Oye dan met Cyriel Verschaeve. Drie meeuwen, drie blauwvoeten, drie romantiekers maar Vercnocke de meest benaderbare, van opener eenvoud en de gezondste qua waarachtige taalvaardigheid. Zijn heimwee naar een Vikingverleden, naar een harmonie tussen geschiedenis, zee en kust was realistischer en de wijze waarop hij zijn droom uitdrukte was tastbaar van lijn zoals de gekleurde vlakken van zijn grafisch werk. Zelfs zijn vizionaire verbeeldingen behielden de gebaldheid van een nog jong menselijk gehouden drama. Kort gezegd: hij was een geestdriftig getuige van ons verleden met slechts langs de zomen wat retoriek. Ten minste, zo voelde ik het toen aan. Ik verkoos de gedichten waarin een beeld sprak door simpele direktheid boven die waarin hij meer verwachtte dan de gewone lezer door zijn vertrouwdheid met Noordse heldennamen, wel mooi maar niet geladen, tenzij met machtige klank, – Kolga, Skjold en andere.”

koperen plaat“: en toch bewaard in het archief, ze hangt nu recht voor mij, afmetingen: 31×24.5cm en weegt wel wat:

+ Eugeen van Oye: was gedurende een tijd de huisdokter van het gezin Vercnocke

Het was ook Jonckheere die Nand aan bod liet komen in zijn programmaย  “Kunstenaars en de Zee” (BRT, 1974):ย ย 

โ€œGinds de groene vlakte zonder volk,
een andere lente pas uit haar geboren,
in โ€™t nieuwe landschap droomt een oude toren,
een wolk omhult zijn beeld met blauw.

Hier de zee, de naakte grens der aarde,
waar onbedaarlijk dreunt der wateren gewoel,
het gisten van de geest gestuwde poel,
de mist verborgen lucht, de ongebaande.

Trouwe aarde die niet varen zal,
dolende water, stroming, waterval,
ik voel u beide machtig in mij leven.โ€

Opmerking: lees hier ook de laudatio die Anton Van Wilderode uitsprak bij de plechtige viering van Nands 80ste verjaardag in de Abdij van Grimbergen. De audio van deze laudatio is daar ook beschikbaaar, ik had de moeite genomen die op cassete vast te leggen omdat ik wist dat dit een “tijdsdocument” zou worden. Als je tijdens het luisteren je ogen sluit zie je Van Wilderode zo voor je.

Ik vermeld hier het slot van de laudatio, omdat op dat moment ik voor de eerste en enige keer tranen over de wangen van Nand zag rollen, twee jaar later overleed hij, alsof zijn leven “volbracht” was:

Anton Van Wilderode: “Zijn (nvdr = Nand) bezwerende verzen hebben wij overgeschreven en doorgegeven in de dertiger jaren binnen de besloten gemeenschap van het internaat in het Sint-Niklase Klein-seminarie. Wij knipten ze uit de (verboden) kranten, kleefden ze aan de binnenkant van onze chambrettekastjes en zegden ze elkaar voor tijdens de lange wandelingen door het Waasland. Conform de โ€˜geloofsbelijdenisโ€™ van Wies Moens โ€˜die het wachtwoord ontvangt/ hij zet zijn leven als een bolwerk er omheenโ€™. Het maakt mij gelukkig dat zovele medeleerlingen en vrienden van toen trouw zijn gebleven aan dezelfde idealen waarvan Ferdinand Vercnocke de bezielde vertolker was. Dankbaar kan ik hem geen beter huldeadres toevoegen dan het vers van onze Rodenbach: โ€˜o zanger echt en trouw gelijk een kindโ€™!”

Anekdote en slot

Mijn moeder kreeg bij mijn geboorte (1955) een 8mm Kodak handcamera ten geschenke van haar broer Bert, die mijn peter werd. Dat was niet verwonderlijk: Bert werkte toen voor de productiefirma Melior als filmverdeler voor Belgiรซ (bv: “De 55 dagen van Peking” en vooral “El Cid“.
Sim mocht toen, dankzij haar broer, mee aanschuiven aan het banket na de premiรจre van “De 55 dagen van Peking” in Belgiรซ, in aanwezigheid van de hoofdrolspelers, Ava Gardner en Charlton Heston. Ze zat tegenover hem, en ze was haar Engels niet vergeten (zie het hoofdstukย  “To escape – Het motto van Sim“). Ze moet wat over zichzelf verteld hebben, en waarschijnlijk een handtekening gevraagd, want hij signeerde prompt een servet voor haar, die hij overhandigde met de woorden “For the kids”. Sim vertelde dat zo vaak dat we soms twijfelden aan de waarheidsgetrouwheid van de gebeurtenis, in ieder geval: allen waren aanwezig op dat banket.

Wat verder een kort filmpje met deze camera, waar ik, ongeveer een jaar oud, op het terras in de ren en op schoot wel het centrum van de wereld lijk, en daarna in de armen van Nand en met grootvader de tuin verken, een beetje zoals in het iedje van Wim Sonneveld: “langs het tuinpad van mijn vader”. Een eerste generatie “Drieman“. Aan het slot de tweede generatie (dan in kleur) en ikzelf als vader van een eerste zoon. Sim of Nand hanteerden de camera, en Nand gaf soms “regieaanwijzingen”. Ik heb er mijn passie voor alles wat met film en filmen te maken heeft aan te danken. Met Nands vader, Nand, Sim, mijn zus, en… ikzelf (ik slaag er zelfs in mijn twee jaar oudere zus een pagina te ontfustelen, versta: grijpen en scheuren, uit een tijdschrift dat ze aan het “lezen” was, met een huibui als resultaat. Het is allemaal nog goedgekomen!).

Ook kort in beeld en waarschijnlijk ook af en toe filmend: Truda, de huiishoudster. In die periode vond Sim moeilijk werk als leerkracht gezien haar veroordeling, ze vond een job als vertegenwoordigster van koekjes en chocola voor de provincies Antwerpen en Limburg. Daarvoor moest ze leren autorijden met de wagen van de firma (Van Loo, Schaarbeek, nu al lang verdwenen). Dat betekent dat ze altijd vroeg vertrok en pas laat thuiskwam. Nand mocht geen inkomen hebben, dus het gezien leefde van wat Sim verdiende en de hulp van Nands vader. Daardoor kon het gezin een huishoudster betalen, o.a. voor de kinderen, eten maken, enz. Zie daarvoor ook de pagina “Rapport Sociale Inspectie 1954” met een verslag dat niet zo positief was voor Nand: er werd hem verweten niet รฉcht naar werk te zoeken en enkel proberen een inkomen te halen uit de verkoop van zijn schilderijen, een verkoop die echter zo goed als onbestaande was. Het rapport was.. in het Frans.ย 

Nog tot 1964, het jaar van zijn eerherstel, zou er ook nog af en toe Rijkswacht langskomen om te zien of Nand zich nog hield aan zijn opgelegde voorwaarden. Ik herinner me nog als 7/8ย  jarige toen er eens twee kwamen aanbellen hun, in mijn ogen, zwarte en strenge kledij en hoge kepi, kaarsrecht naast elkaar, het leken me twee donkere, onheilspellende standbeelden. Ze waren met de fiets, en die stonden, nogal dreigend vond ik, voor het vertrouwde poortje aan de straatkant. Zeer waarschijnlijk zal ik achter Nand, die hen aan de voordeur te woord stond, stiekem komen piepen zijn.

Het motto van Nand was: “De sterke man is hij die alleen staat”. Dat is er maar gekomen na de vijf jaar isolatie. Hij wou daarmee zeggen: “ik voer een gevecht tegen de rest van de wereld, tegen wie mij niet begrijpt of afwijst”, vandaar de herkenning met Cervantes, niet alleen omwille van zijn romanpersonage Don Quichot, die het tegen windmolens opnam, maar ook omwille van het leven van Cervantes zelf, die, net als hij, vijf jaar in de “kerker” had moeten doorbrengen. Al tijdens zijn internering, in zijn poรซtisch celdagboek” (*) en via het maandblad van de interneringscentra, zal hij hierover schrijver en dichten. Zie het betreffende hoofdstuk op de hoofdwebsite.

Weinigen slechts, nl. de enkelen die hem wat beter kenden, keken niet vreemd op wanneer zij Nand, “de gemeenschapsdichter die vanop de voorposten de volksstrijd voert”, het epithetonย  waarmee hij meestal in de literatuur wordt opgevoerd, in een dergelijke pose op een foto zagen verschijnen (Sim verraste niemand, dat was men van haar gewoon). Zo poseren was een typisch, wat ironisch, trekje van hem (opgesmukt met een portie relativerende zelfspot).
De foto dateert van ca 1975 in de tuin te Weerde. Maar is ook wat misleidend, Nand heeft nooit gras daadwerkelijk gemaaid met/op deze machine, die werkt met versnellingen, en hij heeft nooit leren autorijden, hij kon – vooral durfde – het niet. Maar een stilstaande, wat grappige “pose” met een knipoog, dat kon dus altijd.

Die “dubbelzinnigheid” wekt dan ook geen verbazing voor de intimi toen zij in zijn laatste bundel “De Aardse Staat” (1987) volgend Dante citaat zagen verschijnen (p. 49) dat de laatste cyclus, “Interplanetair”,ย  voorafgaat:

“… Vidi questo globo
Tal, chโ€™io sorrisi del suo vil sembiante.”
ย  ย  ย  ย  ย  ย  ย  ย  ย  ย  ย  ย  ย  ย  ย Divina Commedia, Par. XXII, 122-123

In een Engelse vertaling (de regels die Nand citeert in blauw, ze komen uit, niet verwonderlijk, het laatste hoofdstuk โ€œParadisoโ€):

ย โ€œAdown the sevenfold spheres from deep to deep
I turned my glance; and lo! So paltry seemed
Our globe, I saw and smiled. (โ€ฆ)โ€


Misschien kan ik besluiten met het slot van Nands gedicht “Kerkhof”, een gedicht dat ik voorlas in het kerkje van Onze-Lieve-Vrouw-Ter-Duinen in Mariakerke, toen we Nand ten grave droegen. Het is ook opgenomen in Nands laatst verschenen bundel “De Aardse Staat” p.14 (1987). Ik herinner me dat ik vele malen struikelde tijdens het voorlezen, de emoties werden me te machtig, maar ik ben toch tot het einde geraakt.
Het was รฉรฉn van Nands lievelingsplaatsen om te vertoeven. Hij schreef er zijn gedicht “Bij het graf van James Ensor“, hij kende immers de schilder die ook in Oostende woonde, en telkens zij, tijdens de wandeling op de zeedijk, elkaar ontmoetten, ontspon zich de volgende conversatie: Ensor (zijn hoed afnemend, en licht voorover buigend, leunend op zijn wandelstok): “Dag Mijnheer de dichter”, en Nand boog dan plechtig terug met hetzelfde gebaar en antwoordde dan: “Dag Mijnheer de schilder”, en daarna schoten ze allebei in de lach en volgden de stereotiepe gespreksonderwerpen: het weer, het leven van alledag, etc. Nand vertelde deze anekdote vaak.

Slot van het gedicht:

“Wie zegt mij wร ร r
mijn doden zijn verrezen?
Wie zegt het mij?

Ik weet een hemel

waar zij leven
schoon en nabij,
omringd met liefde
smartelijk mededogen en gemis,
het gewijde schrijn
van de gedachtenis.”

Af en toe breng ik een kaars uit dit kerkje mee naar huis, en laat die dan branden naast haar zusterkaars Onze-Lieve-Vrouw-van-Zeven-Weeรซn om “het gewijde schrijn van de gedachtenis” even te verlichten.ย 

Een eeuwigheid in een seconde, zoals Frank Boeijen zingt in Kronenburg Park:

“In 1 seconde ging het regenen vannacht
Ga die wereld uit1 seconde, en rij snel door die wereld uitGa die wereld uit1 seconde, en kijk goed rond in ons paradijsEn vraag niet naar de weg, want iedereen is de weg kwijt”


ter info:

+ de 7 Weeรซn van Onze-Lieve-Vrouw (uit Wikipedia):

  1. Deย profetieย vanย Simeonย in deย Tempelย bij het opdragen van Jezus, Lucas 2:25-35
  2. Deย vlucht naar Egypte, Mattheรผs 2:13-14
  3. Het zoekraken van Jezus in de Tempel, Lucas 2:42-51
  4. Ontmoeting van Maria met Jezus op weg naar deย Calvarieberg
  5. Maria staat onder Jezus’ kruis (zieย Stabat Mater), Johannes 19:25-27
  6. Maria omhelst Jezus’ dode lichaam na deย kruisafnemingย (zieย Piรซta)
  7. Jezus wordt begraven, Mattheรผs 27:57-66, Marcus 15:42-47, Lucas 23:50-56, Johannes 19:38-42

Afbeelding:

“Seven Swords Piercing the Sorrowful Heart of Mary in the Church of the Holy Cross, Salamanca, Spain”

Noa is een Israรซlische singer-songwriter, in het licht van dit hoofdstuk hoef ik daar weinig aan toe te voegen, de locatie alleen al is in dit opzicht symbolisch. Prachtige vertolking.

Robert Marcel als Jeroom in de TV-serie “Jeroom en Benzamien” (1966). Sim, en zelfs Nand, waren trouwe kijkers, en ik keek natuurlijk mee. Deze slotscรจne toont de begrafenis van Benzamien (gespeeld door Luc Philips), beiden dongen, soms op leven en dood, naar de hand van een Vlaamse schone (als ik het goed heb een rol van Denise De Weerdt), maar ze konden niet zonder elkaar. Het is een super komische serie, maar ik herinner me heel scherp dat Sim bij deze sรจne meer dan รฉรฉn traantje moest plengen. Op een bepaald ogenblik heeft ook Robert Marcel het moeilijk, ik vind dit een erg hoogstaande vertolking, en zeer mooie en sober in beeld gebracht (het geschuifel van de rouwenden rond de overledene, de zuster aan het orgel, het kussen van de pateen, enz., het klopt allemaal, en toch zit er ook nog die humor in).ย 

+ Laรฏs (toen een trio, nu een duo) bewerkteย  de ballade “Bruidsnacht” van Nand, die verscheen op hun eerste CD uit 1998. Wat verder de live versie tijdens “Laรฏs plays ‘Laรฏs’ Rewind “in de AB (Ancienne Belqiue) te Brussel, juni 2014 , ze speelden toen hun volledige eerste CD nog eens over. Hun bewerking van “Bruidsnacht” is zeer vrij. Sim heeft zich toen, in 1998, nog moeten boos maken omdat op de CD dit nummer geaccrediteerd werd als “Folk Traditional”. Dit werd rechtgezet, en Sim ontving later nog 30.000 Bfrs auteursrechten voor Nand, die ondertussen al bijna tien jaar overleden was. Jammer dat hij dร t niet meer kon meemaken.
Op hun driedubbele CD “Documenta” (2006) staat een prachtige a capella versie van Bruidsnacht.
In 2004 verscheen hun “Liedboek” met veel lyrcis, ook Bruidsnacht was opgenomen. Enkele weken na het overlijden van Sim (vrijdag 13 maart 2015, op het middaguur, mijn zus, ikzelf en de huisdokter waren erbij, het kan vreemd klinken, maar het voelde als een erg liefdevol en magisch moment) was ik van plan die zomer een tuinfeest te geven en Laรฏs uit te nodigen het lied te komen zingen. Twee weken na Sims overlijden trad Laรฏs op in de Roma te Antwerpen. Ik trok mijn stoute schoenen aan, en na hun optreden, en met hun “Liedboek” in de hand, ben ik er in geslaagd hen te laten signeren op de pagina van Bruidsnacht:

Het tuinfeest toen is niet doorgegaan, maar: afspraak in 2025, bij het feest voor mijn 70ste op zaterdagnamiddag 31 mei, en tot in de vroege uurtjes van 1 juni, dus: mijn geboortenacht. We zullen zorgen voor een fantastische line-up (wie weet met Laรฏs?), en zeker met de “Boutmanย Band” inclusief de zonen. Wil je erbij zijn kan je al reserveren via mijn emailadres bovenaan deze pagina. First come, first served, zij die er in 2008 bijwaren voor mijn 53ste (“Boutman Party I”) weten dat het opnieuw de moeite zal zijn, enkele sfeerbeeelden van toen kan je hier vinden.

Op YouTube staan er twee video’s van de studio versie, samen goed voor iets meer dan 111.000 “views”. Niet mis. Aanvankelijk, 12 jaar geleden werd de ballade gedeeld op het kanaal van “Belgian Music“, en ook daar heb ik, Sim achterna, gevraagd de auteursnaam te vermelden, mijn vraag werd ingewilligd.

Ik weet niet of Nandย  wist dat in 1969ย  al “De Elegasten” ook “Bruidsnacht” op plaat hadden gezet. Nand wordt daar vermeld als auteur, helaas met verkeerd gespelde familienaam (we raken er aan gewend), ook op “Discogs“. Eรฉn van de nog levende groepsleden zond mij de mp3 van de studio opname. Hun versie volgt Nands ballade letterlijk en klinkt helemaal anders.

De Laรฏs’ studio opname werd ook afgespeeld op de afscheidsviering van Sim.

Hier de live versie uit 2014 in de AB, ik heb die wat “opgesmukt” met schilderijen van Nand:


DANKWOORD

Mijn dank aan volgende personen en/of instanties die me hielpen tijdens de odyssee waar dit hoofdstuk toe leidde (en twee ‘wijsheidsboeken’ waar ik veel kracht en ondersteuning in vond/vind). Een volledig lijst: zie het algemene “Dankwoord“.

+ Nand en Sim, twee uitzonderlijke mensen die ik mijn ouders mag noemen
+ Nand, Bert en Wide, mijn drie zonen, mijn drie grootste en wonderbaarlijkste schatten, hemelse geschenken, zij weten waarom. En hun liefdevolle moeder Else, helaas overleden in 2014.
+ Walter Seys (& echtgenote Suzanne Crevits + hele familie), Ieper, neef van mijn vader, voor noodzakelijke ‘finetuning’, all round kunstenaar, รฉรฉn van de weinige nog levende familiegetuigen uit de beschreven periode, onmisbaar, diepste dank
+ Arlette Vercnocke en broer Fernand, Oudenburg, voor de trouwe steun
+ Julius Edward Vercnocke, Michigan USA, Pvt,ย  83rd Infantry Division, 329th Infantry Regiment, sneuvelde in “The Battle of the Bulge” (Slag om de Ardennen), op 12 januari 1945 te Petite-Langlire (Houffalize/Vielsalm), was toen 24 jaar, getrouwd, en รฉรฉn dochter, slechts 2 weken tevoren ontscheept in Normandiรซ, gerepatrieerd en begraven in Indiana, New Albany National Cemetery, ik vond zijn (en dus ook mijn) familie, schrijnend verhaal. Op het ogenblik van Julius’ sneuvelen was Nand opgesloten in het Interneringscentrum Sint-Kruis, Brugge (waar hij het gedicht “Gedachtenis aan een overleden zuster” schreef, zie supra)
+ Cegesoma – Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse
Maatschappij, Brussel
+ Algemeen Rijksarchief 2 – depot Joseph Cuvelier, Brussel
+ Prof. Dirk De Geest (KUL) voor de vriendschap, het moed inspreken, zijn begrip รฉn handige wegwijzers in het labyrinth van de universitaire wereld
+ Rector Luc Sels en KUL Leuven (in het bijzonder het labo Ancient History NMBSI).
+ Prof. Marnix Beyen, UA Antwerpen, die “toevallig” vlakbij woont en een hele dag Sim ging interviewen over Nand in 1995. Hij bezorgde erg waardevolle informatie en werd een vriend. Sim noteerde dat bezoek in haar kalenderdagboek. Het viel me pas onlangs op: Marnix bezoekt Sim om haar te interviewen over Nand op 29 december, met het oog op een lemma in De Nieuwe Encyclopedie van de Vlaamse Bewging (NEVB). Maar dat is ook de verjaardag van haar kleinzoon Nand (mijn zoon), daarenboven was Nands sr. de peter van Nand jr. Tweemaal Nand dus.
Het lemma dat Marnix schreef vermeldt: “Er bestaan ook aanwijzingen dat hij (nvdr = Nand sr.) begin 1941 zou zijn toegetreden tot de SS-Vlaanderen.ย  Ingeborg Tibau kon dat ontkrachten in haar masterscriptie (KUL, 2019, zie infra) en Marnix vertelde mij dat hij dat nu niet meer zo zou schrijven, maar helaas: het werd sindsdien gretig opgepikt… Sim was er doodongelukkig van. In 2023 wordt dit lemma herschreven, benieuwd.ย 
Sims dagboeknota van 29 december 1995 (bovenaan “verj. Nand (13)”, en enige moeite met de schrijwijze van Marnix’ familienaam:


“verj. Nand (13) – telefoneer
Lotto
3u man komt voor encyclopedie van de Vlaamse Beweging Lettersย 
steek kachel aan
tot 5u…
Marnix Beyens (tel.nr) weet veel over pappie. Geef papieren mee o.a. brief v. pappie aan kard. Van Roey

Jef (nvdr = een jeugdvriend) telefoneerde een uur lang hij zit ook met familieproblemen”

+ de volgende historici voor hun interesse, het soms toesturen van belangrijk archiefmateriaal en noodzakelijke wegwijzers daarnaartoe: Bruno De Wever (UGent); Emmanuel Waegemans (KUL), Roel Van De Winkel (KUL), Koen Aerts (UGent/Rijksarchief), Thomas Urban (Duitsland, researcher, U Keulen), Emma Binnendijk (UVA Amsterdam), Dr. Liesbeth Vonhรถgen (U Maastricht), Petra Broomans (UG Groningen), Edward De Maesschalck (zijn tante was Jetje (!) Claessens)
+ Ingeborg Tibau, leerkracht Nederlands, die een Masterscriptie schreef over het proces van Nand, een onmisbare bron (KUL, Wijsbegeerte en Letteren, 2019), ze kwam ook tot de vaststelling dat รฉรฉn en ander in de perceptie over Nand tijdens de Tweede Wereldoorlog moet bijgesteld worden, geรฏnteresseerden kunnen de pdf versie toegestuurd krijgen via emailadres bovenaan de pagina
+ Harmen Mesker, stichter en voorzitter van het YJing Research Center, Nederland.
+ “I Tjingย  voor de 21ste Eeuw“, Han Boering, 544 blz., 2001 (5de druk 2013)
+ “Zakboekje I Tjing“, Han Boering, 144 blz., 2006
+ I Ching online (Richard Wilhelm translation)
+ De Bijbel. Uit de brontekst vertaald. Wiilibrordvertaling, 1995
+ Kurt Ravyts, historicus, parlementslid en zeer goed op de hoogte van de toestand in IC Sint-Kruis in 1944-1945.
+ Pieter-Jan Ardies, Watou, Maanman @ Mooncycling Studios voor zijn onovertroffen “Adobe Premiere Pro” meesterschap, support en I Tjing kennis
+ Martine Dockx, oud-collega, die โ€“ belangeloos โ€“ mij heel wat werk uit handen nam door ongeveer 250 paginaโ€™s typoscripten in Word over te tikken, diepe buiging
+ ย Lorenz Gillisjans, oud-leerling van mij, die me -belangeloos- wegwijs maakte in de complexe wereld van FTP, MySQL, databases, PHP, WordPress, etc., geen vraag bleef onbeantwoord: leraar-leerling: de rollen werden omgedraaid. Dankzij Lorenz weet ik nu dat mijn websites draaien op “MariaDB” (DB = afkorting voor database), een ย relationeel databasemanagementsysteem, gratis en open source (!). Wikipedia bv gebruikt die ook. Is dat geen mooie ondersteuning? Het verhaal over hoe dit systeeem aan de naam “Maria” kwamย  heeft te maken met de ontwerper, de Fin Michael Widenius, dat moet je zeker eens lezen
+ Combell, Antwerpen, webhost en provider voor mijn 4 websites en 3 domeinnamen, fantastische support, 24/24, overdag, en ver buiten de werkuren is er altijd iemand om je telefonisch van antwoordย  te dienen bij problemen (en in je moedertaal), ’s nachts via mail en ’s morgens heb je antwoord, dat is nodig omdat ik deze biografie rechtstreeksย  op de website schrijf, en dan heb je een betrouwbare server en back-up nodig waar je inhoud wordt opgeslagen, niet ergens aan de andere kant van de wereld.

(en gedeelte van mijn gewaardeerde “helpers” staan in het andere hoofdstuk en omgekeerd)

en aan mijn hele familie (wereldwijd) voor hun hulp,ย  steun en blijvend geloof in het (voort-durende) werk aan dit project. โค๏ธ


ADDENDUM

Poรซtisch Celdagboek Nand

Het dagboek van Nand (geschreven tijdens zijn interneringsperiode (1944-1949) is niet te vergelijken met dat van Sim, of met bv de dagboeken over die periode van Filip De Pillecyn (“Face au mur”) of Ernest Claes (“Cel 269”). Daarin beschrijven de auteurs hun leefomstandigheden tijdens hun gevangenschap en hoe ze zich daarbij voelen: een aanklacht tegen de hen in hun ogen aangedane onrechtvaardigheden.


Nota: Info Filip De Pillecyn, Ernest Claes en Felix Timmermans

Het dagboek van De Pillecyn verscheen in een nieuwe versie: “Tegen de Muur”, waarin ook de passages zijn opgenomen die in de eerste versie waren “weggelaten” (publicatie in 2019), “een ingrijpen van…?”

Met De Pillecyn was Nand aanwezig op het “Weimarer Dichtertreffen” in oktober 1941. Voor Nand was dat toen het eindpunt van een drieweekse “Schrijversreis” doorheen het “Duitse Rijk”. Alle deelnemers (een 20tal) kregen na de reis een fotoalbum, persoonlijk op maat gemaakt, met de foto’s van de reis. Ik vond een DVD met een ingescande versie en heb daar een mini-docu van gemaakt (20 min.) te vinden als “Episode 1‘, met speciale focus op alle foto’s waar Nand in te zien is, in een “toen en nu” weergave van de locaties.
Ik laat niet onvermeld dat slechts enkele kilometer van Weimar, zich het concentratiekamp KZ Buchenwald bevond. Dat was een schokkende vaststelling. Op de website ga ik daar veel dieper op in, o.a. met het bezoek van President Obama. Daar ook een anekdote tussen Sim en mezelf waarin Buchenwald een rol speelt toen ik een tiener was. Toen een “grappige” anekdote, als ik er nu op terugkijk heel erg pijnlijk. Ook hier verwijs ik naar het betreffende hoofdstuk op de hoofdwebsite, waar deze anekdote en de impact ervan op mezelf geduid word.

De route naar Weimar ging over Berlijn. Daar, in het luxueuze Hotel Kaiserhof, schoven Ernest Claes en Felix Timmermans mee aan tafel, de foto’s zijn opgenomen in mijn mini-docu. Het werd op het einde van de oorlog volledig plat gebombardeerd.ย 

(zie ook de opmerking over De Pillecyn op de pagina “To escape! – Het motto van Sim“)


Dagboek Nand

Bij Nand dus geen beschrijving van penibele omstandigheden, behalve enkele schaarse opmerkingen in de marge (“vrieskou, geen vuur, in de duisternis, mag geen licht meer maken, heldere sterrennacht!”, enz.).
Hier enkel creatief werk: veel poรซzie vooral, en het is daaruit dat we zijn gemoedsgesteltenis kunnen afleiden. Vaak kiest hij als onderwerp voor zijn gedichten historische figuren die een dergelijk lot te beurt vielen (bv Cervantes, die vijf jaar doorbracht in gevangenschap, of het gedicht “De Uitvaart van Hugo Wolff“, de Oostenrijkse componist die ten onder ging aan waanzin).
Het creatieve werk tijdens deze periode is dus onlosmakelijk verbonden met zijn situatie op dat moment. Hoewel de gedichten ook los daarvan kunnen gelezen worden, is het toch belangrijk die dimensie in gedachten te houden bij het lezen.
De meeste gedichten geschreven in gevangenschap verschenen al snel. In 1951 twee bundels: “Het Eiland Antilia” en “De Gouden Helm”. Sim hielp een handje mee, want dit gebeurde in hun verlovings- en huwelijksjaar.

