“Drieman” in Knack

Knack Focus 01/04/2020 / Gert Meesters

“Ferdinand Vercnocke, advocaat en dichter, werd na de Tweede Wereldoorlog veroordeeld omdat hij teksten had gepend voor ‘de meeste collaborerende publicaties’, aldus kleinzoon en stripauteur Wide Vercnocke. Toch is zijn Drieman een historische strip noch een klassieke familiegeschiedenis geworden. Dat is al van de eerste pagina’s duidelijk. In geen enkel ander boek over collaboratie zie je een hoofdstuk lang iemand onder handen genomen worden door de kapper. In geen enkele andere familiekroniek praat de hoofdpersoon met zijn gestorven grootvader terwijl ze samen in de trein zitten. Zulke bijzondere episodes vormen de essentie van Vercnockes werk: alles wordt tegelijk poëtisch en visueel wonderlijk teruggebracht tot vertraagde alledaagse handelingen. Ook als het natuurlijke conflict tussen drie generaties mannen niet alleen onderling voor vonken zorgt, maar nadrukkelijk raakvlakken heeft met de grote wereldgeschiedenis blijft Vercnocke schoonheid zoeken in routineuze handelingen. Tussendoor vraagt hij zich af hoeveel hij gemeen heeft met zijn foute grootvader en met zijn vader, die zijn eigen onderzoek naar het oorlogsverleden van opa Ferdinand voerde. Vercnockes visuele manier van vertellen uit zich in Drieman onder andere in haartooien. Aan het begin van het boek meet de Wide uit het boek zich een nieuw kapsel aan: aan de zijkanten opgeschoren, zoals het haar van zijn grootvader in oorlogstijd. In de laatste scène scheert Wide dan weer al zijn hoofdhaar eigenhandig af, een handeling die tegelijk de band met Ferdinand symbolisch doorknipt en verwijst naar de overbekende beelden van ontmenselijkte gevangenen in concentratiekampen. Bij een ander auteur zou de hele metafoor roemloos ten onder kunnen gaan door een gebrek aan subtiliteit, voor Vercnocke behoort een kappersschaar tot de basisinstrumenten om een verhaal te vertellen over de gevaren van identitair denken en de erfenis van het collaboratieverleden in hedendaags Vlaanderen.”

Drieman ****

Wide Vercnocke, Bries, 120 blz.

online bestellen via bv: Copyright Bookshop Drieman

Interview:

Hoe anders is het om na je sprookjesachtige vorige verhalen een boek te maken over het collaboratieverleden van je grootvader?

Vercnocke: “Mijn vrouw zegt dat ik eindelijk een verhaal heb gemaakt dat ze begrijpt. Het is veel rechtlijniger dan de vorige. Ik vond dat ik vanwege de ernst van het thema de dingen duidelijk moest benoemen. Zo kon ik proberen om ze te bezweren. Veel families in Vlaanderen hebben ergens wel een collaboratieverleden en dat kan tot op vandaag zijn schaduw werpen. Ik wilde weten hoe ik zelf tegenover het verleden van mijn grootvader Ferdinand stond. Tegelijk wilde ik niet te veel focussen op de geschiedkundige feiten. Mijn nicht heeft over mijn grootvader en masterscriptie geschreven. Zij heeft het dus op een wetenschappelijke manier aangepakt, maar mijn werk leent zich niet voor een accurate weergave van de historische werkelijkheid.”

Was het ook een moeilijker boek om te maken?

Vercnocke: “Ja, want deze keer ging het niet alleen over mij, maar over een moeilijke familiegeschiedenis die ik me niet zomaar durfde toe te eigenen. Ik heb een goede band met mijn vader, maar in dit boek zet ik hem nog meer met de billen bloot dan in Narwal, waarin ik hem letterlijk naakt heb getekend. Ik heb zijn verhaal in zekere in tot het mijne gemaakt. Daarbij komt nog dat over die verschrikkelijke oorlog veel geschreven is. Ik vroeg me af of ik het recht had om er iets aan toe te voegen. Ik voelde zelfs schroom om een swastikavlag te tekenen terwijl je die toch in elke Hollywoodfilm over die periode ziet.”

Waarom teken je altijd mensen die hun haar kammen of andere gewone dingen doen?

Vercnocke: “Dat hoeft te maken met de manier waarop mijn verhalen tot stand komen. Ik ga alleen op reis als mijn vrouw aandringt. Ik ben dus een huiselijk persoon en ik vind dat er veel rust uitgaat van routine. Die stimuleert ook de fantasie. Tijdens het kammen kunnen de wildste gedachten ontstaan. Ik vind dagelijkse handelingen ook visueel interessant, omdat ze de kwetsbaarheid van mensen tonen, de schoonheid in het kleine. Als je een oude persoon in een zetel ziet zitten is het toch ontroerend om je voor te stellen dat hij of zij daar elke dag in zit, Routines scheppen daarnaast een safe space, een comfortzone die ik graag nog uitvergroot in mijn werk. Dat geeft de lezer de tijd om na te denken of vrij te associëren. Ik zou nog veel redenen kunnen bedenken het komt er waarschijnlijk simpelweg op neer dat dit nu eenmaal mijn manier van vertellen is.”

“Drieman” in NRC Handelsblad

NRC Handelsblad (NL) online 26/03/2020 Stefan Nieuwenhuis

Zoektocht naar verleden adembenemend in beeld gebracht

Strips / In de poëtische graphic novel ‘Drieman’ probeert Wide Vercnocke te achterhalen wat zijn opa heeft bezield om te collaboreren met de Duitse bezetter.

