“Drieman” in De Standaard

Voorpagina “De Standaard” 28/02/2020

In “De Standaard” van 28 februari 2020 werd aandacht besteed aan het verschijnen van de nieuwste graphic novel van mijn jongste zoon Wide Vercnocke. (Videoverslag over de boekvoorstelling hiervan onderaan dit bericht).

(Recensie & Interview door Jozefien Van Beek, foto’s: Jimmy Kets)

Een overzicht:

Binnenpagina’s “De Standaard der Letteren”

Het driegeslacht Vercnocke
Oorlog van vader op zoon

Recensie:

Oorlog, van vader op zoon

Graphic Novel. Met Drieman maakte Wide Vercnocke zijn beste boek tot nu toe. In zijn herkenbare magisch-realistische stijl duikt hij in zijn familiegeschiedenis. (Jozefien Van Beek)

‘Het universum is cyclisch’, schrijft Wide Vercnocke aan het begin van Drieman. ‘Is er iets dat omschrijft hoe omgaan met jezelf van generatie op generatie wordt doorgegeven? Hoe het voelt om door te hebben dat je deel bent van een groter geheel?’ Dat zoekt hij uit in zijn nieuwe boek: hoe worden dingen doorgegeven van vader op zoon, en kan je daaraan ontsnappen?

Het driegeslacht uit Drieman bestaat uit tekenaar Wide Vercnocke, zijn vader Bout Vercnocke, en diens vader Ferdinand Vercnocke, een dichter die collaboreerde. Over dat zwarte verleden werd in de familie niet gesproken en hoewel Wide zijn grootvader nooit heeft gekend – hij was vier jaar toen de man overleed – hing heel zijn leven ‘zijn schaduw over onze familie’.

David Lynch

Toen grootmoeder Vercnocke in 2015 overleed, begon Bout te graven in het familiearchief in een poging te achterhalen wat Ferdinand Vercnocke precies gedaan had. En terwijl de vader onderzoek deed naar het oorlogsverleden, probeerde de zoon er een boek over te maken. Vijf jaar lang worstelde hij ermee, tot hij besefte dat het boek net over die zoektocht moest gaan. Al die tijd was er intens contact tussen vader en zoon, waarbij ze niet alleen geconfronteerd werden met het verleden, maar ook met zichzelf en hun relatie tot elkaar.
In korte hoofdstukjes en in zijn herkenbare surrealistische, zinnelijke stijl toont Vercnocke hoe je een familieverleden meedraagt.
Dat bewerkte Vercnocke tot een deels autobiografisch, deels fictief verhaal. In korte hoofdstukjes en in zijn herkenbare surrealistische, zinnelijke stijl toont Vercnocke hoe je een familieverleden meedraagt. Letterlijk: uit zijn hoofdpersonage kruipen body snatchers-gewijs zijn grootvader én zijn vader.

Een rood gordijn dat associaties met David Lynch oproept, transformeert tot een vlag met hakenkruis, gewone voetgangers worden soldaten in uniform, een rustig straatbeeld vervormt tot verwoest oorlogsgebied. Vercnocke zet zijn tekeningen meesterlijk in om een donker verhaal te vertellen. Drieman is bijna dubbel zo dik als zijn andere boeken, en er staat veel meer tekst in. Waar hij in de vorige strips vooral de beelden voor zich liet spreken, heeft hij nu ook woorden nodig om zijn verhaal te vertellen.

Schuldvraag

We zien hoe Ferdinand Vercnocke in 1941 op schrijversreis gaat in Weimar, waar hij tussen naziofficieren een speech van Goebbels bijwoont. ‘Toen de opwinding was gaan liggen, daalde er een gevoel van diepe schaamte over ons neer. Ons bloed, onze vader, grootvader, onze Vlaamse dichter, schuldig aan culturele collaboratie.’

Ook de Duitse Nora Krug maakte een graphic novel waarin ze groef naar het oorlogsverleden van haar familie – haar obsessie ging zelfs zo ver dat ze tijdens de yogales haar arm niet omhoog kan houden zonder aan de Hitlergroet te denken. Maar waar Krugs Heimat (2018) vooral gaat over de schuldvraag, staat bij Wide Vercnocke een andere vraag centraal: hoe ga je ermee om, met dat enorme gewicht van het verleden? In de strip beantwoordt hij die vraag niet, maar vermoedelijk ís Drieman zijn antwoord.

‘Heb ik wel het recht om hier een verhaal van te maken?’, vroeg Vercnocke zich af. Dat heeft hij zeker, want Drieman werd een gevoelige, intrigerende en ontroerende strip. Zijn beste tot nu toe.

Vanavond om 20 uur presenteert Wide Vercnocke zijn boek in Muntpunt in Brussel, met Jeroen Olyslaegers, Shamisa Debroey en Stoomboot.


Interview:

“Het trauma van de oorlog leeft generaties lang voort”

In Drieman schrijft Wide over drie generaties Vercnocke-mannen, en hoe vader en grootvader allebei vervat zitten in de zoon. ‘Familiekroniek’ roept doorgaans adjectieven op als navelstaarderig, maar in het geval van de Vercnockes is het razend interessant: de zoon is tekenaar, de vader sjamaan met een passie voor numerologie, en de grootvader dichter met een zwart verleden.

Hoe zwart juist, dat blijkt uit zijn gedichten. Ferdinand Vercnocke (1906-1989) schreef Aan Adolf Hitler, dat begint met de verzen: ‘Kunstenaar-staatsman, Ziener, man der daad. 7 veldheer en held, mensch méér dan mensch!’ Een ode aan de Führer. ‘Dat is een gedicht uit zijn foute periode zegt Wide Vercnocke. ‘Heftige shit.

Wat heeft je grootvader precies gedaan?

“Toen zijn eerste dichtbundel begin jaren dertig verscheen, werd hij meteen een ‘rising star‘, de man die zei waar het op stond, die opkwam voor de kleine Vlaming. Al snel werd hij Vlaams-nationalist. Hij wilde vooral Vlaanderen groot maken en tijdens de oorlog hoopte hij dat de Duitsers daarbij zouden helpen. Dus ging hij publiceren in het dagblad ‘Volk en Staat’, een rechts nationalistisch medium gelieerd aan de bezetter. Door de Duitsers honing om de mond te smeren, hoopte hij met zijn boodschap mee te surfen op hun propaganda. Maar in 1943 vertrok hij met ruzie bij Volk en Staat toen hij besefte dat de Duitsers helemaal geen interesse hadden in Vlaanderen. Dat moet voor hem een serieuze opdoffer geweest zijn.”

“Na de oorlog werd hij veroordeeld voor culturele collaboratie. Hij wist dat hij opgepakt zou worden, maar hij is niet gevlucht, in tegenstelling tot vele anderen. Ik denk dat hij daar te koppig voor was. Eerst kreeg hij de doodstraf, maar die werd niet uitgevoerd. Van zijn tien jaar celstraf heeft hij er vijf uitgezeten en pas in 1964 kreeg hij zijn burgerrechten terug. Als dichter werd hij nooit meer serieus genomen, ik denk dat dat voor hem nog de grootste straf was.

“Er bestaat een geluidsfragment van een radiorubriek die hij had bij het propagandakanaal Zender Brussel – ergens wordt dat omschreven als zijn dagelijkse fascistische ochtendpraatje. Het is heel vreemd om dat te horen, zeker voor mijn vader. Hij herkent de stem met licht West-Vlaamse tongval, maar in wat hij zegt, herkent mijn pa niet de minzame man die hij heeft gekend. Kijk, dat Hitlergedicht is fucked up. Ik veroordeel zijn daden en vind het terecht dat hij in de gevangenis heeft gezeten. Maar hij was ook een goede grootvader, een echtgenoot, een vader voor zijn kinderen.”

Waarom wilde je dit boek maken?

“De oorlog is vijfenzeventig jaar geleden afgelopen, maar heeft nu nog steeds veel effect, zowel op maat schappelijk als op persoonlijk niveau. Dat heeft me doen nadenken over oorlog in het algemeen. Het is zo intens als je denkt aan alle conflicten die nu woeden in de wereld. Zelfs al raken ze snel gestabiliseerd, het is niet op een twee drie in orde. Dat trauma leeft nog generaties lang voort.

Dat maak je expliciet in je boek: het gaat over drie generaties mannen.

“Ik denk dat ik de naam Drieman voor het eerst heb opgeschreven in 2015. Ik wist dat ik over mijn familie wilde schrijven, maar ik wist niet hoe. Lang heb ik geworsteld met de toon van het boek. Heel moeilijk allemaal: mijn grootouders waren rechts, en toch heb ik veel respect voor hen. Mag ik dan over hen praten? Bovendien raak ik hiermee dingen aan die bij zo veel mensen voor zo veel miserie hebben gezorgd. Dat vind ik nog het moeilijkste. Heb ik wel het recht om er een verhaal over te maken?’

“Het verleden van mijn grootvader was een publiek geheim, maar in het gezin Vercnocke werd er amper over gesproken. We wisten wel dat hij in de gevangenis had gezeten voor culturele collaboratie, maar niet wat er precies gebeurd was. Mijn vader ging zich er pas mee bezighouden toen mijn grootmoeder in 2015 overleed – vaak krijg je pas interesse in je ouders wanneer het te laat is. Maar het was ook uit respect denk ik. Na haar overlijden heeft mijn vader zich in die geschiedenis vastgebeten.

“Toen we haar huis gingen leegmaken, vonden we het archief dat ze had bijgehouden. En toen mijn vader daarin begon te graven, had ik mijn boek: ik wist dat het moest gaan over die ontdekkingstocht. Het maakproces van Drieman is dus niet los te koppelen van zijn onderzoek.”

Toch is je boek fictie.

“Zeker. Niet onbelangrijk is dat mijn nicht Ingeborg Tibau haar masterproef schreef over onze grootvader. Als onderzoekster kreeg zij toegang tot het Krijgsarchief en het strafregister, waardoor ze een paar ontbrekende puzzelstukjes kon leggen. Ze heeft bijvoorbeeld kunnen aantonen dat hij nooit bij de SS is geweest. Maar vooral: omdat zij wetenschappelijk onderzoek deed, had ik het gevoel dat ik in mijn boek niet gebonden was aan de feiten. Ik wilde fictie schrijven, en die vrijgeleide kreeg ik dankzij haar.”

Rainbow warrior
Er zit een sleutelscène in het boek waarin je vader de confrontatie aangaat met je grootvader.

‘In één van onze gesprekken vroeg ik hem: beeld je in dat je vader tegenover je zit, wat zou je dan zeggen? Wat mijn pa toen gezegd heeft, staat bijna letterlijk in het boek. Het was zo emotioneel en intiem dat ik heb getwijfeld om het te gebruiken, maar tegelijk vond ik het zo mooi en waardevol dat ik het moest doen.’

“In realiteit is dat nooit gebeurd. Soms heeft mijn pa daar wel spijt van, maar anderzijds is hij ervan overtuigd dat er geen reactie zou zijn gekomen. Terwijl zowel mijn pa als ik natuurlijk vooral wil weten of hij besefte hoe erg het was. Hij was een slimme man, een journalist, een advocaat. Hij moet toch van alles hebben. gezien? Hij was toch niet naïef?”

In ‘Drieman’ spreekt je vader over universele liefde. Hij ziet de wereld als één stam. Is dat zijn manier om zich tegen het verleden van zijn vader af te zetten?

‘In zekere zin wel. Ook in het echte leven draagt hij die boodschap uit. He loves everybody vanuit het idee: ik ga niemand veroordelen. Het was niet altijd makkelijk tussen die twee. Ik weet dat mijn grootvader hem de nagel aan zijn doodskist noemde toen mijn vader was gaan betogen. Er is wel sprake van enige daddy issues. Hij is een complexe figuur, mijn vader. Met zijn regenboogjas en zo.’

Regenboogjas?

“Hij heeft heel lang een regenboogjas gehad. De vrienden van mijn broer noemden hem de rainbow warrior. Dat wilde ik in mijn boek stoppen, dat uit zo’n serieuze man die gecollaboreerd heeft zo’n speelse mens kan komen als mijn vader.

Hoe is jouw band met je vader?

“De laatste tijd beter. Maar daarvoor heb ik wel veel met de mantel der liefde moeten bedekken. Hij is de enige ouder die ik nog heb. Als ik met hem een toffe band wil, moet ik sommige dingen in het verleden laten. En dat werkt wel. We hebben een heftige familiegeschiedenis. Maar elk huisje heeft zijn kruisje, hé. Ik wil er niet te veel over vertellen, het ligt gevoelig. In 2014 is mijn moeder overleden en ik heb nu pas het gevoel dat ik opnieuw boven water kom, dat ik het kan plaatsen. Ook de rest van de familie heeft dat verdriet een plek gegeven, en ik weet niet of ik dat opnieuw wil opentrekken.

Godin

We halen extra koffie in de keuken. Op de koelkast hangt een echo waarop het hoofdje, de armpjes en de beentjes van een kleine Vercnocke te zien zijn. “Ja, Auke is zwanger. Ik voel nu al dat mijn volgende boek daarover gaat. Het idee is: godin.”

Zo noem je haar ook in je dankwoord. Doorheen je strips is er een evolutie merkbaar: eerst bedank je haar voor veel, dan voor alles, en nu is ze een godin.

“Haha. Ik begin steeds meer te beseffen wat een positieve invloed zij heeft op mijn leven. Ze brengt structuur en zorgt ervoor dat ik niet te veel in mezelf gekeerd ben. Zij is iemand die het laat merken als ze iets niet leuk vindt, en ze dwingt mij ook om meer te babbelen. Vroeger stak ik nogal gemakkelijk mijn kop in het zand, maar zo los je niks op. Dus: godin. Dat is amper overdreven.

Tot nu toe bleven de vrouwenfiguren in mijn strips wat op de achtergrond. Nu wil ik het over hen hebben: mijn vriendin, mijn moeder. Ik zou er graag een trilogie van maken: De godin, Oermoeder en Vrucht. Vrouwen zijn gewoon fantastisch, schrijf dat maar op.”


ps: De “Rainbow Warrior” maakte ook een videoverslag van de boekvoorstelling op 28/02/2020 in Muntpunt te Brussel, met heel veel volk, dat mocht toen nog… Onstabiele camera, geluid wat minnetjes, het weze de Rainbow Warrior vergeven, gezien de emoties na 5 jaar samen onderzoek & brainstormen met Wide hierover ! 😉

rainbow

Pale Blue Dot

In his speech at Cornell University (October 13th, 1994) Carl Sagan (1934-1996) left us his immoral thoughts  on looking at the picture of Earth “Voyager 1 Space Probe” sent back to us in 1990 at a distance of 6 billion kilometres. They are still so true today, almost 25 years later…
The picture became known as “The Pale Blue Dot“:

