Geboorte Nand

Opmerkingen:
+ deze losse notities (3blz.) werden geschreven in januari 1968, toen Nand werkzaam was te Brussel in het filmlaboratorium “Meuter-Titra“, waar hij de onderschriften verzorgde voor films en televisieprogramma’s (o.a. voor Bonanza!). Hij gaat in zijn herinnering terug naar de tijd van zijn geboorte.
Foto: Nand op schoot bij zijn moeder, 1907, 1 jaar oud. Links broer Robert (°1901), rechts zus Maria-Louise (°1903). In 1909 werd nog Henriette (“Jetje”) geboren als jongste gezinslid (zie ook “Familiegeschiedenis“):

+ na deze notities en opmerkingen ook nog een fragment  uit een brief aan Nand van zijn vader waarin hij zijn weergave geeft van de geboorte van zijn zoon.


Losse notities: Voorbeeld 1ste blz.:

18 jan. 68
Plantenstraat (1) 15u

(blz1) Ik ben geboren in de Zuidstraat (2) te Oostende de veertiende december in het jaar 1906 (de sneeuw lag meer dan een voet diep, zo heeft men mij tot in den treure verteld). De bekende woorden dat ik het levenslicht zag, was in mijn geval niet van toepassing daar het een paar dagen duurde eer ik uit mijn donkere ogen kon zien. Ik was namelijk een stevige zeemanstelg van tegenaan de zes kilogram, een kind als een wolk zoals men pleegt te zeggen, maar dan een wolk van kwabbig vet. Steeds weer wist mijn moeder hoe zij, onthutst door de goed bedoelde commentaren van de bezoekers en bezoeksters en vooral door hun veelzeggende stiltes, eindelijk de vraag gesteld had “of het zo lelijk was”. Ze spraken blijkbaar over mij als over “het”, niet over een “hij”.

Bolrond als ik was moet ik dan toch spoedig de vorm van een gewoon mensenkind aangenomen hebben, en dan helemaal niet zo “lelijk” uitgevallen zijn aangezien er een tijdlang sprake was mij als merkwaardigheid in een tentoonstelling van prijs-borelingen in te zenden. Maar mijn moeder, hoewel gevleid, bedankte tenslotte in mijn naam voor de eer.

(blz2)  Over de meteorologische omstandigheden waarin ik op de wereld kwam kan nog dit gezegd: dat de sneeuw een voet diep lag, een omstandigheid die mij als jongen om één of andere reden sympathiek aandeed. Het was beter dan op een druilige regendag als de luchten van morgen tot avond gesloten zijn gram werpt op de daken… en alles in huis vochtig en klam is. Vind je ook niet? Sneeuw dat was helder en fris – deed denken aan een sprookje. Nu nog kan ik geen sneeuw zien zonder aan mijn prille jeugd te denken. Ik schreef overigens een kinderversje: “Sneeuw”…(3)

Mijn vader was buiten op zee, aan boord van het vuurschip De Wandelaar(4), en diende afgehaald. Later als ik enigermate tot de jaren des onderscheids kwam verzekerde hij mij dat hij mij in de seinkorf van het vuurschip gevonden had en uit zee had meegebracht. Wat mij de bezorgde vraag moet ontlokt hebben – “ik had het zeker wel koud in dat mandje?”

Daar werd in de huiskring met de kinderlijke vraag vaak gelachen – vooral later als ik volwassen was. Maar vreemd genoeg nu ik, ouder geworden, dit nederschrijf, moet ik alles behalve lachen. Er zijn dingen die het leven je ontneemt – en niet meer teruggeeft.

Over de astrologische uitzichten van de hemel tijdens de geboortenacht – het was half twee – kan misschien ook een woord gerept. Je kunt over horoscopen denken wat je wil maar een astrologe heeft mij even voor de
(blz3) Tweede Wereldoorlog bepaalde belevenissen voorspeld die niet bij voorspellingen zijn gebleven en had ik zelf astrologie geloofd het heel wat narigheden had kunnen besparen – vooral wat mijn betrekkingen met het gerecht betreft – en dan niet als advocaat… Hoe dan ook de dame – een achtenswaardig persoon en geen kermiswaarzegster, die mijn horoscoop had getrokken, bevestigde dat in de stand der sterren te lezen stond dat ik met een zekere artistieke aanleg op dit ondermaanse zou verschijnen. Jupiter was de ster van het succes en het geluk. Jammer genoeg zat daar ergens Uranus in de buurt – de schelm, die als de grappenmaker van het toeval, alles nog in de war kon sturen… De feiten hebben afdoende bewezen dat Uranus het van mijn Jupiter heeft gewonnen, wat de vader der goden en mensen niet tot eer strekt, of misschien was het allemaal maar lariekoek.