Het poรซtisch celdagboek is een gebonden grootboek (ontworpen om bv inkomsten en uitgaven in te noteren), A4/D4 formaat, 27x19x3cm (HxBxD). Voor- en achterzijde hebben een dikke kartonnen kaft. Rugzijde en kafthoeken versterkt met stof. Door het intensief gebruik zijn kaft een rugzijde gedeeltelijk losgekomen (en helaas helemaal door het inscannen…) De bladzijden zelf zijn gelukkig alle nog stevig ingebonden. Dit is een foto van het boek die de voorzijde toont:

De achterzijde is meer verweerd en afgesleten:

Huidige toestand van de rugzijde:

Het boek werd zowel vanaf de voorzijde als de achterzijde beschreven, dit betekent dat je het boek moet omkeren en omdraaien om vanaf de achterzijde te lezen. Zo tref je na blz. 212 de laatste bladzijde (105) van de achterzijde. Samen telt het boek dus 317 bladzijden. Slechts enkele pagina’s zijnย  niet beschreven. In het geheel zijn er ongeveer 160 afzonderlijke pagina’s. Na bladzijde 212 zijn een viertal pagina’s uitgesneden. Elk katern telt 16 bladzijden.
De voorzijde bevat bijna uitsluitend poรซzie. De achterzijde zijn toneelstukken, soms volledig uitgeschreven, soms slechts aanzetten.
Enkele bladzijden tonen de zorgvuldig bijgehouden boekhouding van de uitgaven en inkomsten (meestal voor de “kantien” van de gevangenis, zeer kleine bedragen). Ook hetย  weinige geld dat Nands vader zijn zoon toestopte werd genoteerd.
Overal tussendoor een soort “mini-Wikipedia”, weetjes over de meest uiteenlopende onderwerpen: literatuur, filosofie, psychologie, woordenschat, kunstenaarschap, scheepvaart, ontdekkingsreizen, natuur, biografieรซn, kunststromingen, wereldgodsdiensten, geschiedenis, encyclopedieรซn, taal, wetenschap… tot zelfs een gedetailleerde uitleg over de atoomtheorie.
Ook een bladzijdenlange lijst met boeken die Nand zich wou aanschaffen na zijn vrijlating (met prijsvermelding) .

Op het tussenblad (vooraan) kon Nand er niet aan weerstaan een “statement” te maken:

+ De Onafhankelijksverklaring van de Verenigde Staten uit 1776.

+ Een citaat van Immanuel Kant:

“Als de gerechtigheid verdwijnt dan is er niets meer dat aan het leven der mensen waarde verlenen kan”

Dit citaat komt uit Kants: “AA VI, Die Metaphysik der Sitten. … , Seite 332

+ Een stuk uit de redevoering van Louis Pasteur bij de viering van zijn 70ste verjaardag in de Sorbonne:

โ€œNe vous laissez jamais atteindre par un scepticisme dessรฉchant. Ne vous dรฉcouragez pas lorsque votre pays traverse des heures sombres. Vivez dans la paix sereine des laboratoires et des bibliothรจques. Dites vous d’abord: “qu’ai je fait pour m’instruire?” et, ร  mesure que vous progressez: ” qu’ai je fait pour mon pays?”. Ceci jusqu’au moment oรน vous pourrez penser avec un immense bonheur que vous avez contribuรฉ en quelque maniรจre au progrรจs et au bien de l’humanitรฉ.โ€™ย 

+ Daaronder tussen haakjes het zinnetje:

(voorgelezen door zijn zoon daar hij niet meer kon spreken)”.

Het is dit zinnetje dat voor mij vele jaren geleden de definitieve aansporing was om hetzelfde te doen voor mijn ouders: een stem geven aan wat anders in de plooien van de geschiedenis zou verdwijnen.

“The Celebration of Pasteur’s 70th birthday at the Sorbonne” (Commons Wikimedia)

+ Tenslotte schreef Nand daaronder nog het volgende (Nand bevond zich toen in wat nu de Gevangenis van Merksplas is):

“In de gehele mensheid maar vooral bij de jeugd van alle naties leeft een hartstochtelijk verlangen naar gemeenschap, naar waarachtige eenheid. Uit georganiseerde massa’s: kreet. Het tragische is dat het voor de grote meerderheid bijna onmogelijk is een gemeenschap te zoeken in den staat. De staat is een wezen op zichzelf, een bestuur, een bedrijfsleiding, een demon, die vreemd is aan de menselijke ziel. Cel 34ย  ย 23.7.47.”

Twee maanden na deze opmerking schreef Sim haar gedticht “Inkeer” in de Gevangenis van Vorst, dat in het hoofdstuk “To escape!ย  – Het motto van Sim” , een andere odyssee, wordt besproken.

En daarmee is de cirkel van dit hoofdstuk rond.ย 

Opmerking: de volledig ingescande dagboeken van Nand en Sim uit hun gevangenistijd zijn als ebook te lezen op de hoofdwebsite.


Een opmerking over het hele project van de biografie en een oproep aan de politieke overheden.

Zeven jaar geleden (2015) ben ik er aan begonnen nadat moeder overleden was. Ik ontfermde me over het familiearchief dat ze zorgvuldig had bijgehouden en geordend.
Al gauw kwam ik tot de vaststelling dat het absoluut nodig was het strafdossier van mijn vader te kunnen inkijken.
MAAR…
Ondanks aanschrijven van de Procureurs-generaal (2x !), (toen) Minister van Justitie Koen Geens en vele, vele historici (o.a. Bruno De Wever, Marnix Beyen, Koen Aerts, Nico Wouters etc.) krijg ik geen toegang tot het Krijgsdossier van mijn vader, zogezegd om โ€œprivacy redenenโ€ omdat hij veroordeeld werd in het proces van het dagblad โ€œVolk en Staatโ€, en dus staan in zijn dossier de namen van nog een 30-tal betrokkenen. Dit is dus Belgiรซ. Dit is 2022. We zijn nu bijna 80 (!) jaar later, ik ken geen enkel ander land waar een dergelijk slot op het oorlogsverleden is geplaatst. Wat heeft men te verbergen?

Het ergert me mateloos dat gelijk welke gecertificeerde journalist, onderzoeker, wetenschapper of student die ik van haar nog pluim ken zonder probleem in dat strafdossier van vader kan snuffelen, en zo met een vergrootglas zijn ziel peilen, en dus ook een beetje de mijne.
Ik weet het: het overkomt vele families, en ja, die opening kan enkel via de politiek gebeuren. Toch ken ik “gewone” mensen die wรฉl toegang krijgen, dat gebeurt dan via omwegen en hand en spandiensten, of 100 keer aandringen, dan volgt een toegeving, “om er vanaf te zijn”.ย 

Het schizofrene van deze situatie is dat ik wรฉl het Krijgsdossier van Sim mocht inkijken, een heel dun mapje en een mager dossier. Toch staan daar o.a. enkele getuigenissen in van “derden”, plots was privacy dus geen probleem meer.
Het is alsof de Procureur-generaal wou zeggen: kijk, je krijgt toch “iets”, we zijn geen onmensen.

Dankzij de Masterscriptie over het proces van Nand weet ik nu dat zijn dossier drie dikke archiefdozen in beslag neemt. Parcival en de Graal…

Toch weet ik: het zal me lukken, daar ben ik van overtuigd. De kaarsen blijf ik ontsteken, als vuurtorens en lichtbakens, en al is het maar voor รฉรฉn seconde, het zal voldoende zijn, zodat “een ingrijpen van hogerhand” de sleutel bieden zal tot het openen van dat vermaledijde Slot.


“Les bougies fondues” –ย  Francis Cabrel (2020)

Sur mon grand canapรฉ allongรฉ sous la lune
J’avais les bras croisรฉ, j’attendais la fortune
Entre deux cloisons vides et une ampoule nue, la poรฉsie
Ma vie allait passer paisible et sans histoire
Mais tout รฉtait trop vrai et j’ai prรฉfรฉrรฉ croire
Aux formes dessinรฉes dans les bougies fondues
La poรฉsie oรน y’en a jamais eu

Une barre d’immeuble me barre l’horizon
Ceux qui l’ont dessinรฉe toujours pas en prison
L’enfant peut griffonner un graffiti de plus, la poรฉsie
Sur le trottoir mal fait que se fend et qui craque
Comme on marque un arrรชt, on se voit dans les flaques
Un morceau d’au-delร  ร  nos pieds descendus
La poรฉsie oรน y’en a jamais eu

La vie est un concours oรน personne ne gagne
Un chemin qui s’enroule autour d’une montagne
On se retrouve en haut tous, le moment venu, la poรฉsie
J’ai vu l’homme passer, armรฉ comme ร  la guerre
Mourir c’est son projet, il va falloir s’y faire
On dansera plus tard, au calme revenu
La poรฉsie oรน y’en a jamais eu

Du gamin rescapรฉ sous des tonnes de pierres
Aux flocons envolรฉs de leur boule de verre
On pense que le ciel serait intervenu, la poรฉsie
Du tigre prisonnier elle รฉcarte les grilles
Les dix mรจtres carrรฉs pour lui et sa famille
Deviennent ร  chaque pas une immense รฉtendue
La poรฉsie oรน y’en a jamais eu

Regarde elle a dix ans et vois comme elle est belle
Elle est belle et pourtant elle ne sort de chez elle
Qu’avec l’รขme et le corps cachรฉs sous des tissus, la poรฉsie
En retournant chez moi j’ai croisรฉ des fanfares
Des rangรฉes de tambours, des grelots, des guitares
Elle marchait devant, ses longs cheveux dรฉfaits
La poรฉsie oรน y’en aura jamais

Elle tourna ร  la radio la jolie ritournelle
Elle est triste sans lui, il est triste sans elle
Et flashent les radars sur les sentiers battus, la poรฉsie
Pourtant la rue vibrait encombrรฉe de voitures
Le soleil s’accrochait aux angles des toitures
Et chaque arbre prenait des poses de statues
La poรฉsie oรน y’en a jamais eu

Si un jour je croisais au hasard d’un visage
Le chanteur que j’รฉtais dans les bals de village
On se regarderait comme deux inconnus, la poรฉsie
Il me dirait sรปrement t’as dรป en voir du monde
Il se pourrait pourtant qu’ร  la fin je rรฉponde
C’est celui que j’รฉtais qui me manque le plus
La poรฉsie oรน y’en a jamais eu

Je m’abimais les yeux sous la voรปte cรฉleste
Savoir oรน sont marquรฉes les heures qu’il me reste
Et chercher pour demain ce qu’il y a de prรฉvu, la poรฉsie
Comme des vรฉritรฉs je n’en trouvais aucune
Sur le grand canapรฉ allongรฉ sous la lune
J’ai cherchรฉ dans les bougies fondues
La poรฉsie oรน y’en a jamais eu

(uit: “ร€ l’aube revenant”, 2020)


Roadtrip Frankrijk, A61, Narbonne, Aire de Pech-Loubat, “Les Chevaliers Cathares”, Boutbus rechts “in de diepte”:

 


“Les Chevaliers Cathares” – Francis Cabrel (2000)

Les chevaliers Cathares
Pleurent doucement
Au bord de l’autoroute quand le soir descend
Comme une derniรจre insulte
Comme un dernier tourment
Au milieu du tumulte
En robe de ciment
La fumรฉe des voitures
Les cailloux des enfants
Les yeux sur les champs de torture et les poubelles devant
C’est quelqu’un au-dessus de la Loire qui a dรป dessiner les plans
Il a oubliรฉ sur la robe
Les tรขches de sang
On les a sculptรฉs dans la pierre qui leur a cassรฉ le corps
Le visage dans la poussiรจre de leur ancien trรฉsor
Sur le grand panneau de lumiรจre, racontez aussi leur mort
Les chevaliers Cathares
Y pensent encore
N’en dรฉplaise ร  ceux qui dรฉcident du passรฉ et du prรฉsent
Ils n’ont que sept siรจcles d’histoire, ils sont toujours vivants
J’entends toujours le bruit des armes et je vois encore souvent
Des flammes qui lรจchent des murs
Et des charniers gรฉants
Les chevaliers Cathares pleurent doucement
Au bord de l’autoroute quand le soir descend
Comme une derniรจre insulte, comme un dernier tourment
Au milieu du tumulte
En robe de ciment

(uit “Double Tour”, Live, 30 november & 2 december 2000, Vorst (!) Nationaal)


“Fool To Cry” – The Rolling Stones (1976)

(1976, Album “Black and Blue“, promovideo)


Een persoonlijke noot (bis)

Bij mijn geboorte, op 1 juni 1955 (maar over het precieze ogenblik waarop ik het “licht” zag is er onduidelijkheid, zie ook op mijn blog de pagina “Nomen” over mijn naamgeving), schreef mijn vader een gedicht รฉn tekende hij een litografie die op mijn geboortekaartje staan. Ik heb het gedicht altijd als een zware last om dragen gevoeld, maar nu ik de 70 nader, en diep in het leven van mijn vader ben gedoken, begrijp ik beter wat hij bedoelde, zo bv ben ik een nachtmens, zoals hij, en vind daar de rust waarin mijnย  creativiteit kan opborrelen, bovendien voelt dit project, deze biografie van mijn ouders, ook een beetje als een roadtrip door mijn eigen leven, het is ook de eerste keer dat ik, om in de metafoor te bleven, daarmee “in het licht treed”.

Natuurlijk legt hij in dit gedicht ook zijn leven op het mijne, maar daar heb ik, na zoveel tijd, geen probleem meer mee, integendeel.

En dankzij mijn trouwe vriend Druivelaar weet ik ook dat precies รฉรฉn maand na 1 juni mijn patroonheilige wordt gevierd, dat is dan dubbel pret.

“In diepe nacht mijn zoon,
wordt gij geboren ;
uitverkoren, in een bestaan
van logen en vertoon
zij U dit uur. Leef schoon
als deze stilte, kind, gewijd
door Gods onttogenheid ;
blijf nacht – de dag is waan.
En treedt gij in het licht,
sta dan als de toren
wiens naamย  gij draagt,
groter dan wie U belaagt,ย 
levend van vergezicht.”

Mijn geboorteschaal (geรซmailleerd kunstwerk)

Op mijn vraag schilderde mijn vader een doek met enkele elementen die ik belangrijk vond (vind) in mijn leven, prominent vooraan de Leeuw op het San Marcoplein (Venetiรซ) met de inscriptie: “Pax Tibi Marce / Evangelista Meus” geflankeerd door de twee zwanen uit mijn geboorteschaaal (daar met de levensboom), links de Mechelse Sint-Romboutskathedraal, rechts een moai van het Paaseiland, en dat alles in een zee, de moederschoot van alle leven. Ik vond het een prachtig geschenk van vader. Nu, terwijl ik schrijf en op mijn ouders’ leven en het mijne terugkijk, hangt deze “Pax Tibi” uit 1974 links aan de muur in mijn blikveld. Sinds mijn studentijd op kot is dat altijd zo geweest, waar ik ook woonde.


“Te Ressembler” / Francis Cabrel (2020)

J’aurais voulu te ressembler, je le jure
Mais voilร , il suffit pas de vouloir,
c’รฉtait pas dans ma nature
T’as vraiment dรป t’interroger, je suis sรปr
Et un jour, j’ai croisรฉ une guitare,
j’ai vรฉcu comme on s’amuse
T’avais les pieds sur terre
Et, j’รฉtais tout le contraire

On s’est pas dit “Je t’aime”
On s’est pas serrรฉ dans les bras
Concernant l’amour, il fallait
Tout deviner nous mรชme
On nous laissait grandir comme รงa
Et, tu vois on a grandi quand mรชme
Je le sais bien, j’รฉtais lร 

D’avoir eu tant de chance
Quelques fois, je me sens fautif
Je regarde autour
Ma maison est immense et mon jardin dรฉcoratif
Et, je sais depuis ton lointain au delร 
T’as gardรฉ un ล“il sur moi


Mein Leben ist wie leise See – Rainer Maria Rilke (1897)

Mein Leben ist wie leise See:
Wohnt in den Uferhรคusern das Weh,
wagt sich nicht aus den Hรถfen.
Nur manchmal zittert ein Nahn und Fliehn:
aufgestรถrte Wรผnsche ziehn
darรผber wie silberne Mรถwen.

Und dann ist alles wieder still…
Und weiรŸt du was mein Leben will,
hast du es schon verstanden?
Wie eine Welle im Morgenmeer
will es, rauschend und muschelschwer,
an deiner Seele landen.

(Rainer Maria Rilke)


Neil Diamond, “Dear Father” (soundtrack “Jonathan Livingstone Seagull”, 1973)



Wil je graag luisteren naar een radioprogramma “old style”, zonder reclame, zonder abonnement, gratis, stuur een mailtje naar studiorevolution@boutman.be dan krijg je een WeTransfer downloadlink van ongeveer 120MB die je dan via je telefoon of usb stick (bv tijdens jogging of road trip), tablet, laptop kan beluisteren. Duur: 90 minuten, zoals de luistertijd van een cassette, lang geleden! De frequentie van programma’s die je ontvangt hangt volledig af van de goesting van DJ/platenruiter Boutman, maar die probeert dat minstens jaarlijks te doen, met leuke muziek (alle genres) en wat Rainbow Warrior beschouwingen tussendoor. Verzoekjes (met ev. bijhorende anekdotes) welkom!


Het Witte Weten

Wat op de voorgrond soms een
indruk laat is slechts een zwarte
vlek die ons verhindert de waarheid
van de achtergrond te zien: het witte
weten waarin wakker worden woont.

(Uit: “Vruchtwater“, p. 142, R. Vercnocke, 2022)


KISMET