“From this distant vantage point, the Earth might not seem of particular interest. But for us, it’s different. Consider again that dot. That’s here. That’s home. That’s us. On it everyone you love, everyone you know, everyone you ever heard of, every human being who ever was, lived out their lives. The aggregate of our joy and suffering, thousands of confident religions, ideologies, and economic doctrines, every hunter and forager, every hero and coward, every creator and destroyer of civilization, every king and peasant, every young couple in love, every mother and father, hopeful child, inventor and explorer, every teacher of morals, every corrupt politician, every “superstar,” every “supreme leader,” every saint and sinner in the history of our species lived there–on a mote of dust suspended in a sunbeam.
The Earth is a very small stage in a vast cosmic arena. Think of the rivers of blood spilled by all those generals and emperors so that, in glory and triumph, they could become the momentary masters of a fraction of a dot. Think of the endless cruelties visited by the inhabitants of one corner of this pixel on the scarcely distinguishable inhabitants of some other corner, how frequent their misunderstandings, how eager they are to kill one another, how fervent their hatreds.
Our posturings, our imagined self-importance, the delusion that we have some privileged position in the Universe, are challenged by this point of pale light. Our planet is a lonely speck in the great enveloping cosmic dark. In our obscurity, in all this vastness, there is no hint that help will come from elsewhere to save us from ourselves.
The Earth is the only world known so far to harbor life. There is nowhere else, at least in the near future, to which our species could migrate. Visit, yes. Settle, not yet. Like it or not, for the moment the Earth is where we make our stand.
It has been said that astronomy is a humbling and character-building experience. There is perhaps no better demonstration of the folly of human conceits than this distant image of our tiny world. To me, it underscores our responsibility to deal more kindly with one another, and to preserve and cherish the pale blue dot, the only home we’ve ever known.”

Adagio Sostenuto

#AdagioSostenu Op de bank van Fleur, herfst, rust, ademen, verlangen… er ‘gebeurt’ weinig, en toch méér dan voldoende (Adagio Sostenuto, Sergei Rachmaninoff, uit  zijn 2de pianocnocerto, Eric Carmen in 1975 gebruikte een melodielijn voor zijn hit “All By Myself).
Beelden opgenomen op woensdag 24 oktober, Ymeriaplein, Wijgmaal.

Afscheidsbrief

Gedicht waarin taal gezocht wordt om de wanhoop van zelfdoding te beschrijven.

Sun Meditation

Soul Healing Meditation: relax while the Sun is setting.

On the road

Light this candle, gear up, full throttle… there is no roadplan, only;;; The Road!

1914 Grootvader als loods

Een aparte vondst in het archief was deze brief gedateerd op 24 november 1914. Hij is afkomstig van de kapitein van het schip “HMS Russel” waarin wordt bevestigd dat grootvader Hendrik hielp bij de navigatie als loods (“Pilot”) “during the operations off Zeebrugge”, dus tijdens Wereldoorlog 1:


De manier waarop de brief bewaard werd wijst op het belang voor de betrokkene: door het vele plooien scheurde de brief in drie. De afzonderlijke delen werden geplakt op een onderliggend vel briefpapier.
Bovenaan de brief is nog een ingedrukt watermerk (reliëf) merkbaar:


Waarschijnlijk gaat het om het officiële wapen van het Verenigd Koninkrijk (“Britse overheid“): links een klauwende leeuw, rechts een éénhoorn (“Honi Soit Qui Mal Y Pense”/”Dieu Et Mon Droit”):


De tekst van de brief:

H.M.S.  “Russel”
24th November, 1914.

This is to certify that M. Vercnocke, Belgian Pilot, was on board H.M.S. “Russel” from p.m. 22nd November until a.m. 24th November, and assisted in the piloting of the ship during the operations off Zeebrugge on the 23rd November. Draught of water of H.M.S. “RUSSEL” was 28 feet.

(signature: W. Bowden-Smith.)
CAPTAIN


Op het eerste gezicht niet zo opzienbarend, maar bij nader onderzoek openbaart deze brief toch heel wat informatie.

Ten eerste: op dat ogenblik bevond de hele familie van vader zich al enkele weken in Engeland, getuige dit citaat uit zijn jeugdherinneringen:

“Maar toen sloeg het noodlot ook in ons eigen leven in toen wij zelf het ruime huis in de St Jorisstraat moesten vaarwel zeggen, alles achterlaten en inschepen naar Engeland… De loodskotters – niet al te ruime zeilschepen kregen ene onverwachte lading vrouwen kinderen koffers en haastig toegeknoopte bundels aan boord. Wij waren plots vluchtelingen op de dool naar een onbekend doel… De 14de oktober zeilden wij in de nacht de haven van Oostende uit. (…) Het was een echt konvooi dat Oostende op het laatste ogenblik ontglipt was.”

De vermelding “op het laatste ogenblik” duidt op het jaartal 1914, zoals beschreven in de krantenartikels uit die tijd: op 14 oktober 1914 vertrok inderdaad het laatste konvooi uit Oostende.

Toch blijkt uit bovenstaande brief dat zijn vader de Engelsen als loods bijstond in november 1914. Misschien vervoegde zijn vader pas later de familie.

Hendrik Vercnocke, loods

Ten tweede: de brief bevat ook informatie die wijst op oorlogshandelingen. Op de Wikipedia pagina van het bewuste schip vinden we een passage die expliciet verwijst naar de gebeurtenissen van 23 november 1914 uit bovenstaande brief. Er werden 400 granaten afgevuurd:

“The 6th Battle Squadron was given a mission of bombarding German submarine bases on the coast of Belgium, and Russell participated in the bombardment of German submarine facilities at Zeebrugge on 23 November 1914 in company with Exmouth. The two ships left Portland on 21 November accompanied by eight destroyers, a group of trawlers, and a pair of airships to observe the fall of shot, though the airships failed to arrive in time for the operation. Russell and Exmouth closed to 6,000 yards (5,500 m) of the port and shelled the harbour, the railroad station, and coastal defences. The two ships fired some 400 shells in total and observed several fires ashore; reports from Dutch observers indicated significant damage had been inflicted, but the attack achieved very little and discouraged the Royal Navy from continuing such bombardments.” 

Het schip vertrok op 21 november 1914 uit de haven van Portland, pas een dag later in de namiddag kwam Nands vader als loods aan boord, zo blijkt uit de brief.

HMS (= Her Majesty’s Ship”) Russel, bouwjaar 1903, bemanning ong. 800, 132m lang, 23m breed, een zgn “pre- dreadnought battleship“:

Na onderzoek dat me leidde naar de Britse oorlogsarchieven kon ik ook de handtekening ontcijferen van de kapitein, het gaat om “Capt. William Bowden Smith”:

De tekst onder de foto verwijst naar het tragische lot van het schip in 1916:

“The Secretary of the Admirality officially announced on April 28: ‘HMS Russel’ Captain William Bowden-Smith, R.N., flying the flag of Rear-Admiral Fremantle, struck a mine in the Mediterranean yesterday, and sank. The Admiral, Captain, and 24 officers and 670 men were saved, and there are 124 officers and men missing”. Captain Bowden Smith was save.”

Wikipedia:

“Russell was steaming off Malta early on the morning of 27 April 1916 when she struck two naval mines that had been laid by the German submarine U-73. A fire broke out in the after part of the ship and the order to abandon ship was passed; after an explosion near the after 12-inch (305 mm) turret, she took on a dangerous list. However, she sank slowly, allowing most of her crew to escape. A total of 27 officers and 98 ratings were lost.

According to the naval historian R. A. Burt, insufficient internal subdivision, which limited the ability of the crew to counter-flood to offset underwater damage, contributed significantly to the loss of Russell and her sister Cornwallis, both of which listed badly before sinking.

The wreck was examined for the first time in 2003 by a British dive team; the ship lies at a depth of 63 fathoms (115 m) about 3.2 nautical miles (6 km) from the Delimara Peninsula. Her stern was blown off by the mine.”

Verdere informatie:

+ Biografie William Bowden-Smith

+ Foto’s van de kapitein als kadet

William was de zoon van W. Bowden-Smith of Brockenhurst, getrouwd en vader van twee kinderen. Hij overleed in 1962.

+ Kapiteins en schepen in de Royal Navy tijdens de Eerste Wereldoorlog