Drie mannen met dezelfde achternaam, drie opeenvolgende generaties. De jongste is een experimentele stripmaker, zijn vader een gepensioneerde leerkracht en zijn opa een dichter met een fout verleden. In de poëtische graphic novel Drieman gebruikt Wide Vercnocke (1985) het verhaal van zijn eigen familie: wat heeft opa bezield om te collaboreren met de Duitse bezetter?

Over het verleden van opa Ferdinand Vercnocke werd in de familie niet gesproken. Tot vijf jaar geleden, nadat oma stierf: Rombout Vercnocke, de vader van Wide, besloot toen alsnog op zoek te gaan naar motieven en antwoorden.

Het was de zoektocht van zijn vader die bij stripmaker Wide Vercnocke de interesse aanwakkerde. Samen spraken ze er veel over. Gaandeweg werden die gesprekken persoonlijker, gingen ze meer over henzelf en hun onderlinge verstandhouding. Ze bemerkten hoe ze tot elkaar veroordeeld zijn en hoe gebeurtenissen binnen familielijnen bewegen. De scène waarin vader en zoon samen naar foto’s kijken van een dichtersreis naar Duitsland in 1941, met hun (groot)vader, is adembenemend in beeld gebracht.

Magisch-realistisch

Dichter en essayist Ferdinand Vercnocke (1906-1989) was het literaire boegbeeld van het nationaal-socialisme in Vlaanderen. Zo pleitte hij voor volksverbonden kunst en uitte hij zijn bewondering voor de Germaanse rassentheorie. In 1944 werd hij veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf, onder meer omdat hij zijn poëzie ten dienste had gesteld van de bezetter. Na vijf jaar kwam hij vrij, twintig jaar later kreeg hij eerherstel.

Het magisch-realistische werk van Vercnocke vraagt om een lezer die op de rem wil trappen. Pas in vertraging komen de beelden en het gevoel samen. Er is nagenoeg geen actie. De ruime pagina’s bevatten nooit meer dan vier plaatjes, Vercnocke werkt met een beperkt kleurpalet, gebruikt weinig tekst. Alle handelingen lijken te verglijden, waarbij voorstellingen uit de werkelijkheid wegtrekken. Een spiegel wordt een vluchtroute, een gordijn een vlag met een hakenkruis, voorbijgangers Duitse militairen. Het geheel is opgezet uit korte hoofdstukken, die door titelpagina’s worden onderbroken.

Alles begrijpen

In het verhaal spreekt Wide zijn opa tweemaal, beide ontmoetingen vinden plaats in een trein. Vercnocke tekent die treffend: hij komt uit het lijf van de kleinzoon tevoorschijn en gaat tegenover hem zitten. Ineens zit daar de man aan wie hij nooit heeft kunnen ontkomen, ook al was hij vier toen zijn opa stierf: „Al heel mijn leven hing zijn schaduw over onze familie.”

In die gesprekken maakt Vercnocke de generaties zichtbaar. Als Wide zijn opa onbeschaamd en direct vraagt hoe je in godsnaam zoiets kon doen, antwoordt deze in de taal van 75 jaar geleden: „Herkent ge uzelf niet in mij? Wij zijn één bloed. Zo herken ik mijn volk. Zo erken ik mijn volk. Mijn genen stromen door uw aderen. De leeuw klauwt door uw zijn. Voel mijn geest en ideeën, voel mijn bloed! Voel de bodem, de kluiten aarde waaruit gij zijt ontsproten.”

Zijn oma heeft Wide ooit verzekerd dat hij later alles zou begrijpen. Zelf denkt hij heel zijn leven te jong te zijn om het echt te snappen. Met Drieman, waar eens niet de schuldvraag maar begrip centraal staat, heeft Vercnocke een krachtig en wezenlijk statement gemaakt.

“Drieman” in De Standaard

Voorpagina “De Standaard” 28/02/2020

In “De Standaard” van 28 februari 2020 werd aandacht besteed aan het verschijnen van de nieuwste graphic novel van mijn jongste zoon Wide Vercnocke. (Videoverslag over de boekvoorstelling hiervan onderaan dit bericht).

(Recensie & Interview door Jozefien Van Beek, foto’s: Jimmy Kets)

Een overzicht:

Binnenpagina’s “De Standaard der Letteren”

Het driegeslacht Vercnocke
Oorlog van vader op zoon

Recensie:

Oorlog, van vader op zoon

Graphic Novel. Met Drieman maakte Wide Vercnocke zijn beste boek tot nu toe. In zijn herkenbare magisch-realistische stijl duikt hij in zijn familiegeschiedenis. (Jozefien Van Beek)

‘Het universum is cyclisch’, schrijft Wide Vercnocke aan het begin van Drieman. ‘Is er iets dat omschrijft hoe omgaan met jezelf van generatie op generatie wordt doorgegeven? Hoe het voelt om door te hebben dat je deel bent van een groter geheel?’ Dat zoekt hij uit in zijn nieuwe boek: hoe worden dingen doorgegeven van vader op zoon, en kan je daaraan ontsnappen?

Het driegeslacht uit Drieman bestaat uit tekenaar Wide Vercnocke, zijn vader Bout Vercnocke, en diens vader Ferdinand Vercnocke, een dichter die collaboreerde. Over dat zwarte verleden werd in de familie niet gesproken en hoewel Wide zijn grootvader nooit heeft gekend – hij was vier jaar toen de man overleed – hing heel zijn leven ‘zijn schaduw over onze familie’.

David Lynch

Toen grootmoeder Vercnocke in 2015 overleed, begon Bout te graven in het familiearchief in een poging te achterhalen wat Ferdinand Vercnocke precies gedaan had. En terwijl de vader onderzoek deed naar het oorlogsverleden, probeerde de zoon er een boek over te maken. Vijf jaar lang worstelde hij ermee, tot hij besefte dat het boek net over die zoektocht moest gaan. Al die tijd was er intens contact tussen vader en zoon, waarbij ze niet alleen geconfronteerd werden met het verleden, maar ook met zichzelf en hun relatie tot elkaar.
In korte hoofdstukjes en in zijn herkenbare surrealistische, zinnelijke stijl toont Vercnocke hoe je een familieverleden meedraagt.
Dat bewerkte Vercnocke tot een deels autobiografisch, deels fictief verhaal. In korte hoofdstukjes en in zijn herkenbare surrealistische, zinnelijke stijl toont Vercnocke hoe je een familieverleden meedraagt. Letterlijk: uit zijn hoofdpersonage kruipen body snatchers-gewijs zijn grootvader én zijn vader.

Een rood gordijn dat associaties met David Lynch oproept, transformeert tot een vlag met hakenkruis, gewone voetgangers worden soldaten in uniform, een rustig straatbeeld vervormt tot verwoest oorlogsgebied. Vercnocke zet zijn tekeningen meesterlijk in om een donker verhaal te vertellen. Drieman is bijna dubbel zo dik als zijn andere boeken, en er staat veel meer tekst in. Waar hij in de vorige strips vooral de beelden voor zich liet spreken, heeft hij nu ook woorden nodig om zijn verhaal te vertellen.

Schuldvraag

We zien hoe Ferdinand Vercnocke in 1941 op schrijversreis gaat in Weimar, waar hij tussen naziofficieren een speech van Goebbels bijwoont. ‘Toen de opwinding was gaan liggen, daalde er een gevoel van diepe schaamte over ons neer. Ons bloed, onze vader, grootvader, onze Vlaamse dichter, schuldig aan culturele collaboratie.’

Ook de Duitse Nora Krug maakte een graphic novel waarin ze groef naar het oorlogsverleden van haar familie – haar obsessie ging zelfs zo ver dat ze tijdens de yogales haar arm niet omhoog kan houden zonder aan de Hitlergroet te denken. Maar waar Krugs Heimat (2018) vooral gaat over de schuldvraag, staat bij Wide Vercnocke een andere vraag centraal: hoe ga je ermee om, met dat enorme gewicht van het verleden? In de strip beantwoordt hij die vraag niet, maar vermoedelijk ís Drieman zijn antwoord.

‘Heb ik wel het recht om hier een verhaal van te maken?’, vroeg Vercnocke zich af. Dat heeft hij zeker, want Drieman werd een gevoelige, intrigerende en ontroerende strip. Zijn beste tot nu toe.

Vanavond om 20 uur presenteert Wide Vercnocke zijn boek in Muntpunt in Brussel, met Jeroen Olyslaegers, Shamisa Debroey en Stoomboot.


Interview:

“Het trauma van de oorlog leeft generaties lang voort”

In Drieman schrijft Wide over drie generaties Vercnocke-mannen, en hoe vader en grootvader allebei vervat zitten in de zoon. ‘Familiekroniek’ roept doorgaans adjectieven op als navelstaarderig, maar in het geval van de Vercnockes is het razend interessant: de zoon is tekenaar, de vader sjamaan met een passie voor numerologie, en de grootvader dichter met een zwart verleden.

Hoe zwart juist, dat blijkt uit zijn gedichten. Ferdinand Vercnocke (1906-1989) schreef Aan Adolf Hitler, dat begint met de verzen: ‘Kunstenaar-staatsman, Ziener, man der daad. 7 veldheer en held, mensch méér dan mensch!’ Een ode aan de Führer. ‘Dat is een gedicht uit zijn foute periode zegt Wide Vercnocke. ‘Heftige shit.

Wat heeft je grootvader precies gedaan?

“Toen zijn eerste dichtbundel begin jaren dertig verscheen, werd hij meteen een ‘rising star‘, de man die zei waar het op stond, die opkwam voor de kleine Vlaming. Al snel werd hij Vlaams-nationalist. Hij wilde vooral Vlaanderen groot maken en tijdens de oorlog hoopte hij dat de Duitsers daarbij zouden helpen. Dus ging hij publiceren in het dagblad ‘Volk en Staat’, een rechts nationalistisch medium gelieerd aan de bezetter. Door de Duitsers honing om de mond te smeren, hoopte hij met zijn boodschap mee te surfen op hun propaganda. Maar in 1943 vertrok hij met ruzie bij Volk en Staat toen hij besefte dat de Duitsers helemaal geen interesse hadden in Vlaanderen. Dat moet voor hem een serieuze opdoffer geweest zijn.”

“Na de oorlog werd hij veroordeeld voor culturele collaboratie. Hij wist dat hij opgepakt zou worden, maar hij is niet gevlucht, in tegenstelling tot vele anderen. Ik denk dat hij daar te koppig voor was. Eerst kreeg hij de doodstraf, maar die werd niet uitgevoerd. Van zijn tien jaar celstraf heeft hij er vijf uitgezeten en pas in 1964 kreeg hij zijn burgerrechten terug. Als dichter werd hij nooit meer serieus genomen, ik denk dat dat voor hem nog de grootste straf was.

“Er bestaat een geluidsfragment van een radiorubriek die hij had bij het propagandakanaal Zender Brussel – ergens wordt dat omschreven als zijn dagelijkse fascistische ochtendpraatje. Het is heel vreemd om dat te horen, zeker voor mijn vader. Hij herkent de stem met licht West-Vlaamse tongval, maar in wat hij zegt, herkent mijn pa niet de minzame man die hij heeft gekend. Kijk, dat Hitlergedicht is fucked up. Ik veroordeel zijn daden en vind het terecht dat hij in de gevangenis heeft gezeten. Maar hij was ook een goede grootvader, een echtgenoot, een vader voor zijn kinderen.”

Waarom wilde je dit boek maken?

“De oorlog is vijfenzeventig jaar geleden afgelopen, maar heeft nu nog steeds veel effect, zowel op maat schappelijk als op persoonlijk niveau. Dat heeft me doen nadenken over oorlog in het algemeen. Het is zo intens als je denkt aan alle conflicten die nu woeden in de wereld. Zelfs al raken ze snel gestabiliseerd, het is niet op een twee drie in orde. Dat trauma leeft nog generaties lang voort.

Dat maak je expliciet in je boek: het gaat over drie generaties mannen.

“Ik denk dat ik de naam Drieman voor het eerst heb opgeschreven in 2015. Ik wist dat ik over mijn familie wilde schrijven, maar ik wist niet hoe. Lang heb ik geworsteld met de toon van het boek. Heel moeilijk allemaal: mijn grootouders waren rechts, en toch heb ik veel respect voor hen. Mag ik dan over hen praten? Bovendien raak ik hiermee dingen aan die bij zo veel mensen voor zo veel miserie hebben gezorgd. Dat vind ik nog het moeilijkste. Heb ik wel het recht om er een verhaal over te maken?’

“Het verleden van mijn grootvader was een publiek geheim, maar in het gezin Vercnocke werd er amper over gesproken. We wisten wel dat hij in de gevangenis had gezeten voor culturele collaboratie, maar niet wat er precies gebeurd was. Mijn vader ging zich er pas mee bezighouden toen mijn grootmoeder in 2015 overleed – vaak krijg je pas interesse in je ouders wanneer het te laat is. Maar het was ook uit respect denk ik. Na haar overlijden heeft mijn vader zich in die geschiedenis vastgebeten.

“Toen we haar huis gingen leegmaken, vonden we het archief dat ze had bijgehouden. En toen mijn vader daarin begon te graven, had ik mijn boek: ik wist dat het moest gaan over die ontdekkingstocht. Het maakproces van Drieman is dus niet los te koppelen van zijn onderzoek.”

Toch is je boek fictie.

“Zeker. Niet onbelangrijk is dat mijn nicht Ingeborg Tibau haar masterproef schreef over onze grootvader. Als onderzoekster kreeg zij toegang tot het Krijgsarchief en het strafregister, waardoor ze een paar ontbrekende puzzelstukjes kon leggen. Ze heeft bijvoorbeeld kunnen aantonen dat hij nooit bij de SS is geweest. Maar vooral: omdat zij wetenschappelijk onderzoek deed, had ik het gevoel dat ik in mijn boek niet gebonden was aan de feiten. Ik wilde fictie schrijven, en die vrijgeleide kreeg ik dankzij haar.”

Rainbow warrior
Er zit een sleutelscène in het boek waarin je vader de confrontatie aangaat met je grootvader.

‘In één van onze gesprekken vroeg ik hem: beeld je in dat je vader tegenover je zit, wat zou je dan zeggen? Wat mijn pa toen gezegd heeft, staat bijna letterlijk in het boek. Het was zo emotioneel en intiem dat ik heb getwijfeld om het te gebruiken, maar tegelijk vond ik het zo mooi en waardevol dat ik het moest doen.’

“In realiteit is dat nooit gebeurd. Soms heeft mijn pa daar wel spijt van, maar anderzijds is hij ervan overtuigd dat er geen reactie zou zijn gekomen. Terwijl zowel mijn pa als ik natuurlijk vooral wil weten of hij besefte hoe erg het was. Hij was een slimme man, een journalist, een advocaat. Hij moet toch van alles hebben. gezien? Hij was toch niet naïef?”

In ‘Drieman’ spreekt je vader over universele liefde. Hij ziet de wereld als één stam. Is dat zijn manier om zich tegen het verleden van zijn vader af te zetten?

‘In zekere zin wel. Ook in het echte leven draagt hij die boodschap uit. He loves everybody vanuit het idee: ik ga niemand veroordelen. Het was niet altijd makkelijk tussen die twee. Ik weet dat mijn grootvader hem de nagel aan zijn doodskist noemde toen mijn vader was gaan betogen. Er is wel sprake van enige daddy issues. Hij is een complexe figuur, mijn vader. Met zijn regenboogjas en zo.’

Regenboogjas?

“Hij heeft heel lang een regenboogjas gehad. De vrienden van mijn broer noemden hem de rainbow warrior. Dat wilde ik in mijn boek stoppen, dat uit zo’n serieuze man die gecollaboreerd heeft zo’n speelse mens kan komen als mijn vader.

Hoe is jouw band met je vader?

“De laatste tijd beter. Maar daarvoor heb ik wel veel met de mantel der liefde moeten bedekken. Hij is de enige ouder die ik nog heb. Als ik met hem een toffe band wil, moet ik sommige dingen in het verleden laten. En dat werkt wel. We hebben een heftige familiegeschiedenis. Maar elk huisje heeft zijn kruisje, hé. Ik wil er niet te veel over vertellen, het ligt gevoelig. In 2014 is mijn moeder overleden en ik heb nu pas het gevoel dat ik opnieuw boven water kom, dat ik het kan plaatsen. Ook de rest van de familie heeft dat verdriet een plek gegeven, en ik weet niet of ik dat opnieuw wil opentrekken.

Godin

We halen extra koffie in de keuken. Op de koelkast hangt een echo waarop het hoofdje, de armpjes en de beentjes van een kleine Vercnocke te zien zijn. “Ja, Auke is zwanger. Ik voel nu al dat mijn volgende boek daarover gaat. Het idee is: godin.”

Zo noem je haar ook in je dankwoord. Doorheen je strips is er een evolutie merkbaar: eerst bedank je haar voor veel, dan voor alles, en nu is ze een godin.