Noten

(1) Plantenstraat: Vlakbij de Groenstraat (Brusssel/Schaarbeek) waar zijn kantoor was (Meuter-Titra, zie supra) en de Kruidtuin, naast de Noord-Zuid spoorverbinding. De extra tijdsvermelding “15u” geeft weer dat deze bladzijden geschreven werden tijdens zijn kantooruren, waarschijnlijk in de tijdspanne die nog restte tot het einde van de werkdag (17u). Het schrijven van dergelijke mijmeringen (of gedichten) door Nand op deze plaats gebeurde wel meer. De job had hij aangenomen, met tegenzin, uit financiële noodzaak, en dan komen vaak herinneringen bovendrijven uit het verleden, in scherp contrast met zijn huidige werkomstandigheden. Enkele maanden later zou Nand trouwens ontslag nemen, net voor zijn wettelijk pensioen, want hij kon niet meer… In zijn memoires schrijft hij hierover het volgende:

“Het duurde tot 1958 eer ik een vaste betrekking vond – bij een franstalige firma in de hoofdstad – de zoveelste veroordeling*. (…) Het is mijn taak in de produktie van die duizenden gezinnetjes het peil van het Nederlands langzaam maar zeker tot ABN te heffen als adviseur voor het Nederlands op te treden. Wij werken op dit ogenblik samen met de BRT. Alle ondertitels voor de TV worden grondig nagezien.”

*”de zoveelste veroordeling”: Nand soms ze in zijn memoires op:

+1. Vonnis eerste proces op 30 januari 1946: 12 jaar hechtenis;
+2. Vonnis proces in beroep  op 28 januari 1948: 10 jaar hechtenis;
+3. Verbod tot vrijlating, Kerstdag 1948;
+4. Geen toestemming om te Gistel te verblijven na vrijlating (werd later ingetrokken);
+5. Veroordeling door de maatschappij;
+6. Een job gevonden in een Franstalig werkmilieu (“Meuter-Titra“).

Opmerkelijk: na zijn dienstjaren bij “Zender Brussel” (1941-1943), de door de Duitsers bezette Belgische Radio Omroep (N.I.R.) werkt Nand nu opnieuw via een omweg voor dezelfde zender… Misschien opnieuw een streek van “de schelm” Uranus?

(2) Zuidstraat: op nummer 14 (ps: = zelfde nummer als zijn geboortedag!), het gezin was daar ingeschreven van 4 december 1905 tot en met 19 januari 1908 (“Rue du Midi 14”). Het gezin, zo blijkt, verhuisde tussen 1900 en 1920 liefst 7 maal (8 maal met de vlucht naar en het verblijf in Engeland tijdens de Eerste Wereldoorlog):

(3) Het gedicht “Sneeuw” werd door Nand geschreven in gevangenschap, 1947, en werd opgenomen in de (nooit gepubliceerde) dichtbundel voor kinderen “Het Houten Zwaard”:

Manuscript “Sneeuw”:

De sneeuw is als het bedje klein
waarvoor ik ’s avonds bid,
als zachte wol en koel satijn
zoo donzig wit.

Daarboven grimt de zwarte nacht,
de sneeuw dekt zoetjes toe,
en alles slaapt in ’t bedje zacht
zoo zalig moe.

Maar schijnt het warme morgenrood,
dan lig ik op den loer;
dan glinstert alles blauw en rood
als paarlemoer.

Daar spiedt, nog donzig toegedekt,
elk huisje in de straat,
dat lacht, door ’t zonnetje gewekt,
met frisch gelaat.

(4)
Vuurschip De wandelaar: een lichtschip, diende als vuurtoren in de havenmonding te Oostende en was er vastgeankerd:


Brief van vader, gedateerd Gistel, 12 december 1953, dus twee dagen voor Nands verjaardag over zijn geboorte (14/12/1906):

(eerste alinea)

“Simonne en Fernand, Hiermede enkele woorden om U geluk te wensen met uwen verjaardag. Maandag 14, het herinnert mij aan die nacht van uw geboorte toen ik in een sneeuw storm de Dokter ging gaan halen en als we samen t’ huis kwamen geschreeuw vernamen van af de trappen, ge waart reeds op de wereld.”


PS: 14 december is ook de feestdag van de H. Johannes Van Het Kruis, auteur van o.a. “De Donkere Nacht van de Ziel

Laat een reactie achter

%d bloggers vinden dit leuk: