Raratonga: De Liefdesbrieven

De eerste liefdesbrief van Nand aan Sim (mijn ouders). De ondertitel van de biografie RARATONGA: “De Zingende Ziel der Dingen” komt uit deze brief. Daaronder, twee dagen verder, het antwoord van Sim. Honderd brieven en een jaar later volgde het huwelijk.

(Opmerking: De volledige briefwisseling, chronologisch geordend, kan je hier lezen en enkele inleidende beschouwingen over het ontstaan, een leeswijzer met duiding en een poging tot karakterdoorgronding van Nand en Sim zijn hier te vinden)

Gistel, den 6de Oogst 1950
Kleine Warande 22

Beste Simone,
Ik hoop dat jullie na den โ€œromantischenโ€ (1) nacht goed zijn thuisgeraakt. Jammer dat dergelijke nachten moeten eindigen! Men hoorde zรณ te kunnen voortleven: โ€œand so live everโ€ฆโ€ Ken je Keatsโ€™ heerlijk sonnet โ€œBright Starโ€ฆโ€ (2) Muziek in den koelen nacht, sterren en maan even boven de duistere bomenโ€ฆ het is een sfeer die met werkelijkheid schier niets te maken heeft en toch zo intens werkelijk is.
Nu heeft de stilte van het alledaagse ons weer ingesloten โ€“ een stilte die luid roept hoe leeg zij is. En ik betrap mij erop dat ik zalig in het ijle zit te glimlachen. Na zoveel lijden en eenzaamheid (3) was de Kriekenberg (4) zo ongelooflijk schoon en verkwikkend. Laat ik het rechtuit bekennen: de zacht stille vriendschap die je mij hebt betuigd heeft mij goed gedaan. Ik ben gelukkig dat ik deze ogenblikken beleefd heb. Zij hebben voor mij weerom de diepe heimelijkheid der dingen ontsloten, het contact gelegd met de verborgenheden dewelke leed en wrok en kommer hadden overwoekerd. Nadat ze lang gezwegen hadden, (5) hoorde ik weer de zingende ziel der dingen (6), die jij, zo vernam ik gisteren voor het eerst, weleens hebt gehoord.
Ik zal het op prijs stellen eens iets van jou hand te kunnen lezen. Stuur mij bij gelegenheid โ€™t een of โ€™t ander op.

Met oprechte, hartelijke groeten, uw
Nand

Commentaar

(1). Na den romantischen nacht: Een verwijzing naar de dag ervoor en het tuinfeest in Villa Kriekenberg waar Nand en Sim elkaar voor het eerst ontmoetten (zie hierover de pagina “Het Tuinfeest“).
Blijkbaar was de avond intiem geรซindigd (o.a. met een nachtelijke wandeling langs de Leie…), en Nand neemt onmiddellijk het initiatief om zich dit momentum niet te laten ontglippen.

(2). Het gedicht van Keats, het citaat komt uit de laatste versregel:

Bright Star
John Keats (1795-1821)

Bright star, would I were stedfast as thou artโ€”
Not in lone splendour hung aloft the night
And watching, with eternal lids apart,
Like nature’s patient, sleepless Eremite,
The moving waters at their priestlike task
Of pure ablution round earth’s human shores,
Or gazing on the new soft-fallen mask
Of snow upon the mountains and the moorsโ€”
Noโ€”yet still stedfast, still unchangeable,
Pillow’d upon my fair love’s ripening breast,
To feel for ever its soft fall and swell,
Awake for ever in a sweet unrest,
Still, still to hear her tender-taken breath,
And so live everโ€”or else swoon to death.

Over dit gedicht (zie Wikipedia):

“It is unclear when Keats first drafted “Bright Star”; his biographers suggest different dates. Andrew Motion suggests it was begun in October 1819. Robert Gittings states that Keats began the poem in April 1818 โ€“ before he met his beloved Fanny Brawne โ€“ and he later revised it for her. Colvin believed it to have been in the last week of February 1819, immediately after their informal engagement.

The final version of the sonnet was copied into a volume of The Poetical Works of William Shakespeare, opposite Shakespeare’s poem, A Lover’s Complaint. The book had been given to Keats in 1819 by John Hamilton Reynolds. Joseph Severn maintained that the last draft was transcribed into the book in late September 1820 while they were aboard the ship Maria Crowther, travelling to Rome, from where the very sick Keats would never return. The book also contains one sonnet by his friend Reynolds and one by Severn. Keats probably gave the book to Joseph Severn in January 1821 before his death in February, aged 25. Severn believed that it was Keats’s last ever poem and that it had been composed especially for him.
The poem came to be forever associated with the “Bright Star” Fanny Brawne โ€“ with whom Keats became infatuated. Gittings says it was given as “a declaration of his love.”
It was officially published in 1838 in The Plymouth and Devonport Weekly Journal, 17 years after Keats’s death.”

(3) “Na zoveel lijden en eenzaamheid…”: is een verwijzing naar de tijd die Nand doorbracht in gevangenschap (1944-1949) na zijn veroordeling voor publicaties in collaborerende tijdschriften en kranten (zie uitgebreide info hierover in het menu “Voorgeschiedenis” of op deze site “Een ingrijpen van hogerhand“).

(4) “Kriekenberg”: een verwijzing naar “Villa Kriekenberg” in Sint-Martens-Latem, (Deurle aan de Leie), waar het tuinfeest plaatsvond en de eerste ontmoeting van Nand en Sim. De Villa bestaat nog steeds, maar is in privรฉbezit. Zij werd gebouwd in 1934 door architect Andrรฉ Claessens, informatie zie “Inventaris Onroerend Erfgoed“.
Tekening van de villa op het programmaboekje van het tuinfeest door “Erwalt”:

Villa Kriekenberg jaren ’50, foto met dank aan familie Van den Abeele, Sint-Martens-Latem
De eerste ontmoeting, zaterdag 5 augustus 1950, tuinfeest Villa Kriekenberg, Sint-Martens-Latem. Vlnr: Nand, Griet Gonnissen (vriendin van Sim), Bert (broer van Sim), Sim, bevriend echtpaar Cloet-Van Ceulen

(5) Nand verbetert in de uiteindelijke versie nog “hadden” naar “had”: zelf betrapte ik me ook op deze fout bij het nalezen en overtikken van deze brief: je hebt de neiging om “hadden” te zeggen/schrijven, naar analogie met “der dingen”, maar “ze” verwijst naar: “de zingende ziel”, en niet naar “der dingen” dus enkelvoud. Een bewijs dat Nand zijn brieven zorgvuldig naleest.

(6) “de zingende ziel der dingen”: deze woorden verlenen de titel aan dit verhaal.


Anwtoord van Sim, twee dagen later, haar eerste brief aan Nand

Brussel, 8ste Oogst 1950

Mijn beste vriend,

Je schrijven heeft me onzeggelijk verheugd en de herinnering aan een volle zomeravond (1) minder weemoedig gemaakt โ€“ klinkt het vreemd? โ€“ voor mij zit aan elk geluk een zomeke weemoed vast, zelfs in drukke bezigheden ontgaat ze me nauwelijks. Wat me bijbleef sinds onze โ€œfantasia-avondโ€ (2) zal me lang nog geheugen.
Is het geen schone Godsgave een broze herinnering dagenlang vast te houden: gaaf en steeds opnieuw bereid voor elk ragfijn uitspinnen van elk woord en elk gebaar?
Heeft alle verbittering en ontgoocheling der jongste jaren (3) ons al te ontvankelijk gemoed nog nauwer afgestemd op hetgeen je zo intens waar noemt: โ€œde zingende ziel der dingenโ€ โ€“ waar voerde men ons heen indien we in elke dag de aanhef van een nieuw lied niet vermoeden konden en indien we het moeizaam ontdekken in het goed dat we nog dromen kunnen.
Het was een onstuimig vol accoord dat me doorheen de landelijke nachtreis naar de grootstad begeleid heeft (4) en nog nazindert ergens verloren rondom mij in je brief van deze morgen โ€“ in de voegen van mโ€™n krakend wagentje (5) – langsheen de Kempische hei, de lommerwegen ver over de mastebossen (6) maar bijna heb ik de weigere woorden vast zรณ nabij is me โ€™t geluk vandaag. Zie je Nand, jongen โ€œhet leven is schoon en de mensen goedโ€ schreef ik eens overmoedig op de nuchtere celwanden (3). Men heeft me toen met veel meelij bekeken en soms was het zeer hard er naar te kijken en toch is er zo weinig nodig om dit motto als een gangbaar motief met je mee te dragen. Ik had een goeie dag vandaag (7), kwam het met je schrijven, wellicht tussen de zakelijke beslommeringen? Of van de simpel klare zon? Ik hou ervan, die vlakke warmte, mโ€™n gezicht zit er vol van, verblindend! Geluk ligt vandaag overal in een lied en in een dankbaar hart. Mag ik het je zingen ietwat beschroomd met โ€™n tikje plankenkoorts, hou je er rekening mee? Ben je een strenge critieker? Wees mild โ€“ het is een premiรจre van uit een eenzame kemenade (8) โ€œund die Muse gewidmetโ€ ! (9) โ€“

Laat nooit Uw woord mijn schaamโ€™le zin ontrijzen
waar hield me deze nood nog aan het leven vast?
Ik keerde dwazer weer van vele reizen
maar ruilde geen verhoor mijn tijdeloze last.

Doch steeds met nieuw en mildere bewijzen
– al werd ik om geen droom nog kinderlijk verrast –
zou ik de oorsprong van elk leed verwijzen
naar het verheerlijkt beeld, waarbij een vreemde gast

Mijn haperend woord verklaart dat aan een vragen trilt
onuitgesproken want – aan dโ€™eerste klank verstild –
Laat mij aan uwe zij de gave reis beginnen
om โ€™t lastig kommeren der mensen en der zinnen
en voer ter hemelvaart een dwaas bemoederd kind
naar het beheerst gebied dat aan Uw woord begint. (10)

Met nโ€™innige groet!

Je Sim Wolfs

Commentaar

(1) “de herinnering aan een volle zomeravond”: verwijzing naar het tuinfeest in “Villa Kriekenberg” van 5 augustus, dag van hun eerste (bewuste) ontmoeting.

(2) “fantasia’-avond”: zou kunnen verwijzen naar de film “Fantasia“van Walt Disney uit 1940 met bijhorende muziek van bv. Bach, Tchaikovsky, Beethoven etc.

(3) “bittere ontgoocheling der laatste jaren”: Sim werd ook getroffen door de repressie na de bevrijding van Belgiรซ in september 1944. Zij was in de vroege oorlogsjaren gouwleidster geweest voor Leuven van de Dietsche Meisjesscharen -zie hierover de scriptie van Severine Jans (pdf pp. 59)- en verbleef tweemaal in voorarrest (oktober ’44 tot februari ’45 in Leuven Centraal en het jaar ’47 in de gevangenis van Vorst).
Uitgebreide informatie hierover in het menu “Voorgeschiedenis”.
Sim was zeer goed bevriend met Jetje Claessens, leidster van de Meisjesscharen. Sim schreef voor haar een welkomstwoord toen Jetje op bezoek was in Vlaanderen vanuit haar ballingsoord in Argentiniรซ (1991), dit werd overgenomen op het overlijdensprentje voor Jetje (1995). De idealen van toen blijken nog niet vergeten…:

(4) grootstad: Brussel (Schaarbeek). Na de bevrijding verhuisde het gezin van Sim in 1945 noodgedwongen vanuit Sint-Joris-Winge naar Schaarbeek. De Vlaamsgezindheid van het gezin werd hen kwalijk genomen. Dit alles gebeurde trouwens in de nasleep van het drama te Meensel-Kiezegem van augustus 1944, een buurgemeente van Sint-Joris-Winge. Een collaborateur werd door het verzet in onduidelijke omstandigheden neergeschoten en een gruwelijke vergeldingsactie volgde die nog tot op de dag vandaag de gemoederen in deze gemeente beroert. Sim en haar familie kenden vele van de betrokkenen (langs beide kanten) persoonlijk, รฉรฉn van de weggevoerden, die overleed in KZ Neuengamme, was een familielid.

(uitgebreide info hierover in het menu “Voorgeschiedenis”)

(5) “krakend wagentje”: een Volkswagen Kever

(met het “krakend wagentje” voor het huis in de Kleine Warande te Gistel waar Nand woont)

(6) mastebossen: Sim verloor haar job in het onderwijs (ze was regentes Frans, Nederlands, Geschiedenis en Aardrijkskunde) omwille van haar betrokkenheid als gouwleidster van de Dietsche Meisjesscharen. Om den brode nam ze verschillende jobs aan (o.a. vertaalster in het Slachthuis van Anderlecht en redactrice van het literair tijdschrift “Nieuw Gewas”, waar ook de schrijver Roger Van de Velde deel van uitmaakte) tot ze een vaste job vond als vertegenwoordigster van koekjes en chocolade voor de firma “Van Loo“, en doorkruiste dagelijks het Vlaamse land, vooral Antwerpen en Limburg. Het zou nog duren tot begin jaren ’60 vooraleer Sim opnieuw vast werk vond in het onderwijs, na 21 interims… “Mastebossen” is een verwijzing naar de bossen in Kapellen (Antwerpen) langs de Kalmthoutsesteenweg.

(7) “ik had een goeie dag vandaag”: kan dubbel zijn: ze voelde zich gewoon goed, of ze had die dag een goed verkoopcijfer gehaald (zie hierboven).

(8) “kemenade”: een warme, gezellige kamer. Een kemenade was in Middeleeuwse burchten de belangrijkste en gerieflijkste ruimte, met open haard en meestal de enige die verwarmd was, zie Wikipedia.

(9) “und die Muse gewidmet!โ€ : letterlijke vertaling: “aan de Muze toegewijd”, de term “gewidmet” is een veel voorkomende beleefdheidsaanspreking in muziek en literatuur.

(10) Dit is รฉรฉn van de laatste gedichten die Sim zal schrijven. Ze zal het dichten slechts – sporadisch – opnieuw opnemen na Nands overlijden., bijna 40 jaar later… De uitleg hiervoor is te vinden in haar Memoires, zie aldaar.

De volledige liefdesbriefwisseling vind je hier

Zie ook op deze site over Sim: “Oh To Escape. Het motto van Sim

Bij het graf van James Ensor

BIJ HET GRAF VAN JAMES ENSOR (Ferdinand Vercnocke)

(Naast het duinenkerkje van Mariakerke)

Onder dit ruige metselwerk
van baksteen en cement
rust gij dus nu. De plaats is mij bekend:
de oude doden en de kerk,
een grijze toren
tussen duin en dorp verloren โ€“

ik dwaalde er hieromtrent,
een knaap nog en een eenzaam kind;
het was er koel en stil ik hoor
de ruitjes in het lege koor
nog sidderen in de wind.

โ€™t Is jaren her. Maar wat het was
is het niet meer: het wilde gras,
โ€™t vermolmde hout, de scheve zerken,
โ€™t werd alles opgeruimdโ€ฆ Ik wed
dat deze paden, deze groene perken,
zorgzaam gemaaid, en dan dit stijve bed,
Meester, u niet bevallen.

Het rusten moet u moeilijk vallen
onder geboomt dat, als gedrild,
staat op een rij. Gij had dit schoon verblijf
voorzeker minder deftig, minder stijf,
wat schilderachtiger gewild.

โ€˜k Zie, u, mij dunkt, bij nacht, als luid
de zeewind om de toren fluit,
slapeloos opstaan uit uw stenen bed
en dolen gaan, een huiverend skelet
door stuivend zand, waar een verlichte ruit
in โ€™t vaal gehucht u noodtโ€ฆ

Maar naast het gloeiend kachelrood
vindt gij geen heul, want gij ontwaart
aan elke haard
maskers, en geen mensen. En โ€˜k vermoed
dat heimelijk gij monklen moet
telkens als een hoge hoed
uw lof komt uiten.

Eens liet het burgerdom u buiten;
maar nu gij, Meester, niet meer schimpen zult,
delgen wij onze schuld
met een gemetseld monument
van baksteen en cement.

(ps De afscheidsviering van Ferdinand Vercnocke vond plaats in dit kerkje en 13 april is de geboortedag van Ensor.
Tijdens zijn wandelingen die hem naar de dijk te Oostende voerden, ontmoette hij Ensor soms. De begroeting verliep steeds op dezelfde manier:
Ensor: โ€œGoedendag meneer de dichterโ€ (waarop Ensor zijn hoed afnam en beleefd een kleine buiging maakte, leunend op zijn wandelstok). Nand antwoordde even beleefd met een hoofdknik: โ€œGoedendag meneer de schilderโ€, waarop zich dan meestal een hartelijk gesprek ontwikkelde over koetjes en kalfjes. )

voor de biografie van Ferdinand zie Raratonga

Handbereik

foto: ยฉAFP Adem Altan, Turkije, KahramanmaraลŸ feb 2023

Kom niet naar mij om mij de mond te snoeren
kom niet naar mij met bodemloze woorden die mij
dieper doen verzinken, dat het wel zal overgaan en
dat de tijd een balsem over alle wonden legt, er is geen
medicijn dat helen kan de pijn van het gemis,
geen woorden die een nieuwe levensadem blazen
in het levenloze lichaam dat de spraak verloren is,
dat zwijgt, voorgoed, in alle talen, verteerd, versteend.
Kom niet naar mij om mij de mond te snoeren maar
wees nabij, wees binnen handbereik, aanraakbaar,
laat mij voelen de hartenklop van je bestaan,
dan kan ik verder gaan.

Rad van Fortuin (voor Alicja Gescinska)

“Rad van Fortuin (voor Alicja)”, geschreven, opgenomen en voorgelezen ter plaatse, ‘Toast Literair’ met Alicja Gescinska, zaterdag 22-01-2022, Herman Teirlinck Huis, 12:00)

Niets dan
de taal
om deze gaten
dicht
te maken
en
toch is er een
vergezicht:
wie kijkt
hoort eeuwigheid,
ziet woorden
waaien uit uw
hand

Wanneer zullen wij
wandel waken
wanneer zal
dit fortuinlijk rad
de stilte tot
vergeten malen?
Als alle harten
bakens worden
van tevredenheid,
als zoete lippen
helder proeven

het schijnt wel of de kloof
hier niet te dichten valt,
de spiegel scheurt, het
aangezicht verdwijnt,
als je dan vooruit ver
de einder ziet, zal wat
bedolven onder tranen
stil gedragen wordt
je lichter maken,
je koesteren als toen je
nog zo welkom was
en zo geborgen

(Davidsfonds Toast Literair met Alicja Gescinska, zaterdag 22-01-2022, Herman Teirlinck Huis, Beersel, 12:00)

Wiegen (Leonidas III)

Op zonnen is het zelden
wachten, niet zoals
op jou die er altijd
is, altijd zal zijn
zelfs als het laatste
licht is uitgedoofd
dan nog breng je
verlichting, in de
plooien van de tijd
verdwijnt er niets,
spoelt aan en wordt
gevonden door de
blinden van het ogenblik
zo zal geboorte zijn
niets meer dan
wat een wiegen is
gedragen door een
zucht van eeuwigheid.

(afgewerkt in Sportoase De Meander,
Rotselaar zondag 13 november 2022, 15:02,
aangevangen in Adinkerke Leonidas
bij Goedele, zaterdag 12 november 2022, 13:50)

Header afbeelding: “De Baai van Heist“, vrijdag 28 oktober, 10:45.

Zie ook: “Leonidas I” en “Leonidas II

en lees hier over de rijke en fascinerende geschiedenis van de Leonidas pralines.

Allerzielenvuur All Saints Fire

Allerzielenvuur All Saints Fire ๐Ÿ”ฅ (subtitled) Rond de vuurtafel herdachten Hugo De Deken en ik in woord en zang alle Zielen, in naam van onze geliefde UFSAL decaan en โ€œGlimlachende Godโ€ Bernard-Frans van Vlierden (auteur Bernard Kemp), veel te vroeg van ons heengegaan op 2 november 1980. โค๏ธ

Sterrenstappers

(voor Bobby Joe, ยฐ04/10/2022 ๐Ÿฅฐ)

Dit zijn de woorden
die niet uitgesproken
worden maar
enkel zichtbaar
oplichten tussen en met
aanspoelende golven,
zij koesteren het zand,
maken er diamanten van,
die eeuwen en veelvouden
daarvan verlichten
zullen,
wanneer wij wandelen
tussen de korrels zijn
wij sterrenstappers
rond wolken die
in helderblauwe hemels
drijven,
om langzaam aan
te spoelen voor ons
voetenpaar,
en zo worden wij
telkens opnieuw
geboren

(UZ Leuven Campus Gasthuisberg,
dinsdag 1 november 2022, 13:37)


Header: uitgang parking Gasthuisberg, Leuven, 1/11/2022

Sword

When at my door your final bell will ring
I shall remember those who opened, let
you in and begged for one last song to sing,
who thought a mercy prayer would convince
to have a pardon granted by this prince

When at my door your final bell will ring
I shall remember those who werenโ€™t in
but uninvited, still got lifted by your wing,
who while preparing for a glorious flight
were grounded brutally, take off denied

When at my door your final bell will ring
I shall remember those who welcomed
you as royalists their banished king
who after years of fruitless fight
eventually got their heartโ€™s delight

When at my door your final bell will ring
I shall remember all, praise the Almighty,
challenge your sword with mineย thenย swing
so that my blade will testify that it is I
who atย the doors riposted toย your passing by

“Landing on Mars”, Ferdinand Vercnocke, oil on canvas, 100x80cm

Header: Roadtrip Frankrijk, A61, Narbonne, Aire de Pech-Loubat, โ€œLes Chevaliers Catharesโ€

MARIA VICTORIA (Leonidas II)

De Haan 29 oktober 2022

Wij strijden voor
de goede zoete zaak,
wij zijn
in ondertal
geboren
maar zullen niet
versagen,
slagen,
tussen de muren
van een nauw beleven
pleiten wij
voor zeggenschap,
voor oren
die nu wel horen zullen,
onontkoombaar,
neergedaald en
aangekomen in dit
dal van tranen
banen wij de weg
met handen die gevouwen
houwen in de
vuren van vergankelijkheid
en wij vertrouwen,
hand in hand,
in overtal,
in kinderogen,
in mededogen.
in paradijzen van
de hoop,
in oogverblindend Licht
dat opent,
wij blazen de klaroenen,
een nieuwgeboren vleugelpaar
van hogerhand
met hogerhand
zal onze overwinning
banen

(opgedragen aan Leonidas De Haan & Villa Emilia, De Haan,
geschreven in Tearoom Milano, De Haan,
zaterdag 29 oktober 2022, 12:01)

Zie ook de gedichten “Leonidas I” en Leonidas III

Thermopylae

en lees hier over de rijke en fascinerende geschiedenis van de Leonidas pralines.

Ruimtereis

Anemos Beach Club Knokke-Heist

Wij zoeken,
zoeken naar
verloren voorwerpen
schelpen op het strand
haaientanden
bloemen
sterren en hun
beelden
zonnen die de weg
wijzen naar
niemandsland
wij worden opnieuw
ruimtevaarders die hun
schepen eeuwen al
verlaten hebben,
achtergelaten in de nevelen
der tijd,
wij zoeken,
zijn op zoek naar altijd
nieuwe lotgenoten,
en altijd,
altijd vinden wij
onszelf

(Anemos Beach Club, Heist,
vrijdag 28 oktober 2022, 13:03)

Glinsterpracht

(voor kelner Klodian)

Er zijn de avonden waarop
de wind genadig is,
zacht, zoet,
zoals de zee wanneer
de nacht over haar golven
strijkt,
in dienstbaarheid
gegeven zal de beloning
honderdvoudig zijn,
in veelvouden van duizend,
zoals de sterren prijken in hun
glinsterpracht,
hun licht reeds lang gedoofd
maar steeds nog onderweg naar
onze ogen, die zich in
avonden als deze nooit meer
sluiten, maar de wind
ontvangen waarop zij
in de nacht uitkijken
naar horizonten
ver voorbij wat
zichtbaar is

(L’Orangerie, Knokke, Van Bunnenplein,
donderdag 27 oktober 2022, 21:46)