“Haha. Ik begin steeds meer te beseffen wat een positieve invloed zij heeft op mijn leven. Ze brengt structuur en zorgt ervoor dat ik niet te veel in mezelf gekeerd ben. Zij is iemand die het laat merken als ze iets niet leuk vindt, en ze dwingt mij ook om meer te babbelen. Vroeger stak ik nogal gemakkelijk mijn kop in het zand, maar zo los je niks op. Dus: godin. Dat is amper overdreven.

Tot nu toe bleven de vrouwenfiguren in mijn strips wat op de achtergrond. Nu wil ik het over hen hebben: mijn vriendin, mijn moeder. Ik zou er graag een trilogie van maken: De godin, Oermoeder en Vrucht. Vrouwen zijn gewoon fantastisch, schrijf dat maar op.”


ps: De “Rainbow Warrior” maakte ook een videoverslag van de boekvoorstelling op 28/02/2020 in Muntpunt te Brussel, met heel veel volk, dat mocht toen nog… Onstabiele camera, geluid wat minnetjes, het weze de Rainbow Warrior vergeven, gezien de emoties na 5 jaar samen onderzoek & brainstormen met Wide hierover ! 😉

rainbow

Terug naar Roemenië

(artikel verschenen in Knack 30/10/2019)

Terug naar Roemenië, 30 jaar nadat journalist Danny Huwé er werd doodgeschoten.
(door Terry Verbiest. Belgisch journalist, ondernemer en radio- en televisiepresentator.)

Op 25 december 1989 werd Danny Huwé doodgeschoten in de straten van Boekarest. Hij was voor VTM in Roemenië om er verslag uit te brengen van de laatste dagen van het Ceausescu-regime. Dertig jaar later reist de toenmalige redactiechef van VTM, Terry Verbiest, terug naar Roemenië. Hij verblijft er in opdracht van kunstfestival Europalia twee weken als writer in residence in Timisoara en Boekarest. Vanuit Roemenië schrijft hij brieven aan Tim Huwé, de zoon van Danny.

(Danny Huwé. © Corbis via Getty Images)

Dag Tim,
Ik ben aangekomen in Boekarest na een week Timisoara.
Dit is de vierde keer dat ik in Roemenië ben na de dood van je vader, dertig jaar geleden.
De eerste keer was de dag dat hij vermoord was. Kerstdag 1989.
Samen met een paar mensen van het facilitair bedrijf Videohouse, die de cameraploeg meegestuurd hadden, en spoedarts Luc Beaucourt wilden we de ploeg zo snel mogelijk vinden en naar België terughalen. We hadden telefonisch contact gehad met cameraman Paul Van Schoor. Eerst en vooral moesten ze weg uit dat vermaledijde Roemenië. Ik wist dat er in de Bulgaarse hoofdstad Sofia een groot Intercontinental Hotel was en ik stelde voor dat we de ploeg daar zouden oppikken. Beaucourt was mee omdat hij zo iemand was met wie je letterlijk naar de oorlog kon trekken. Hij had al wat natuurrampen en oorlogssituaties meegemaakt en met hem erbij voelden we ons veiliger.
We hebben de rest van de ploeg, cameraman Paul Van Schoor, geluidsman Jan De Coninck en monteur Ingrid Bertrand, op 26 december gevonden in Sofia. Nadat we hen op het privévliegtuig gezet hadden dat ons naar Sofia gebracht had, ben ik in Boekarest naar het lichaam van Danny gaan zoeken. Maar ik heb het niet gevonden. Danny werd pas dagen later gevonden door cameraman Wim Robberechts, die daar met de legendarische Britse journaliste Kate Adie voor de BBC aan het werk was. Danny lag in het mortuarium van een ziekenhuis, ergens in de buurt van waar hij doodgeschoten was.
Jouw vader was gene gewone, Tim. We hadden elkaar leren kennen op de radioredactie van de BRT. Ik kwam daar net binnen, geslaagd voor het journalistenexamen. Hij was toen al een ervaren eindredacteur. Een hele goede journalist, geweldige stem, veel ervaring, een van de sterren van de redactie. En niet te beroerd om een jong journalistje de knepen van het vak bij te brengen.
In het najaar van 1988 maakte hij de overstap naar VTM en ik, omdat ik net iets meer televisie-ervaring had, werd zijn leermeester. Dat wrong wat, in het begin. Hij kon daar niet goed tegen, hij werd niet graag gecommandeerd. Al zeker niet door een broekje als ik. Er zijn toen harde woorden gevallen en hij kon voor mijn part de boom in. Iets wat ik hem toen ook gezegd heb.
Alleen iemand als Danny kon zich daar op een grootse manier over zetten. We zijn toen iets gaan drinken, hebben het uitgepraat en we zijn maten geworden.
Ook op de VTM-redactie werd hij de aanjager. Zijn enthousiasme was aanstekelijk. 1989 was voor journalisten een magisch jaar, natuurlijk. Het hele Oostblok verkruimelde. In China leek het communisme ook te wankelen. Ik zie Danny daar nog zitten, achter zijn eindredactiedesk. Met een kaart van Peking tegen de muur. Hij had die daar zelf opgehangen om de troepenbewegingen te kunnen volgen. Geen idee waar hij die kaart vandaan had.
Work hard, play hard. Het was de eerste keer dat we die uitdrukking gebruikten. We hadden een systeem op de redactie dat inhield dat een journaalploeg zeven dagen aan een stuk werkte. Daarna had ze zeven dagen vrijaf. Een journaalploeg, dat waren de journalisten, presentators, regisseurs, regieassistenten en productieassistenten van die week. Een week liep van donderdag tot woensdag. Woensdagavond zat de werkweek er dus op en werd er heel zwaar gefeest in café Onder ons, op de Grote Markt van Vilvoorde. Van cafébaas Manu, een ingeweken Portugees, mocht alles. Zo hebben we ooit in de gietende regen de biljarttafel op straat gezet. Omdat Danny vond dat er te weinig plaats was in ‘t café. Die tafel is nooit terug naar binnen gekomen.
Toen gebeurde er iets op de redactie waardoor hij zich de woede van hoofdredacteur Jan Schodts op de hals haalde. Ik weet nu niet meer wat het was, maar Schodts was behoorlijk boos. Danny werd gestraft, mocht een paar weken geen eindredactie meer doen en vloog naar de reportageploeg. Danny pikte het en werkte door. Hij morde niet, klaagde niet en ging vooral niet lopen zeiken over ‘de bazen’. Danny was een seigneur. En daarbij, hij wist dat de redactie hem toch nodig had.
Toen kwam december. Na de val van de oude regimes in Polen, Hongarije, Oost-Duitsland en Tsjecho-Slowakije kwamen er barsten in de Ceausescu-dictatuur in Roemenië. Het ging snel, heel snel. Een dominee van Hongaarse origine, Laszlo Tokes, werd in Timisoara de man die het vuur van de Roemeense revolutie zou aansteken. Gewild, ongewild, bewust of onbewust, ik heb het me later vaak afgevraagd. Tokes had zich laatdunkend uitgelaten over de machthebbers in de hoofdstad Boekarest. Kritiek op het regime, kritiek op Grote Leider Ceausescu, dat was gewoon ondenkbaar. Dus zou hij op 16 december uit zijn huis worden gezet door de gehate Securitate, de Roemeense staatsveiligheid. De mensen van zijn gemeente verzetten zich daartegen en wat al lang aan het broeien was, ontplofte in het gezicht van de machthebbers.

Fake news, Tim, is van alle tijden. Maar daar heb ik een van de sterkere staaltjes ervan gezien. Het nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtje: er waren bij de rellen die waren losgebarsten na de mislukte aanhouding van Laszlo Tokes zeker 5000 doden gevallen. Het leger kende geen genade met wie het niet eens was met Ceausescu. Ik heb tijdens mijn verblijf in Timisoara gesproken met mensen die die periode dertig jaar geleden hebben meegemaakt. Schrijver, dichter en journalist Alex Potcoava vertelde me dat de mensen geen water meer uit de kraan durfden te drinken omdat het vergiftigd zou zijn. Iemand kende iemand die een kaart van Roemenië gezien had, een nieuwe kaart, waar Timisoara niet meer op stond. Elena Ceausescu zelf, de vrouw van de dictator, maar volgens ingewijden en de rest van Roemenië de echte kwade geest van het regime, zou zelf het bevel gegeven hebben om Timisoara plat te bombarderen. Hongaren en Serviërs waren het land binnengevallen en rukten op naar de stad. De mensen wierpen barricades op. Barricades die bestonden uit lege wijnkistjes. Hou daar maar eens de tanks mee tegen.
Er wérd geschoten en er víélen doden. In het museum van de revolutie in Timisoara hangen twee foto’s die ik nooit meer vergeet. Tussen beide foto’s zit een tijdsspanne van een paar seconden. Op de eerste staan een paar soldaten met het geweer in de handen. Rond hen staan wat mensen, op de grond liggen (inderdaad) kapotte kistjes, veel papier, wat vodden, een stoel. In het midden van de foto staat een grote, knappe, blonde jongeman. Hij wijst op zijn hart. Volgens het onderschrift bij de foto roept hij naar de soldaten: ‘Schiet dan, ik heb maar één hart.’
Op de volgende foto ligt de jongeman dood op de grond.
Hij was een van de 73 slachtoffers in Timisoara, van wie er 71 waren doodgeschoten. Geen 5000. 73.

(Boekarest. ‘Nooit in mijn leven heb ik zo veel spijt gehad van mijn eigen gelijk.’ © Corbis via Getty Images)

Maar de nieuwsagentschappen, vooral via Hongaarse en Joegoslavische journalisten, meldden duizenden doden en dat werd gretig overgenomen in het Westen.
Danny overtuigde Schodts toen om een ploeg naar Roemenië te sturen. Om zijn argumenten te staven had hij een exemplaar van de Nederlandse de Volkskrant bij zich waar op de voorpagina melding werd gemaakt van die 5000 doden.
Jan wilde eerst een jongere journalist sturen, maar ik vond toen dat Danny lang genoeg gestraft was geweest. Ik kreeg uiteindelijk gelijk, Tim.
Nog nooit in mijn leven heb ik zo veel spijt gehad van mijn gelijk.
Danny werd in het bureau van Jan geroepen en ik weet nog hoe blij hij was. Blij als een kind met zijn eerste fiets. Stom, maar dat was wat ik toen dacht.
Twee dagen later, op 23 december, is de ploeg vertrokken. Danny, Paul, Jan en Ingrid. Ze vlogen eerst naar Sofia. Daar huurden ze auto’s en ze reden via de grensovergang in Ruse naar Roemenië.
De rest ken je. Op kerstavond zijn ze Boekarest binnengereden. In konvooi, want ze waren met twee auto’s. Achter hen reed een ploeg van de Turkse televisie. Ze moeten toen ergens een afslag naar het centrum gemist hebben, want plots waren ze daar in Razoare, een buitenwijk in het zesde district van Boekarest. Een grauwe buurt en vlak bij een kazerne van soldaten van de grenswacht. Plots staat daar een tank voor hen, in het midden van de weg.
Zoals dat bij elke revolutie wel het geval zal zijn, was de toestand in Roemenië toen bijzonder chaotisch. Er werd veel geschoten, maar niemand wist wie er schoot. De mensen waren vooral bang van de terroristen. Vooral omdat niemand wist wie ze waren, vanwaar ze kwamen, aan wiens kant ze stonden. Algemeen werd ervan uitgegaan dat ze het Ceausescu-regime kwamen steunen. Niemand heeft ze ooit gezien maar iedereen was bang van hen. Zo zorgden ze voor terreur en voor angst.
Alleen, later is er geen enkel bewijs gevonden dat er ook maar één terrorist in Roemenië heeft rondgelopen. Vanwaar zouden ze gekomen zijn? Welke nationaliteit hadden ze? Er is nooit een van hen gevangen genomen, verwond of gedood. Dat alleen was al een vreemd teken. Teken aan de wand dat er niets van waar kon zijn.
In al die jaren is er nooit een officieel onderzoek geweest naar de dood van Danny. Er zijn wel een paar journalisten beginnen te spitten en zo kwamen stukje bij beetje almaar meer details naar boven.
Die tank in het midden van de weg, die stond daar niet toevallig. Die stond voor de kazerne van de grenswacht.
Soldaten van de grenswacht hebben later aan Roemeense journalisten hun verhaal gedaan. Zo is uiteindelijk die puzzel in elkaar gevallen.
Of toch een deel van de puzzel.
Waarom hij het deed, weet niemand.
Maar majoor Petre Teaca, de commandant van de grenswacht, heeft toen het bevel gegeven om op de auto’s te schieten die buiten voor de kazernepoort stonden.
De soldaten hadden daar aanvankelijk geen zin in, vroegen zich af waarom ze op auto’s moesten schieten waarin vermoedelijk journalisten zaten.
Op het dak stond immers in grote letters PRESS gekleefd.
Maar majoor Teaca beweerde dat het terroristen waren die zich als journalisten vermomd hadden.
De auto’s werden door enkele kogels geraakt en Danny, Paul, Jan en Ingrid zijn eruit gekropen. Vlak daarna kreeg Danny een kogel in zijn hoofd.
De hele nacht door is er dan vanuit de kazerne geschoten. Al was het niet duidelijk naar wie of wat. Met het lichaam van Danny tussen hen in, zijn de andere drie daar tot ‘s morgens vroeg blijven liggen. Elk moment vrezend dat de volgende kogel voor hen zou zijn. Maar rond de ochtend verminderde het schieten. Er begonnen bussen te rijden. Mensen kwamen op straat. De drie overlevenden zijn toen in de auto gesprongen en weggereden. Het lichaam van Danny hebben ze moeten achterlaten.
Later op die dag werden Nicolae en Elena Ceausescu terechtgesteld. Ook door militairen.
Volgens schrijver Tudor Cretu zijn zo goed als alle doden tijdens de revolutie gevallen door kogels van de militairen. Die waren niet voorbereid, die panikeerden en schoten op alles wat ze verdacht vonden.
Drie dagen na de dood van Danny werd majoor Petre Teaca door de nieuwe president, Ion Iliescu, gepromoveerd tot generaal-majoor. Wegens diensten voor het vaderland.

Dag Tim,
Je had me verteld dat je eventueel van plan was om met je dochters naar Boekarest te reizen. Om samen met hen naar de stad te gaan waar hun grootvader werd vermoord. Jullie zouden er het gedenkteken gaan bezoeken op de Piata Danny Huwé.

(De zwarte plaat die vroeger aan het gedenkteken hing. © ISOPIX)

Het gedenkteken en het plein, die jaren geleden werden ingehuldigd om een man te herdenken die zijn leven had gegeven om verslag uit te brengen van hun revolutie.
Bespaar je de moeite, Tim.
Bespaar je de teleurstelling.
Ik ben er daarnet geweest. Het pleintje is overwoekerd, al maanden, jaren niet meer onderhouden.
Volgens schrijver Tudor Cretu zijn zo goed als alle doden tijdens de revolutie gevallen door kogels van de militairen.
Van het gedenkteken blijft alleen het rode marmeren rechtopstaand muurtje over. De zwarte plaat die Danny’s naam, geboorte- en sterfdatum vermeldde, is er al lang afgeslagen.
Het straatnaambordje met de naam van het plein is ook weg.
Er lagen een paar lege bierblikjes op de grond voor dat muurtje maar die heb ik opgeraapt.

(Het gedenkteken zoals het er nu bijstaat.)

Ik heb morgen een afspraak met de hoofdredacteur van een krant die hier ook in het Engels verschijnt.
Ik zal haar erover aanspreken.
Maar toen ik daarstraks aan wat mensen in de buurt ging vragen wat daar gebeurd was, hoelang dat monumentje daar zo al stond te verkommeren, was er niemand die een zinnig antwoord kon geven. Naast het Piata Danny Huwé ligt een kerk. De pastoor van die kerk wist ook van niets, zei hij.
Hun schouders ophalen, daar zijn ze hier goed in, Tim.

Dag Tim,
Ik heb Alina Grigoras, hoofdredacteur van Romania Journal, ontmoet vandaag.
Nee, de mensen zijn de revolutie niet vergeten en nee, ze zijn ook Danny niet vergeten. De namen van Danny en van Jean-Louis Calderon zijn volgens haar nog altijd aanwezig in het collectieve geheugen van de mensen van Boekarest. Calderon was de Franse journalist van La Cinq die op 23 december door een tank werd doodgereden, hier in Boekarest.
Maar volgens haar worden de autoriteiten niet zo graag meer aan de revolutie herinnerd.
In Timisoara spreken ze nu nog altijd van de revolutie van december 1989. Hier in Boekarest hebben ze het liever over de gebeurtenissen van ’89.
Het onderhoud van zo’n monument is geen prioriteit. Ze hebben wel andere katten te geselen.
Maar Alina raadde me aan om een klacht in te dienen bij het stadsbestuur.
Het zal niets uithalen, zegt ze, maar ik moet het toch proberen.
Ik heb daarstraks een mail gestuurd naar de administratie van de Monumenten in de Polonastraat, en ook nog een naar het kabinet van mevrouw de burgemeester.
We zien wel of het wat uithaalt.

Dag Tim,
Nog altijd geen antwoord op mijn mails.
Ik blijf hopen en probeer zo veel mogelijk mensen deel te maken van mijn verontwaardiging in de hoop dat er op die manier toch iets gebeurt.
Wat me opvalt, Tim, is dat hier nog steeds een groot wantrouwen heerst.
Als iemand iets wil vertellen wat als negatief voor de overheid zou kunnen worden beschouwd, dan zal die eerst rond zich kijken om te zien of er niemand meeluistert. Dertig jaar na de revolutie!
Wij kunnen ons dat moeilijk voorstellen, maar blijkbaar is dat normaal.
Gabriela Bogdan, hoofdredacteur van de krant Nine O’Clock, een dagblad dat hier in het Engels verschijnt, legde me uit dat de angst die er heerste onder het communisme nog niet helemaal verdwenen is. Zij was dertig jaar geleden een 22-jarige studente. Als je aan tafel zat met familie of vrienden lette je altijd op je woorden. Omdat je nooit zeker wist of iemand in het gezelschap een verklikker was. Zo’n diepgeworteld wantrouwen, daar moeten verschillende generaties overgaan eer dat helemaal verdwenen zal zijn, zegt Bogdan. Je vertelde ook aan niemand dat je naar BBC of Radio Free Europe luisterde. Je kon daar zwaar voor gestraft worden. Angst hield lange tijd de mensen koest.
Als iemand iets wil vertellen wat als negatief voor de overheid zou kunnen worden beschouwd, dan zal die eerst rond zich kijken om te zien of er niemand meeluistert. Dertig jaar na de revolutie!
Waarom ze dan toch in opstand zijn gekomen?
‘Zijn ze wel in opstand gekomen? We hadden toen het idee dat alles één grote chaos was, maar in werkelijkheid werd alles geregisseerd. Er was een scenario en dat was geschreven door Ion Iliescu en Petre Roman. En dat scenario werd minutieus gevolgd. Het was alleen de bedoeling om Ceausescu af te zetten en te vervangen. Ion Iliescu was een trouw lid van de Communistische Partij die op Ceausescu’s stoel wilde gaan zitten. Hij werd president. Petre Roman werd premier. Het is wat uit de hand gelopen en de oude communisten veranderden hun naam in Sociaaldemocratische Partij, maar voor de rest… ‘Oude wijn in nieuwe zakken.’

Dag Tim,
Morgen keer ik terug naar België en ik heb nog altijd geen antwoord gekregen van de burgemeester of een van haar diensten.
Ik liep vandaag wat door de straten van Boekarest en toen viel me op dat ik hier in Roemenië in die paar weken dat ik hier was maar één dakloze gezien heb.
En ook maar één bedelaar. Hoewel. Toen ik uit het Atheneum kwam, het prachtige concertgebouw in het centrum van de stad, werd ik aangesproken door een goedgeklede man met in zijn hand een bekertje Starbuckskoffie. Ik verstond niet wat hij zei, maar aan zijn toon te horen, vroeg hij geld.
Ik zocht in mijn zakken naar een paar lei, maar toen zei hij ineens: ‘Give me ten euros.’ Dat vond ik nu net iets te direct en ik liep verder. Daarna vroeg ik me af, Tim, was dat nu een bedelaar of een overvaller?
In een van de wondermooie koffiehuizen raakte ik aan de praat met een jonge student die zijn visie wilde geven op de politieke situatie in ruil voor een koffie. Ik vond dat een faire deal.
Hij heeft familie in België. Hij is er nog niet geweest, maar zijn toekomstige schoonvader heeft in Meulenbeik gewerkt. ‘Molenbeek?’ ‘ Oui, oui, Meulenbeik. Il dit qu’il y a beaucoup de problèmes. Beaucoup de réfugiés en Belgique.’
‘Hebben jullie hier dan geen vluchtelingenprobleem?’
‘Wij hebben nooit kolonies gehad, zoals jullie. Daarom zijn er hier bijna geen vluchtelingen. En daarbij, niemand wil hier blijven.’
In 2016 had Roemenië aanvaard om 6200 vluchtelingen op te vangen, gespreid over twee jaar. Een jaar later waren er 550 het land binnengekomen.
Er zijn in de buurt van de Zwarte Zee in totaal drie opvangcentra. Want af en toe wagen toch mensen de overtocht met een bootje, meestal vanuit Turkije.
Daarom zijn er alleen in die streek ook drie moskeeën. Dat is alles.
De vluchtelingen die Roemenië binnenkomen hebben doorgaans maar één doel voor ogen: zo snel mogelijk naar het Westen.
Want daar ligt een beter leven op hen te wachten.
‘C’est ce qu’ils croient, monsieur, mais ils rêvent.’

Dag Tim,
Ik vlieg straks terug naar België.
Ik heb geen antwoord meer gekregen van het kabinet van de burgemeester.
Hopelijk lukt het me vanuit België om wat beweging in de zaak te krijgen.

Hou je goed.
Graag tot later,
Terry

Adagio Sostenuto

#AdagioSostenu Op de bank van Fleur, herfst, rust, ademen, verlangen… er ‘gebeurt’ weinig, en toch méér dan voldoende (Adagio Sostenuto, Sergei Rachmaninoff, uit  zijn 2de pianocnocerto, Eric Carmen in 1975 gebruikte een melodielijn voor zijn hit “All By Myself).
Beelden opgenomen op woensdag 24 oktober, Ymeriaplein, Wijgmaal.

Afscheidsbrief

Gedicht waarin taal gezocht wordt om de wanhoop van zelfdoding te beschrijven.